Mijn vogelkijk-week begon op woensdag met een stevige ‘dip’. Hoewel het bij ons ouwe wijven regende reed ik toch naar Hollogne-sur-Geer. Daar ligt een sympathiek, klein natuurreservaatje waar het vaak goed vertoeven is. Ook deze keer, want er was de voorbije dagen een kuifduiker gezien. Deze vertegenwoordiger van de fuutjes is eigenlijk een gepimpte geoorde fuut. Zo een beetje zoals het verschil tussen een VW Golf die je elke dag tegenkomt in ht verkeer en eentje die op een circuit rondscheurt of op een tuning-evenement met rokende banden rondspint om daarna te staan blinken voor het kwijlende autokenners-publiek. Met dat gevoel, of toch iets dat daarop leek, parkeerde ik mijn auto op de kleine parking aan het reservaat. Een kuifduiker zien, dat deed ik al wel vaker. Meestal echter in zijn veel saaiere winterpakje. Een keer kon ik er eentje in zomerkleed bewonderen aan de bezinkingsputten in Tienen. Maar van heel ver. Aan de foto’s van dit exemplaar te zien, was de kans om hem mooi dichtbij te zien bestaande.
Aan de plas waar de kuifduiker meermaals was gezien stonden al twee vogelkijkers. Maar ik zag dadelijk dat eentje, die met de lange telelens, er wat lusteloos bij stond. Met reden bleek even later. Want de gepimpte fuut bleek gevlogen. De tientallen geoorde fuutjes brachten een klein beetje troost. Maar ik reed kuifduiker-loos richting Wellen. Onderweg zorgde de regen voor nog een extra down-gevoel. Tja, het kan niet altijd kermis zijn.

Zuiders
Ondertussen ontbrak de zomertortel nog steeds op mijn jaarlijst. Daarom ging ik zaterdag bij het ochtendgloren op pad in de Meersbeemden. Een leuk gebied vlakbij in Borgloon. Daar waren er de voorbij dagen meermaals gezien. Ik wandelde op mijn gemak tot helemaal aan de spoorberm. Maar zonder ‘getur’ te horen. Ook het afspeuren van alle toppen van de struiken en de dode bomen bleven tortel-loos. Was er een volgende dip in de maak? Op de terugweg vloog er een duifje over. Maar voor ik ze goed kon bekijken was ze al achter een populierenbosje verdwenen. Te weinig om zomertortel op mijn lijst te zetten vond ik. En dan…vlak voor ik aan de weg kwam hoorde ik de verlossende stille roep van mijn doelsoort. Vlot draaide ik mij om op mijn hielen en even later stond ik onder een eik waarin een zomertortel zat te koeren. Na enige tijd vloog ze op om iets verder in een vlier volledig open te gaan zitten. Zoals zomertortels dat wel vaker doen. Eerst volop roepend en dan zichzelf mooi poetsend. The full-experience. Dat er nog een paartje voorbij vloog maakte mijn waarneming nog wat leuker. Minstens twee paartjes zaten hier. Voor deze rode-lijst soort een opsteker.

Daarna reed ik door naar Piringen. Pierre had een paar dagen geleden hier een orpheusspotvogel gevonden. Deze zuiderse versie van ‘onze’ spotvogel is aan een opmars richting onze streken bezig. De klimaatopwarming zorgt hier voor, veronderstel ik. Op de aangeduide locatie zat inderdaad eentje volop te zingen. Aangezien ik deze soort niet elke dag hoor, liet ik Merlin er even op los. Die bevestigde dadelijk mijn vermoeden dat ik naar de orpheus van Pierre stond te luisteren. Het werd nog iets leuker, toen er een wat bleker exemplaar van een spotvogel uit een meidoorn vloog en zich heel kort mooi liet bekijken. De zanger van dienst zat op dat moment nog steeds in de boom achter mij van katoen te geven. Volgens mij zat hier een paartje. De kans op een broedgeval voor de Fruitstreek werd hiermee iets groter. Dat zou pas de max zijn!

Dromenland
Zondag stond de volgende ABV-telling (Algemene Broedvogels) op mijn programma. Want tegen eind van de maand moet die klus geklaard worden. Met ondertussen een zeer zonnige periode een goed moment. Als je er vroeg aan begint dan toch. Dus stond ik om 5 uur al op.
Voor ik er aan begon, reed ik nog even naar de akker in Aals-bij-StTruiden. Vlakbij en misschien was de kwartel die daar was gehoord ook al vroeg uit de veren. Hopelijk voor dit beestje niet letterlijk. Als vogel is dat niet de beste keuze. Maar in die akkers bleef het buiten het gekweel van veldleeuweriken stil.
Dus verder door naar centrum Sint-Truiden. Want mijn twee hokken die ik hier ga tellen liggen in de stad en op een industrieterrein. Niet dadelijk de plek waar je vogels gaat kijken. Wel, daar heb ik toch een ander idee over. Niet dat ik speciaal hier ga rondlopen, maar door zo een telling te doen krijg je toch een ander zicht op de zaak. In het hok in Bergerven dat ik een week geleden telde en dat volledig in een bos ligt telde ik 16 soorten en 50 verschillende individuen. Hiervan zag ik er met moeite een paar. In het hok dat in de stad ligt mocht ik 18 soorten noteren en maar liefst 105 exemplaren. Die ik bijna allemaal ook kon bekijken. Op het industrieterrein tikte ik zelfs 26 soorten in! Wie zegt dat er in de stad niets te zien is…

Het feit dat ik deze keer voor een, heel vroege, zondagmorgen koos zorgde dat het een stuk rustiger was dan de vorige telling op een weekdag. Hierdoor hoorde en zag ik uiteraard meer vogels. Daarbij waren een aantal zomergasten ondertussen aangekomen. Een zingende spotvogel achter de Hubo was dan ook een leuke waarneming. Maar ik genoot vooral van de door de lucht klievende gierzwaluwen. Ze deden volop het ding waardoor ze hun naam kregen: gieren. De Truienaren die voor een groot deel nog in dromenland vertoefden wisten niet welk prachtig spektakel er zich boven hun dak afspeelde. Acrobatische vluchten waar de artiesten van Cirque du Soleil zonder twijfel jaloers van worden.
Om mijn weekje vogels kijken af te sluiten reed ik toch nog eens terug naar de akkers in Aalst. Want het was nog redelijk vroeg. Ik was nog maar goed honderd meter ver gewandeld of ik hoorde de kenmerkende ‘pit-pieriwit’-roep van een kwartel. Jawel, ze had blijkbaar wat langer geslapen op deze zondag. Maar nu liet ze zich horen om op mijn jaarlijst te raken. Check!
Mooi verhaal.De zomertortel staat hier ook nog op het lijstje.Je hebt hem mooi in beeld gebracht.Geen drukke achtergrond.
LikeLike