Gewoon naar vogels kijken en ze determineren is super. Maar als je reeksen kan maken met jouw waarnemingen dan wordt het nog een stuk interessanter. Want meten is weten.
Streeplijst.
Een heel nuttige en makkelijke manier om op een gestandaardiseerde manier jouw gegevens te bewaren is via streeplijsten. De bedoeling is om bij een bezoek aan een gebied nadien alle soorten die je hebt gezien op een lijst in te vullen. Vroeger heb ik nog rondgelopen met blanco lijstjes met alle soorten erop. Die ik dan in het veld invulde. Thuis staat er nog een stoffig kaftje met een heleboel van die veldlijsten. Maar nu gaat alles wel wat sneller, gemakkelijker en vooral digitaal. De tijd staat niet stil.
Je vindt deze tool onder waarnemingen invoeren – streeplijst.

Op deze pagina kies je eerst het gebied dat je hebt bezocht. Daarna vul je een aantal vaste vakjes in waaronder de start- en eindtijd van je bezoek. Per soort die je gezien hebt vul je het aantal in (of 1 als je de soort gezien hebt maar niet geteld), kleed of leeftijd, gedrag en telmethode. Als dit voor alle waarnemingen gelijk is kan je bovenaan dit al vastleggen. De meest waardevolle lijst kan je opmaken door alle soorten te noteren. Met hun aantallen en gedrag. Dit levert een schat aan informatie op.
Nul stuks.
Nulwaarnemingen zijn ook heel belangrijk. Daarmee wil ik zeggen soorten die er niet zaten. Het is dus belangrijk dat als je met een streeplijst werkt je alle soorten die je ziet noteert. Daardoor kunnen we zien welke soorten er wel of niet zaten. Je kan in het veld alle waarnemingen opslaan en daarna via streeplijst eventueel verder aanvullen.
Als je dit bijvoorbeeld voor je local patch consequent zou doen dan krijg je een heel mooi overzicht van welke soorten je er gezien hebt. Je kan er op termijn zelfs trends uit halen en ook een redelijk zicht krijgen op de broedvogels, wintergasten en doortrekkers die jouw local patch bezoeken. Boeiend, nuttig en vooral superleuk.

Voorbeeld van een streeplijst.