Foto Eddy Vaes
Momenteel stromen de zwaluwen langzaam maar zeker binnen in ons landje. Ze keren terug van hun overwinteringsgebieden in het verre Afrika. En dat doen ze in groepjes (die heel grote groepen zijn jammer genoeg verleden tijd). Vaak zien ze de eerste exemplaren boven grote plassen of vijvers. En het is altijd de moeite om zo een groep wat beter te bekijken. Niet simpel, want zwaluwen hebben de gewoonte constant rond te vliegen aan een stevige snelheid. Een goede oefening om met je verrekijker vogels te leren volgen in de vlucht. En ook voor fotografen is dit een mooie uitdaging.
Vergelijken.
Hier bij ons bestaan de meeste groepen vooral uit boerenzwaluwen (boerkes). Op dit moment te herkennen aan de verlengde buitenste staartpennen, de volledig donkere rug zonder een witte stuit, witte vensters in de staartpennen (niet de buitenste) en de kastanjerode keel. De onderzijde kan variëren van wit tot oranjeachtig. Het beste kenmerk zijn de verlengde staartpennen. Er is slechts één andere zwaluwsoort die dit ook heeft, de roodstuitzwaluw. En die kan er ook wel eens tussen zitten. Maar dan heb je een mega-waarneming. Want die komen hier heel zelden voor.

Roodstuitzwaluw (foto Dirk Ottenburghs)
Grote verschil met de boerenzwaluw is de bleke stuit. Deze is licht roestrood. Op de onderzijde ontbreekt de rode keel (bij roodstuit is die wit) en valt de scherpe begrenzing tussen de witte buik en de zwarte onderstaartveren op. De onderzijde van de hand- en armpennen is bleek, terwijl die bij een boerenzwaluw donker zijn.
Huisje of oevertje.
Wie je wel vaker in zulke groepen gaat tegenkomen zijn huiszwaluwen (huisjes). Meest opvallende kenmerk is de hagelwitte stuit. Dit is bij ons de enige zwaluw die dit heeft. De rest van de bovenzijde is mooi staalblauw. De onderzijde is op de staartpennen na volledig wit. De vleugels zijn aan de onderzijde bleek.
Huiszwaluw (foto Guy van Was)
En dan heb je nog de oeverzwaluw (oevertje). Deze herken je meestal in een gemengde groep met boerkes en huisjes aan zijn bruingrijze kleur. De bovenzijde is egaal gekleurd. Maar de onderzijde is net als een huiszwaluw wit met donkerdere ondervleugels. Maar daar is het beste kenmerk de beige borstband die de witte buik en de witte keel scheid. Enige soort die je met een oevertje kan verwarren is de zeldzame rotszwaluw. Deze heeft geen borstband en de onderzijde is lichtbruin en niet wit zoals bij een oeverzwaluw. Opvallendste kenmerk bij een rotszwaluw zijn de witte vlekken op de bovenzijde van de staartpennen die zichtbaar worden bij een gespreide staat.

Oeverzwaluw (foto Marc Tielemans)
Horen.
Ook een dankbaar kenmerk zijn de verschillende geluiden. Maar dat is natuurlijk even oefenen voor je die kan onderscheiden. Boerkes kwetteren voortdurend. Hun roep is een rinkelend en opgewekt wiet of witwit. Bij opwinding een scherper siflit. Huisjes hebben een meer krasserige en heldere roep prrit. Oeverzwaluwen roepen minder. In groep hoor je wel een droog en raspend gekras.
En nu op zoek naar een grote plas met veel zwaluwen om de theorie om te zetten in de praktijk. Veel succes met onze boerkes, huisjes en oevertjes.