Bij de iets oudere lezers van mijn blog zeker een bekende uitspraak uit de kinderserie “De Fabeltjeskrant” van meneer de uil. Waar we deze keer het gaan beperken tot de snavel. Een onderdeel dat elke vogel heeft en dus zeker nader studiewerk vraagt bij het aanschouwen van een onbekende vogel.
Vorm.
De vorm is belangrijk. Want die kan van soort tot soort veel verschillen. Van een kleine spitse snavel (bij insecteneters) tot een stompe kegelvormige (bij zaadeters). Maar het kan nog veel gevarieerder. Een haaksnavel bij roofvogels of een speciaal voor hun menukeuze ontworpen werktuig bij steltlopers. Valt het niet op dat steltlopers die vaak samen voedsel zoeken ook allemaal verschillende snavels hebben ? Dit is zo omdat ze dan elk hun eigen diepte of plekje kunnen afzoeken en dit naar het voedsel dat zij willen vinden. Zo kunnen ze samen rondlopen op één plekje en toch elk hun specifiek voedsel vinden. Knap gevonden noem ik dat. Blader maar eens door je vogelgids en je zal verbaasd zijn hoeveel verschillende snavels er zijn.

De wulp zoekt in een bocht.
Uniek.
Sommige soorten hebben een unieke snavel wat betreft vorm, lengte of zelfs kleur. Dan denk ik aan de lepelaar (met een snavel als een lepel), de keelzak van een pelikaan of de bontgekleurde snavel van een papegaaiduiker. Maar ook de lange rode snavel van de ooievaar mag er wezen. Vaak geeft de kleur trouwens indicaties over de leeftijd. Bij de ooievaar hebben 1ste jaars vogels een zwarte snavel en geen rode. Dus de kleur noteren is zeker van belang.

De bonte snavel bij papegaaiduikers in broedkleed.
Tand.
De kenmerken van de snavel kunnen je ook al vertellen bij welke familie je bent terecht gekomen. Bij de roofvogels hebben de valken een tand op hun bovensnavel. Speciaal ontworpen om prooien te verscheuren. Ze noemen dit dan ook een valkentand. Als je die ziet weet je al op welke bladzijde je je vogelgids moet openslaan.

De valkentand bij een slechtvalk.
En bij meeuwen spreken ze dan weer over de “gonyshoek”. Vooral bij grote meeuwen kan je die mooi zien. Dit is een hoek of bobbeltje in de ondersnavel. Dit kenmerk kan je soms helpen om bij grote meeuwen de soort te bepalen.
Blijkbaar is er toch heel wat te zien aan die snavel. Een gekregen vogel moet je dus als vogelkijker wel in de bek kijken.

De gonyshoek op de ondersnavel bij meeuwen.