Richting het verre noorden, dat was ons doel toen we in het busje stapten. Een vrij lange rit, maar meer dan genoeg te zien onderweg. Ooievaarsnesten tellen, bij 50 ben ik na een tiental kilometers gestopt, onbegonnen werk. Ze zitten echt overal, lopend op de akkers of zittend op hun enorme nesten pal in de kleine dorpskernen. Op diezelfde akkers, die ondertussen het boslandschap waar we tot dan in rondreden hadden vervangen, ook regelmatig kraanvogels. Statig schrijdend op zoek naar voedsel.
Een noodstop was nodig toen Gert een roofvogel had ontdekt die duidelijk geen buizerd was. Het bleek een zwarte wouw en volgens onze gids een vrij zeldzame broedvogel in Litouwen. Die stond mooi op ons reislijst.
Gewoon of noch niet?
Om de lange rit wat te onderbreken maakten we een stop bij een voormalig visvijvercomplex. De brede rietkragen en de omliggende ‘meadows’ (natte en natuurlijk graslanden) zouden bij ons dadelijk een beschermingsstatus krijgen van de hoogste categorie. Tussen de verschillende eendensoorten, een paartje roodhalsfuten. Voor het eerst in mijn leven hoorde ik hun baltsroep. Speciaal.
Een voorbijvliegende visarend maakte het plaatje compleet.
Nadat we aan onze slaapplek (die we minimaal zouden benutten) voor de komende nachten waren aangekomen gingen we dadelijk in de buurt op pad. Een historische plek met een bescheiden parkje errond leverde een middelste bonte specht op en een boomkruiper. Er was even verwarring in de groep toen de gids hem bestempelde als ‘common’. Het was wel degelijk de voor onze zeldzame taigaboomkruiper. De ondersoort die wij hier kennen als de ‘gewone’ komt hier simpelweg niet voor.
Hoogtemeters

Tegen de avond reden we naar een van de regionale parken die Litouwen rijk is. Een plaatselijk natuurgebiedje met wat voorzieningen, zoals wat zitbanken, plankenpaden en een kijkhutje of – toren. Die uitkijktoren bleek een wat uit de hand gelopen project dat met steun van Europa werd gebouwd om indruk te maken op de bezoekers. Opdracht geslaagd! Wat een unieke constructie. Vanaf het bovenste platform had je een prachtig zicht op het natuurgebiedje (naar Litouwse normen durf ik hier een verkleinwoord te gebruiken). Dat we in eerste instantie enkel een zwemmende wilde zwaan mochten aanschouwen was even niet mijn zorg. De toren trok – terecht – alle aandacht naar zich toe.


