Op woensdag stond ik weer op de telpost in Oetersloven. Na een paar vluchtige bezoeken was dat al weer even geleden. De trigger was de melding van doortrek van heel wat wespendieven. Duizenden vogels waren in mooie bellen begonnen aan hun trek naar Afrika. Bellen? Even uitleggen, dat zijn groepen roofvogels die op thermiek samen omhoog draaien om even later een voor een af te glijden. De manier om op een energiebesparende manier te reizen. Vooral heel spectaculair. Dat gevoel was ik even vergeten. Het ontdekken van zo een grote groep vogels in die staalblauwe lucht of tegen een witte wolk. Eigenlijk had ik dat wat gemist zonder dat ik mij dat realiseerde. Nu, de weergoden hadden mijn keuze makkelijk gemaakt. Met kans op stevige buien is vogels ringen thuis uitgesloten. Je wil geen vogels in de netten hebben hangen als er plots een onweer opkomt. Nefast voor de gevangen beestjes en heel kou, nat en onaangenaam voor de ringer, ik dus.
Goed begonnen
Mijn eerste dag op de telpost was trouwens al dadelijk een schot in de roos. Voormiddag was het slapjes met af en toe een bui en weinig vogels. Maar aangezien er nog wespendieven voorspeld waren kwamen Pierre en ik namiddag terug. Een goede keuze zo bleek. Twee mooie groepen ooievaars (35 in totaal), twee zwarte ooievaars, drie bruine kiekendieven waarvan eentje mooi jagend vlak voor de telpost, toch nog 48 wespendieven en als toetje een visarend. Een mooi lijstje voor een weide in Oetersloven.

Donderdag koos ik dan toch voor mijn ringplek. Het blijft een dilemma, tellen, ringen of ergens vogels gaan kijken. Elke keer weer. Ook hier deden de boompiepers mee. Nadat ik ze op de telpost zag overvliegen, had ik ze nu in mijn handen. Ondertussen al 17 dit jaar. Op dit moment al het tweede beste jaar ooit voor deze mooie soort. Enkel in 2016 had ik er meer (24). Maar dan over gans het najaar. Eind augustus waren het er toen 15. Dus is er nog hoop om een nieuwe beste jaarprestatie neer te zetten.
Bij het dichtschuiven van de netten kon ik nog een mooie bel wespendieven – het waren er 28 – boven de ringplek bewonderen. Voor mij een teken om alweer naar Oetersloven te rijden morgenvroeg.

Dubbel?
Vrijdag stond ik dus om 8u alweer op de telpost. Tegen beter weten in, want Pierre bleef netjes thuis. Hij vond de weersvoorspellingen niet van die aard om naar Oetersloven te rijden. Uiteraard had hij gelijk. Het was een stuk stiller dan woensdag. Zo goed als geen trek. Maar ik zou en moest die pas geïnstalleerde app uitproberen. Tja, zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Elke nieuwe uitdaging is voor mij eentje die ik alweer aan 200% aanpak. Een zwak puntje zeggen sommigen. Al snel had ik door dat een tijd wegblijven op de telpost mij geen goed had gedaan. Een talent van een goede trekteller is dat hij op basis van een kort roepje en de manier hoe een vogel vliegt – als je hem al kan vinden in die brede lucht boven de telpost – kan zeggen welke soort er net voorbij kwam. Bij het ringen kan je die vogel uitgebreid bekijken. In het veld blijven meestal wel een tijdje zitten zodat je er je telescoop kan op richten. Op de telpost is dat vaak maar een fractie van een seconde. Dat was even slikken voor mij. Enkele groepjes vlogen dan ook voorbij zonder dat ik ze in mijn nieuwe app invoerde. Gewoonweg omdat ik ze niet op naam kon brengen. Het gaf een beetje het gevoel als iemand die ooit fietste en naar heel veel jaren terug op zijn fiets springt. Je weet dat je het kan, maar het zal weer wat oefenen worden.
Uiteindelijk kon ik toch een aantal soorten noteren. Boompiepers (want die roep kende ik van op mijn ringplek), gele kwikstaarten, een duidelijke grote gele kwik (mooi kunnen bekijken in de kijker), een leuke groep van 12 grote lijsters en vier holenduiven die strak doorvlogen.
Want dat is een voorwaarde om ze te mogen meetellen. Vaak krijgen wij van bezoekers en niet-vogelaars op de telpost die vraag. ‘Hoe weet je dat die vogel op trek is?’. Wel, dat zie je meteen. Een vogel die blijft ronddraaien boven of in de buurt van telpost wordt niet genoteerd. Enkel als ze strak en snel doorvliegen in een rechte lijn over de telpost in de goede windrichting is er sprake van trek. ‘En tel je die vogels niet dubbel?’ is ook een (te) vaak gehoorde vraag. Zo goed als zeker niet. Vogels die op trek zijn hebben geen zin om nog even een stukje terug te vliegen. Ze hebben nog heel veel kilometers te gaan, dus doorvliegen is de boodschap.
Zelf begin ik tot het besef te komen dat ik vooral een teller ben. Elke activiteit met vogeltjes waar ik een app mee kan gebruiken vind ik de max. Van ringwerk, inventariseren tot trektellen. Niet dat ik een zeldzame verschijning zal overslaan. Maar stilaan wordt het mij duidelijk welke keuzes ik ga maken. En de telpost in Oetersloven staat daar zonder twijfel tussen. Al is het maar voor dat mooie uitzicht dat we daar hebben.
