Eén van de sympathiekste vogeltjes die ik ken is het staartmeesje. Een nerveus bolletje met een lange staart. Zijn naam heeft hij dus niet gestolen. Ze duiken op dit moment op in groepjes actief rondhippend in de struiken in groepjes van vaak tientallen vogels. Vaak vergezeld van andere mezen of ander klein grut. Groepen die trouwens vaak het bekijken waard zijn, want er kan vanalles tussen meehuppelen.
Noorderling.
En soms zitten er exemplaren tussen met een volledig witte kop. Dit kan een witkopstaartmees zijn of de Noordelijke ondersoort caudatus. Maar opgelet een witkopstaartmees heeft altijd een witte kop. Maar een staartmees met een witte kop is niet altijd een witkopstaartmees.
Een echte caudatus heeft een zuiver witte kop. Met het minste bruin of zwart in de wangen of hals spreken van een “witkoppige staartmees”. Een tussenvorm, mogelijk een hybride, of een afwijkende vogel. Een caudatus is ook op de onderzijde merkelijk witter dan “onze” staartmees. Opvallend is ook de zachte roze schijn op de flanken. Ook het wit op de vleugeldekveren is meestal opvallender en breder.
Dus zeg niet te snel witkopstaartmees tegen eentje met een witte kop. Goed bekijken is de boodschap en met zo een nerveus rondspringend bolletje is dat niet altijd simpel.

Een “witkoppige” staartmees.

Een witkopstaartmees, echte caudatus.