Gisteren kreeg ik van een collega vogelkijker een foto van een groepje plevieren met de melding dat “ze wel heel actief waren”. Het bleken bontbekplevieren te gaan en niet de plaatselijke kleine plevieren die er al maanden rondtrippelen. Een begrijpelijke vergissing.
Hoe hou je deze “tweeling” uit elkaar ? In zomerkleed valt het nog wel mee. De kleine heeft in elk kleed een gele oogring. En in adult kleed bleke pootjes. En tussen de zwarte koptekening en de buine kruin is er altijd wit. En in vlucht is er op de bovenvleugel enkel een smalle vleugelstreep te zien.
De bontbekplevier heeft een veel bredere vleugelstreep in de vlucht. En natuurlijk een bonte snavel. Deze is fel oranje met een zwarte tip. En de pootjes zijn feller oranje dan bij de kleine.
In winterkleed wordt het een ander paar mouwen. Maar de oogring is er nog bij de kleine. En de pootkleur helpt ook. Die blijft gelukkig bewaard ook in winterkleed. En als je ze goed kan bekijken dan zie je dat een de koptekening op de wang bij een kleine uitloopt op een puntje en bij de bontbek afgerond is.
In juveniel kleed wordt het nog wat plezanter. Dan lijken ze wel heel sterk op elkaar. De pootkleur laat ons dan in de steek. De oogring is er wel bij de kleine, maar dan heel wat minder duidelijk te zien. En het beste kenmerk is de wenkbrauwstreep. Bij kleine is deze geelbruin en bij de bontbek wit.
En de kleine is natuurlijk iets kleiner dan de bontbek. Maar dan heb je ze wel allebei nodig.

Kleine plevier in zomerkleed.

Bontbekplevier in zomerkleed.