Rescue ranger

Een weekje verlof en droog weer, dat wordt een topweekje om vogels te gaan kijken. Tot dat droge weer doorsloeg naar warm, neen, heet weer. Ik kan er niet tegen en de vogels vonden er ook niets aan. Toch kon ik, vooral in de vroege en wat koelere ochtenduren, er wat zien.

Bronsgroen

Op maandag dus al vroeg uit de veren. Bestemming was een kleine parel vlak bij Tongeren: de Keiberg. Een gebiedje waar ik al langer eens wilde gaan piepen. Want een paar jaar geleden werd hier al een broedsel van grauwe klauwier gemeld. In onze regio voorlopig nog een uitzondering. Deze keer geen grauwe op het menu, maar de ster van ons Limburgs volkslied. Daar zingt hij in het bronsgroen eikenhout: de nachtegaal. Hier was het eerder in de vliertakken en de wilgen. Maar hij zat er wel. De eerste die ik hoorde in een mooi valleitje met een streepje mist erbij. Sfeervol. Nummer twee – want er zongen er meer – vlak langs het wandelpad keihard van katoen aan het geven. Weer eentje voor mijn Fruitstreek jaarlijst. Maar vooral een geweldige soort om te horen.

Nachtegaal – Keiberg Tongeren – 25 mei 2026 (archieffoto)

Natte broek

Op dinsdag alweer vroeg op. tijd voor de volgende inventarisatie in de Broekbeemd. Het begint trouwens leuk en vooral interessant te worden met een mooie soortenlijst die de 20 soorten al even gepasseerd is. Toch stelde ik mij bij vertrek de vraag waarom ik dit voornemen al zo vaak heb afgeblazen na een paar tellingen. Tijdsgebrek? Onvoldoende kennis van geluiden? Te veel gedoe? Tot ik na een uurtje met een kletsnatte broek van het bedauwde gras en tintelende billen van de netels die tot aan mijn middel reikten beduusd in de Broekbeemd stond. Rond mij vanuit elke struik het gepiep van uitgevlogen jongen van wie weet welke soort. Daartussen probeerde ik mij te focussen op de korte zangstrofes van de adulten die op het moment dat ze hun snavel even niet vol eten hadden voor hun kroost lieten weten dat ze er nog waren. Dan is het wel doorbijten. Gelukkig dat die zingende wielewaal wel volop van zich liet horen. Samen met de talrijk aanwezige bosrietzangers. Maar liefst 17 zangposten kon ik noteren. Opgelet, dit zijn niet allemaal zekere broedparen. Op dit moment trekken er nog heel wat van deze vliegende jukeboxen door. Ze komen pas begin mei aan. Tijdens de momenten dat ze ergens even pauzeren beginnen ze al dadelijk te zingen. Trekken die door, dan hoor je er op die plek vermoedelijk geen meer. Maar het wordt nog wat ingewikkelder. Want de vogels die zich wel settelen, houden vanaf dat er een nest is ook hun snavel dicht. Ze dan zien – liefst met voedsel of uitwerpselen van de jongen in hun snavel – is de kunst. Of letten op hun korte alarmroep. Maar die is al even verwarrend als die piepende jongen die ik nu overal hoor. Het leven van een vogelteller kan hard zijn.

Gered

Donderdag ging ik opnieuw op pad om vogels te inventariseren. Deze keer in het andere gebied dat ik wil opvolgen: de Caetsweyers. Bij aankomst werd ik al dadelijk verwelkomd door een jonge lepelaar. Die liep langs een van vijvers. Ik kon er wel redelijk dichtbij komen. Onervaren zeker? Tijdens de telling kon ik toch heel wat jong leven ontdekken. De kokmeeuwen zaten nog voorbeeldig te broeden. Maar de grote canadese ganzen, meerkoeten en wilde eenden zwommen al rond met donskuikens. Dat is wat je noemt een zeker broedgeval. Blijkbaar krijgen ze het waterpeil niet zo makkelijk in evenwicht. Ook hier zal de warme periode en de droogte wel een rol spelen. Bij heel wat vijvers lagen de eilandjes dan ook droog. Een ideale plek voor de kleine plevieren om te broeden. Ik mocht meerdere nesten opschrijven.
Op het einde van mijn bezoek zag ik dat de jonge lepelaar nog steeds op dezelfde plek stond. Maar nu met de kop in de veren. Geen goed teken. Dus belde ik naar het Natuurhulpcentrum met de vraag wat ik moest doen. Aangezien het nog heel vroeg was en dus geen volk beschikbaar om naar hier te rijden, kreeg ik de vraag of ik hem wilde proberen te vangen. Tja, proberen dan maar zeker. Ik wandelde voorzichtig tot bij de duidelijk verzwakte vogel. Hij kwam pas in beweging toen ik er maar een paar meter vanaf stond. Om hem niet in de vijver te laten lopen (één natte broek per week is meer dan genoeg), dreef ik hem naar de rand van het bos. Daar greep ik mijn kans en kon de lepelaar, die tevergeefs probeerde op te vliegen, te pakken krijgen. Maar hoe moest ik die vervoeren? Een doos of iets dergelijks had ik niet bij. Daarom trok ik aan de auto mijn trui uit en wikkelde de vogel er in. Met de mouwen bond ik mijn verrassingspakketje dicht. Voorzichtig legde ik hem voor de passagierszetel zodat ik hem in het oog kon houden. Niet echt volgens de verkeersregels, maar nood breekt soms een beetje wet. Op die manier reed ik naar Oudsbergen. Daar stond de persoon van wacht al klaar om deze onfortuinlijke gast op te vangen. Volgens hem hun eerste jonge lepelaar van het jaar. Een bedenkelijke eer. Hopelijk haalt hij het.

