Met een halve week verlof werden er alvast heel wat plannen gesmeed. Het begon met een bezoek aan het Schulensbroek op woensdag. De gemelde, weliswaar ontsnapte, flamingo wilde ik wel eens met mijn eigen ogen zien. Dat lukte wonderwel. Hij liep mooi te wezen op nog geen 50 meter van de dijk. Leuk beest. Maar eentje die niet meetelt voor mijn lijstjes. Het is wat ze in ons vogelkijkers-wereldje noemen een escape. Tenzij je ook een exoten-lijst hebt (wat ik eigenlijk stiekem ook bij hou). Deze roze schoonheid leefde nog niet zo lang geleden in een vogelpark in Nederland nabij Eindhoven. De ring aan zijn poot gaf dit weg. Tot hij besloot om de wijde wereld in te trekken. Zijn reis stopte voorlopig in Schulen.

Donderdag was het weer ringen geblazen. Verkeerde keuze trouwens, met slechts 30 vogels in de netten. Mijn veronderstelling dat het hete weer geen invloed had, kreeg nog een extra bewijs. Want nu was het weer ‘normaal’ wat betreft temperatuur. Buien vinden trekvogels veel minder leuk dan warm weer.
Zeevogel
Vrijdag opnieuw naar Schulen. Ik krijg het gevoel dat dit een vaste trip gaat worden. Wat een geweldig gebied is dit toch! Ik was er al heel vroeg en mijn vriendje de flamingo was nog steeds present. Maar er zat nog veel meer. De steltjes beginnen stilletjes binnen te druppelen. De eerste groenpootruiters en een zwarte ruiter is een goede start van hopelijk een geweldige steltjestrek. Maar de ster van de dag was zonder enige twijfel een visarend. Na even boven het meer te hebben gecirkeld, ging hij zelfs op een paaltje zitten. Wat ik toen zag is voor mij een nieuwe ervaring. De flamingo die vlakbij dat paaltje aan het fourageren was, vloog op en ging achter de visarend aan. Die schrok zich te pletter toen hij dat rare, roze beest op zich zag afkomen. Wat een spektakel!
’s Avonds kreeg ik de melding door van een adulte vorkstaartmeeuw aan de Maas. Weliswaar aan Nederlandse kant in Itteren. Toch zag ik dat er enkele Limburgse vogelkijkers naar daar waren gereden. De vogel werd gezien boven Belgisch grondgebied.
Want het is een strenge regel dat je een vogel pas op je Belgische lijst mag meetellen als die effectief op of boven ons landje werd waargenomen. Vaak een regel die met een dikke korrel zout wordt genomen. Maar ik ben daar heel strikt in. Menige soort mis ik nog op mijn lijst omdat die het vertikte om aan de juiste kant van de Maas te komen zitten. Just is just.
Mijn plannen om morinelplevieren te gaan zoeken in de Haspengouwse velden werd omgezet naar een trip naar de Maaskant. Goede keuze, want toen ik uit de auto stapte stonden er al een paar vogelkijkers. Nadat ik al mijn materiaal uit de koffer had gepakt, wandelde ik naar hen toe. Hun eerste zin was: ‘daar vliegt hij’. Nog geen seconde later kreeg ik een vliegende vorkstaartmeeuw in beeld. Dat is wel geluk hebben. Echter wel duidelijk een heel eind boven Nederland. Dus geen extra soort op mijn lijst. De herontdekker was een oude bekende, Stijn Raymaekers. Een mooie bonus na het bekijken van deze mooie meeuw.
Omdat de vogel ver en hoog was weggevlogen besloten Stijn en ik om bij Itteren, waar de vogel ook al eens gezien was, te gaan kijken. We waren nog maar net Hochter Bampd binnen gewandeld of Stijn kreeg een bericht op zijn gsm dat de meeuw opnieuw was gezien in Smeermaas. Snel terug naar de auto en rechtsomkeer. Gelukkig zat ze er nog. Deze keer zittend tussen de andere meeuwen. Mooi!

Maar opnieuw in Nederland. Tot ze even later hoog opvloog naar het noorden. We konden ze goed volgen in de telescoop. Plots kwam er een boom in beeld waar ze naar links aan voorbij vloog. En ik kende die boom! Die stond op de dijk in Hochter Bampd. Toen de vorkstaart uit beeld was besloot ik dan ook richting dat natuurgebied te wandelen. Misschien was ze wel op de plas daar geland. Even later stond ik aan die bewuste boom. De kraaien die ik er in had zien zitten vanachter mijn telescoop, zaten er zelfs nog in. Nu was ik zeker, ik had een vorkstaartmeeuw gezien die boven Belgische grondgebied vloog. Nummer 316 op mijn Belgische lijst was een feit. Euforisch besloot ik door te wandelen tot in Herbricht, waar het meeuwtje ondertussen gemeld werd. Daar kon ik ze na een stevige wandeling nog eens goed bekijken. Wat een schoonheid trouwens. Deze meeuwen zie je normaal gezien enkel bij stormweer al eens aan de kust. Het zijn echte zeevogels. En een adulte vogel zien is dan ook nog eens niet vanzelfsprekend. Dit was echt een mooie waarneming. Nu moest ik wel nog helemaal terug tot aan mijn wagen in Smeermaas. Een stevige tocht die mijn huisdokter zonder enige twijfel zal toejuichen. Zijn raad om mijn auto, als ik naar een vogel ga kijken, een stuk verder te zetten had ik deze keer wel erg letterlijk genomen.
Zus leeft
Zondag was Kristof weer present om te komen helpen bij het ringen. De verwachtingen waren hoog, want Hub – een collega ringer – had de dag er voor meer dan 300 vogels geringd. Een stevig record volgens mij. Bij het openschuiven van de netten leek het geritsel in de struiken alvast het vermoeden dat er veel vogels onderweg waren te bevestigen. En bij de eerste ronde was het koekenbak. Vooral de zwartkoppen waren present. Er was een stevige landing aangekomen. Uiteindelijk konden we 174 vogels ringen. Het was een hele klus. Leukste soort waren de boompiepers. Die trekken op dit moment door, maar ze vangen is vaak niet zo makkelijk. Deze keer ging het wat vlotter met een nieuw dagrecord van acht stuks als gevolg.
De leukste vogel was alweer een merel. Kristof mocht een van de door hem geringde pulli uit een nest vlakbij de ringplek terug goeiedag zeggen. Een zus van de vorige die ik ving. Met twee merels die nog leven is het broedsucces van dat nest dan toch 50%. Een positief verhaal om de week mee af te sluiten.