Effe zoeken
Maar een van de doelen van deze lange trip was de oeraluil. In een bosgebied vlakbij ons hotel bevond zich de unieke plek waar vier broedparen van deze voor ons epische uilensoort elk jaar verbleven. Voor velen uit de groep een eerste kennismaking met deze soort. Volgens de gids kwamen ze jagen boven de slootjes die zich langs de boswegen bevonden. Wij zouden dus rondrijden in deze bossen en werden geacht om in de bosrand te speuren naar een bleke uil die meestal omlaag keek, zoekend naar zwemmende ‘water voles’ (vrij vertaald; waterwoelmuizen). Met goede moed vetrokken wij voor een 2 uur durende nachtrit over hobbelige boswegen. De koplampen van de busjes op volle sterkte en zo hoog mogelijk gericht. Dit samen met enkele lichtbundels vanuit de zijraampjes die op elke open plek over de bomen streelden. Een korte en zeldzame stop bracht alvast een andere uilensoort op de lijst: dwerguil. Een in de verte roepend exemplaar werd vakkundig door onze gids dichterbij gelokt. Dichterbij is een verkeerde uitdrukking. Een minuscuul uiltje kwam pal boven ons hoofd op een tak zitten. Druk rondkijkend en vaak terugroepend. Ondanks dat het al vrij donker was konden we het mooi bekijken. Hevige jongens die dwerguiltjes.
We zetten onze tocht verder. Overstekende das, spelende wasberen (niet zo welkom duidelijk). Maar voorlopig geen oeraluil. Buiten een korte roep uit de verte bij een stop bleef het uil-loos. De twee geplande uren waren al lang voorbij. Middernacht werd overschreden. De groep had er zich al bij neergelegd dat we zonder oeraluil ons bedje in zouden kruipen. Maar dat was zonder rekening te houden met onze gedreven gids. Een bruusk rem-maneuver en een gedempte euforische mededeling ‘Got one’, schudde iedereen wakker. In de lichtbundel van de zaklamp – open en bloot op een tak van een hoge boom – zat een oeraluil. Hoewel het denkelijk maar een paar tiental seconden waren kon ik hem mooi bekijken. Zalig beest!
Plaspauze-soort
Onze laatste vogelkijkdag in Litouwen was aangebroken. We gingen opnieuw op pad in de bossen waar we gisteren uren hadden gezocht naar onze mysterieuze oeraluil. Tijdens een ontbijt in een idyllische boshut werd de toon al gezet. Roepende kraanvogels op de weg, roffelende spechten en een mannetje keep. Een soort die wij in de winter ook thuis kunnen zien, maar zelden of nooit in het kleurenpallet dat ze hier tentoon spreiden.
We gingen op zoek naar witrug- en drieteenspecht. Geen makkelijke opdracht zo bleek. Maar de mogelijke troostprijzen waren ook van een hoge kwaliteit. Zwarte ooievaar mooi zittend op de bosweg, roepende en even later prachtige te bekijken grijskopspecht. ‘Common’, was de voor ons zwaar onderschatte uitspraak van de gids. Maar voorlopig geen zeldzamere spechten.
Ik was blij dat we na – weer een hobbelig – stukje bosweg de busjes aan de kant zetten. Mijn blaas gaf al even aan dat ze dringend moest geledigd worden. Dus zonderde ik mij snel af van de groep, die samen met de gids nog eens een opname van de roffel van drieteen het bos in stuurde. Tijdens mijn verlossende activiteit zag ik plots een specht landen op een dode spar vlak voor mijn neus. Mijn plasmomentje kon niet snel genoeg verlopen. Want ik zag geen enkele rode veer op dit exemplaar. Gelukkig bleef de specht langzaam naar boven hippen op de boomstam. Dit was een drieteen! Nadat ik mijn broek terug had dichtgeritst mocht ik met een gedempte stem mijn ontdekking – vergezeld met armengezwaai – melden aan de groep. Het beestje was zo vriendelijk van te blijven zitten, zelfs nog wat dichter te komen. Prachtig gezien. Op dat moment zweefde het idee om een plaspauzelijst te starten even door mijn hoofd. Ze zou alvast starten met een topsoort.
Epiloog: missing the moose
Even de conversatie tijdens een van onze eerste ochtendlijke zoektochten reconstrueren: ‘Stop, stop, een eland!’, ‘waar,waar?’, ‘achter die omgevallen den’, ‘It’s a kalf’, ‘het zijn er twee’, waar? waar!!?’, ‘ze lopen naar rechts’, ‘ze draait zich om’, ‘mooi, mooi!’, ‘waar? waar!!!?’, ‘net achter die omgevallen den’, ze komen terug’, ‘wow, nu mooi te zien’, ‘waar? waar!!!!!!?’, ‘ze wandelen weg’, ‘echt mooi gezien’,…
De waar’s uit dit gesprek kwamen vooral van mij. Zittend op de achterbank en aan de buitenkant. Geen eland gezien, in tegenstelling tot alle anderen. Maar geen nood, volgens onze gids, we gaan er zonder twijfel nog zien. Conclusie aan einde van de trip. De waanzinnige waarneming – volgens mijn medereizigers – van een moeder met een tweedejaars kalf bleek onze enige kans. Dus: I missed the moose.

Het bleef de running joke tijdens de rest van onze trip. Mijn lichte ergernis werd nog wat aangewakkerd omdat we om de haverklap wel signalen tegen kwamen dat er elanden rondliepen. Stevige keutels van eland, pootafdrukken van eland, veegsporen van eland en mijn bij benadering beste waarneming, plonsende geluiden van een eland die volgens de gids binnen een paar tellen de weg ging oversteken. Niet dus. Voorlopig geen eland voor mij. Maar ik blijf hoopvol.
Wel 5 lifers: auerhoen, hazelhoen, dwerguil, oeraluil en drieteenspecht. En honderden prachtige en leuke herinneringen aan een mooie reis in Litouwen.