Met een aantal weken verlof in het vooruitzicht trok ik woensdag alvast naar onze telpost in Oetersloven. Wouter was al daar toen ik aankwam en had net een slanke kiekendief zien voorbijvliegen. De foto die hij nog kon nemen toen hij uit zijn auto was gestapt, gaf geen uitsluitsel. Een tegelijk hoopvolle, maar ook wat teleurstellende start van alweer een leuke telling. We besloten om deze kiekendief dan ook als steppe/grauwe de geschiedenis in te laten gaan. Want het moest een van deze twee geweest zijn. Het werd trouwens een goede voormiddag voor kiekendieven. Niet veel laten telden we vijf bruine kiekendieven op nog geen minuut. Mogelijk hadden ze in de buurt op een veld de nacht doorgebracht. Ze kwamen, zoals Wouter zo mooi verwoordde, als een treintje voorbij. Alleen al deze waarneming maakte mijn voormiddag goed. Dat er die dag wat minder vogels voorbij trokken vond ik niet zo erg.

Vrijdag reed ik dan ook opnieuw naar onze telpost. Alweer een slome dag. Weinig vogels en een staalblauwe lucht zodat de weinige die overtrokken ook nog eens moeilijk te ontdekken waren. Het aantal ‘piepjes’ waar ik geen vogel aan kon koppelen liep aardig op. Geluiden: ze maken mij een kluns, zoals al eerder vermeld. Toch waren er opnieuw leuke momenten. Een mooi aantal holenduiven en die wat grotere beesten die dan ook nog eens mooi dichtbij voorbij komen pik ik er wel uit. Wouter kon ook boven Zepperen, dat is toch wel een stukje weg van de telpost, een groep van 11 ooievaars ontdekken. Jeugdige ogen zijn duidelijk een voordeel.
BoPi
Donderdag, tussen de twee trektellingen door, schoof ik mijn netten weer eens open. De zwartkoppen hielden mij goed bezig en stuwden het dagtotaal makkelijk boven de 140. Na de eerste ronde wissel ik altijd van geluid. Tijd voor de dagtrekkers waaronder toch wel wat geluiden van piepers en gorzen. Dit leverde toch alweer twee boompiepers op. Met 25 stuks tot nu toe is dit mijn beste jaar voor deze soort sinds ik hier vogels ring. En september is nog niet voorbij. Dus wie weet.

Ook de tjiffen komen op gang. Ik kon er toch 11 ringen. Die paar fitissen waren ook welkom, samen met de vier gekraagde roostaarten waaronder een prachtige adult mannetje. Toch ging uiteindelijk een pimpelmees op de foto. Niet enkel omdat het prachtige vogeltjes zijn. Maar vooral omdat ze voor elke ringer een nachtmerrie zijn om te behandelen. Deze kleine sadistjes hebben de gewoonte om stevig te bijten. Niet vol in je vingers, maar subtiel, met de punt van hun snaveltje. Ze pakken daarmee een heel klein stukje vel beet dat ze niet snel loslaten. Vaak op een plek waar het echt pijn doet. Ik ben er zeker van dat in vroeger tijden beulen pimpels vingen om hun slachtoffers dan in een kooi te steken vol met deze bijtertjes. Een marteling die menig voorvader tot ongewilde en soms zelf verzonnen bekentenissen heeft gedwongen. Of ga ik nu te ver met mijn gedachten…
