Dag 7: Station two
(zaterdag 10/9/2022)
Onze laatste dag in Batumi. Bestemming was telpost twee. Een stukje rijden en – volgens onze waarschuwingen van de gids – een stevige klim van zeker een half uur. Gezien mijn ‘geweldige’ conditie keek ik er een beetje tegen op. In mijn hoofd had ik mij dan ook voorbereid op een vermoeiende tocht met de nodige spierpijn in de kuiten achteraf. Maar dat was zonder onze prima chauffeur gerekend. Davit had blijkbaar een ander scenario in gedachten en reed vlotjes tot vlakbij de telpost. De vervaarlijke tocht bleek een flauw afgietsel van een paar honderd meter tot op de telpost. Onderweg lag er ook nog eens een cafeetje met een terras (je moet dit bekijken naar Georgische normen), waar wij dan ook post vatten om de voorbijzeilende roofvogels te bekijken. Ik had met deze verrassende wending totaal geen probleem. Mijn kuiten nog veel minder.



De grote aantallen waren voorbij, maar toch was de spektakelwaarde nog zeer hoog. Bellen genoeg, iets verder nu en met wat minder stromen, en vooral de zwarte wouwen deden nu hun best. Een mooie adulte aasgier kwam nog bij op onze soortenlijst, alsook een zekere steppekiekendief. Wat een prachtig beest trouwens!


Toen de trek zo goed als stil viel werd besloten om nog een laatste rit te maken naar nationaal park Mtirale. Een ruw bosgebied in de bergen. Het werd een lange en kronkelige rit langs een wilde rivier. Het bezoekbare gedeelte van dit natuurgebied bleek eerder een pretpark dan een nationaal park. Ritjes met quads en paarden, stalen kabels tussen de bomen (waar Nigel niet aan kon weerstaan), terrasjes, hotels en barretjes in overvloed. Gelukkig dat een groot deel van deze natuur ontoegankelijk is wegens haar stijle en ruwe hellingen.
Een stop een een paar bruggetjes leverde nog een paar bijkomende soorten op voor onze triplijst: waterspreeuw en grote gele kwikstaart.




Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 8 – Extraatje’
Foto’s: Jan Pelckmans