Met wat vertraging, maar hier zijn we weer. Vorige week konden we eindelijk terug starten met ringen. De quarantaine-periode van het vogelgriepgeval was voorbij. Trouwens, even terzijde, het zijn niet de wilde vogels die het probleem zijn, maar wel de met plofkippen volgepropte stallen om onze vraag naar kiekenvlees proberen bij te houden. Een broedhaard voor ziektes allerhande. Hoog tijd dat we stoppen met die consumptie-woede waar we onzelf met vlees volproppen om zo richting de volgende hartaanval te gaan. Zoals jullie zien zit dat verhaal diep bij mij. Maar nogmaals, geheel terzijde.
Oerwoud
Op woensdag bleven de netten dicht, waarom juist weet ik effe niet meer. Denkelijk was mijn verzuchting naar het ontdekken van een van de richting ons landje gevlogen dunsnavelnotenkrakers te groot. Ik reed dan ook ’s morgens naar een van de grootste boscomplexen van Haspengouw, Nieuwenhoven. Wie denkt dat ik mij in een ondoordringbaar oerwoud ging wagen heeft het mis. Het is een netjes aangeharkt provinciaal domein waar joggers en honden-uitlaters hun gang kunnen gaan op witte sneakertjes zonder die echt vuil te maken (zowel die sneakers, als die hondjes). Maar het is een bos en dat vinden die notenkrakers blijkbaar tof. Veel noten gezien, maar de krakers bleven afwezig. Toch was het een leuke voormiddag. Na een wat saai stukje vanaf de parking door het bos, kwam ik bij het kasteel terecht. De moestuin die in tegenstelling tot de rest van het domein er wat verloederd bijligt, was mijn eerste stop. Want voor een vogelkijker is dit een paradijsje. Veel hoekjes met struikjes, brede meidoornhagen en onkruid bij de vleet. Ideaal om vogeltjes in te vinden. Het zat er dan ook redelijk vol met klein grut en lijsters. Vooral koperwieken. Nadien ging ik nog even naar de grote vijver aan het kasteel. Daar hadden vroeger al wel wat leuke dingen gezeten. Maar die bleek met een stevig hek afgesloten. Geen warm welkom dus. De kleinere vijver kon ik wel afspeuren. Met als beloning grote gele kwikstaart, witgat en ijsvogel zo goed als in één beeld. De overvliegende raaf maakte deze stop nog wat leuker.

Daarna wandelde ik door naar het Mierhoopbos. Volgens mij een potentiële locatie voor mijn doelsoort, de notenkraker. Maar ik geraakte er niet. Want onderweg bleef ik plakken op het fietspad dat er naartoe liep. Hier bleek het te wemelen van kleine vogeltjes. Goudhaantjes, vuurgoudhaantjes, tjiffen en mezen à volonté. Ik bleef maar zoeken in de hoop een leuke zeldzaamheid te vinden. Want ook bij ons kan je bijvoorbeeld bladkoninkjes vinden. Eddy ving er al een vijftal op zijn ringplek in Nerem. Ze zitten er dus zonder twijfel, maar er eentje ontdekken is andere koek. Bij het terugwandelen koos ik voor een andere route die door een open stuk akkerland liep. Het bleek de goede keuze, want ik ontdekte een mooi groepje boomleeuweriken op een maisakker. Enkele er van kreeg ik mooi in beeld toen ze op zoek gingen naar zaadjes op de grond. Al bij al een leuke voormiddag. Resultaat: zonder notenkraker of andere zeldzaamheid terug naar huis, maar wel met een mooie daglijst.
Merels
Op 30 oktober, exact een maand na de vorige poging, gingen mijn netten thuis weer eens open. De buit bedroeg 47 vogels. Vooral de koperwieken deden hun best met 14 exemplaren. Maar twee vuurgoudhaantjes waren ook een cadeautje. De leukste vangst was een controle van een merel die ik hier in 2023 als 1ste jaars vogel had geringd. Een exemplaar dat liet zien dat er toch overlevers zijn bij deze toch wel stevig geteisterde soort. Een hoopvolle vaststelling.

Op Allerheiligen, 1 november, werd er opnieuw geringd. Met net hetzelfde resultaat wat betreft aantallen: 47 dus. Deze keer mijn eerste goudhaantjes en barmsijs voor dit najaar. Alweer verschillende merels, 4 stuks. Er zijn er dus nog. Het zijn trouwens de noordse versies. Een stuk zwaarder en vaak ook wat groter met de typische schubtekening op de borst. Zowel de vrouwtjes als de mannetjes hebben een grijze waas op hun borst. Leuk weerzien.

Op 4 november alweer een poging, deze keer samen met Kristof. Vermoedelijk door de wat hardere wind wat minder vogels, 25 exemplaren. Maar wel onze eerste rietgorzen en alweer wat merels. Ze namen zelfs de koppositie in voor die dag met 6 exemplaren. Voor Kristof wat materiaal om zijn toekomstige examen tot volwaardig ringer wat voor te bereiden.
Volhouden
Dankzij het benaderen van mijn houdbaarheidsdatum op het werk (jawel, mijn pensioen komt er langzaam maar zeker aan) en het systeem van rimpeldagen (als ik een foto van mijzelf zou sturen, twijfelt niemand er aan dat ik die verdien) hoef ik vanaf nu nog maar twee dagen per week op het werk te zijn. Wat meer tijd om op pad te gaan. De voorbije dinsdag was het weer zo ver. Ik koos voor het Pietersheimbos. Om twee redenen: volgend jaar ga ik daar een aantal hokken voor het project Algemene Broedvogels tellen, maar uiteraard was ook de notenkraker alweer een alibi om daar rond te lopen. Het bleef er echter verdacht stil. Buiten een paar valse alarm-momentjes door wat gaaien geen ‘krakers’ gevonden. Toch bleek het een verdomd mooie wandeling. een aanrader.
Ik parkeerde mijn auto aan de waterburcht in Lanaken (waterstraat 2) en koos voor de rode route. Die liep voor een groot deel door het bos. Het eerste deel (ik ging voor het kasteel naar links) bracht mij in de zone met de kinderboerderij en de speeltuin. Ook leuk om dat geblaat, gehinnik en gebalk te horen ’s morgens vroeg. Het leverde mij ook nog eens huismus op voor mijn daglijst. Wel liep ik tegen een gesloten hek aan. Het domein ging blijkbaar pas open om 8u en ik stond er een kwartiertje eerder. Aan de verkeerde kant van het hek. Een vriendelijke poetsvrouw ging aan ‘de mannen’ vragen om het hek open te doen. Een kwartiertje later stond ik er nog. Hun ochtendlijke babbel en koffie waren belangrijker dan die sukkel die voor dat hek stond. Hoe zou je zelf zijn? Na wat ronddwalen vond ik toch een doorgang om na een omwegje aan de overkant van het hek te komen (dat uiteraard nu wel open stond) om zo mijn wandeling verder te zetten. Ik passeerde via heel wat smalle en vaak wat versleten plankenpaadjes. Vaak nutteloos omdat je er makkelijker langs kon wandelen. Dat was meestal ook veiliger want die planken waren door de regen van die nacht erg glibberig. Het tweede deel van mijn tocht liep door het bos zelf. Met majestueuze beuken en mooie gemengde stukken bos, een lust voor het oog. Dat het aantal vogels beperkt bleef werd hiermee ruim gecompenseerd. Genieten geblazen. Een ver roepende raaf noteerde ik dan ook met de glimlach. Dit moet ik echt meer doen.
