Vogels hebben veren en veren verslijten. Dat noemen we in vogeltermen sleet. Vooral de delen die veel wrijving ondervinden als de vogels vliegen hebben het hard te verduren. De toppen van de hand- en armpennen, de toppen van de staartveren laten als eerste tekenen van sleet zien. Een stevig gesleten vogel zal op termijn zijn veren verwisselen, dat noemen we dan weer rui. Maar hier gaan we het hebben over de sleet.
Ringers.
Voor ringers is sleet een belangrijk kenmerk om vogels op leeftijd te brengen. Als je het ruipatroon van een soort kent kan je op basis van de sleet bepalen in welk stadium een vogel zit. Zo weten we dat bijvoorbeeld kleine karekieten pas ruien als ze in hun overwinteringsgebied zijn aangekomen. Een vogel die je vangt in september en die heel fel gesleten is, is zonder twijfel een vogel ouder dan 1 jaar. De jonge vogels hebben hun veren van toen ze uit het nest vlogen en kunnen dan ook nog niet zo heel veel sleet hebben.

Links 1ste jaars vogel (weinig sleet), rechts >1 jaar vogel (veel sleet)
Verborgen.
Maar sleet is er gedurende het ganse jaar. En voor sommige soorten komt die sleet mooi van pas. Want onder hun verenkleed zitten soms gekleurde veertjes die door het afslijten van de toppen van die veren plots te voorschijn komen. Wij denken dat vogels in het broedseizoen kleur bij krijgen. Maar ze verliezen net veertoppen die de kleur die er al lang verborgen zat dan laten verschijnen. Geen energie nodig om extra kleur aan te maken, gewoon profiteren van natuurlijke slijtage.
Broedkleed.
Als je de huismus bekijkt boven deze tekst zie je een gevlekte bef (de zone net onder de snavel) bestaande uit zwarte veertjes met grijze toppen. Deze grijze toppen slijten tegen het broedseizoen af en dan kan meneer huismus dan uitpakken met een prachtig zwarte bef om mevrouw te imponeren.

Meneer tijdens het broedseizoen.
En zo zijn er voorbeelden genoeg. De kneu houdt zijn prachtig rode borst mooi verborgen in het najaar en de winter. Want dan moet er niet gepocht worden tegenover de dames. Maar tegen de paartijd zijn die veertjes afgesleten en komt zijn mooie karmijnrode borst in vol ornaat te voorschijn. En nog een voorbeeld, de keep. In, de winter al een prachtige verschijning. Maar tijdens het broedseizoen steken de mannetjes nog een tandje bij (of een stukje minder in dit geval).

Meneer keep in de winter bij ons.

En gesleten meneer in zijn broedgebied.