Momenteel kan je in onze akkergebieden (zuidelijk deel van Belgisch Limburg) regelmatig kiekendieven tegen komen. Maar welke zijn dat dan ?
Bruine.
De meest voorkomende kiekendief in onze regio is tijdens het broedseizoen de bruine. Geen heel algemene broedvogel in akkergebieden. Ze broedden vaker in grote rietgebieden, maar de “graan-broeders” worden stilaan talrijker. Tijdens de winter kan je ze ook nog tegenkomen maar de meeste trekken weg naar Afrika.
De blijvers kan je herkennen aan hun jachtvlucht. Ze vliegen dan laag boven de grond met hun vleugels in een ondiepe V vaak stoppend en wentelend. Het is onze grootste kiekendief, net iets groter dan de buizerd maar niet zo plomp, fijner van bouw. Met duidelijk langere vleugels en een langere staart. De adulte mannetjes hebben duidelijk zwarte vleugelpunten een effen ongetekende blauwgrijze staart en een grijs vlak op de bovenvleugel tussen de bruine armpendekveren en de zwarte vleugeltop. Hierdoor krijg je een driekleurig (soms zelfs vierkleurig) patroon. De kop is licht geelwit gekleurd en de rug en de buik kanstanjebruin. De adulte vrouwtjes zijn donkerder bruin met een goudgele kruin, keel en vleugelboeg. De 1ste jaars vogels zijn volledig zwartbruin met een goudgele kruin en keel. Soms ook een goudgele vleugelboeg.

Adulte man bruine kiekendief.

Adult vrouwtje bruine kiekendief in typische vlucht.

1ste jaars bruine kiekendief
Blauwe.
De meeste kiekendieven die je in de winter hier ziet zijn blauwe. Deze prachtige vogels zijn duidelijker te herkennen. Zeker de mannetjes. Deze zijn mooi grijsblauw met duidelijk zwarte vleugeltoppen. Als je ze dichtbij genoeg kan bekijken valt het felle gele oog ook op. De bovenstaartdekveren zijn wit. Dit is ook het kenmerk van de vrouwtjes. Maar dit is ook zo bij de grauwe en steppekiekendief. Maar die kom je hier in de winter nooit tegen. In de trek daarentegen. De vrouwtjes dan uit elkaar kennen is niet zo makkelijk. Maar dat is stof voor een andere keer.
Eén van de kenmerken om blauwe en grauwe uit elkaar te houden is de bredere vleugel en de stompere vleugeltop omdat de 5de handpen (ook wel de P5 genoemd) langer is dan bij de grauwe. Verder hebben de vrouwtjes een bruine bovenzijde en de al genoemde witte bovenstaartdekveren. Op de armvleugel hebben ze een variabele geelbruine baan. De onderzijde is beigewit met bruine streping. De 1ste jaars vogels tenslotte lijken heel veel op de adulte vrouwtjes. Maar ze hebben een meer rossig geelbruine onderzijde en de streping zit vooral op de borst. En de baan op de bovenvleugel is ook roodbruin in plaats van geelbruin.

Adulte man blauwe kiekendief.

Adult vrouwtje blauwe kiekendief.