Museum

Vrijdag alweer op pad. Met de nog steeds opkomende hitte koos ik opnieuw voor een gebied in de buurt. Een aantal vijvers rond Tongeren leek mij een goede keuze. Toch belandde ik uiteindelijk via een mooie holle weg in de buurt van StHuibrechts-Hern in een bos. Op kaart leek het een leuke plek om te gaan rondwandelen. Tot ik doorkreeg dat ik in Schabos was beland. Wie dit gedrocht niet kent, even wat uitleg. In dit mooie loofbos zijn door de jaren heen meerdere buitenverblijven neergepoot. Niet zo maar een hutje of kleine chalet in het bos, maar echte – weliswaar meestal houten – woningen. Met netjes aangelegde tuinen en vaak hoge en in mijn ogen dure omheiningen. Er is eigenlijk pal in een bos een dorp gedropt. Illegaal en ‘dankzij’ het feit dat heel wat politiekers de verkeerde kant opkeken. Misschien zelf er iets gebouwd hebben. Het trekt op geen fluit. Een grote schande. Eigenlijk zouden ze de naam moeten veranderen in Schandaalbos. Een voorbeeld van de falende ruimtelijke ordening – wanorde noemen ze dat in Vlaanderen – van de voorbije decennia. Misschien is het een goed idee om dit schandelijke voorbeeld ook als waarschuwing te behouden en open te stellen voor het publiek. Bokrijk als museum waar je de leefwijze van onze voorouders kan gaan bekijken. Schabos als plek waar je de gevolgen van een falende overheid en de manier waarop de burgers daarvan gebruik hebben gemaakt – want ook zij hebben boter op hun hoofd – kan zien. Zodat we die fouten niet meer opnieuw zouden maken. Of ben ik nu wat naief?

Schabos (foto Visit Limburg)

Langzaam

Zaterdag stond ik op met het geluid van kletterende regen tegen de ruit en gedonder in de verte. Gelukkig, de vroege hittegolf was voorbij. Ik was er zo blij mee dat ik mij aankleedde en na het ontbijt een stevige wandeling ging maken op mijn local patch. Paraplu in de hand, regenjas aan en met een smile op mijn gezicht. Weg hitte. Hoewel ik niet veel vogels zag, genoot ik toch van deze verpozing. De regen die ik kreeg onderweg en het iets te hoge natte gras op de wandelpaden nam ik er bij. Dus kwam ik thuis… met een natte broek.

Zondag sloot ik deze week af met opnieuw een bezoek aan de Broekbeemd. Deze keer echter in gezelschap van de toffe peren van de plantenwerkgroep. Zij hadden een excursie gepland in het gebied en Gert en ikzelf waren welkom om hen een beetje te begeleiden. Dit werd een inspanning die in de wereld van de sportcoaches zou omschreven worden als nutteloos om je conditie met een bijna onmogelijk meetbare fractie te verbeteren. Hun tempo lag zo laag dat we een half uur na het vertrek van hun zoektocht naar planten nog steeds op de parking stonden aan de visvijver waar we vertrokken waren. Gelukkig ging het nadien iets vlotter, maar Gert en ik stonden er toch regelmatig met de nodige verwondering naar te kijken. Wat ook een vreemde ervaring voor ons beiden was, dat er op geen enkel moment werd opgekeken of zelfs niet geluisterd naar geluidjes in de omgeving. Tja, planten maken nu eenmaal weinig geluid. Als dat toch zo is, is dat meestal geen goed teken. Met hun neus tegen de grond ging het langzaam maar zeker verder. Hun soortenlijst werd wel elke minuut indrukwekkender. Soorten als watergras, hoge cyperzegge, kruipend zenegroen, stinkende ballote, wollige munt en rode waterereprijs waren tot dan toe voor mij nobele onbekenden. Een leuke ervaring, dat was het zeker. Maar uiteindelijk gingen Gert en ikzelf nog even naar de reigernesten in de buurt turen. Effe afkicken. Want vogeltjes kijken vinden we toch nog net iets leuker,… en sneller.

Plantenwerkgroep in (stilstaande) actie in de Broekbeemd

Onbekend's avatar

Auteur: Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Plaats een reactie

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research