Na onze mooie reis naar Lesbos was de pret nog niet voorbij. Op zaterdag 9 mei was namelijk de jaarlijkse birdathon gepland. Om 5 uur zouden we er in de Fruitstreek al aan beginnen. Geen probleem, tenzij je vliegtuig om middernacht is geland in Zavemtem. Zelf zag ik mijn bedje maar een paar uurtjes en Gert besloot zelfs om in zijn auto even proberen te slapen in centrum Wellen. Gelukkig doet gek zijn niet zo heel veel pijn.
De birdathon is een organisatie van Natuurpunt waar heel veel vogelwerkgroepen de ganse dag op zoek gaan naar vogels. Veel soorten scoren is de boodschap. Hoewel Limburg één regio vormt, gingen wij enkel op pad in de Fruitstreek. Wouter had er werk van gemaakt. Hij huurde een busje zodat wij samen konden rijden, affiches op de ramen en zelfs een roadbook voor iedereen. Dit leverde ons maar liefst 94 soorten op. Met snor, een verre grauwe kiekendief en een grauwe klauwier als uitschieters. Ik hield het wel niet uit tot op het einde. Om 17 uur was mijn kaarske uit.

Telwerk
Zondag bleef ik iets langer in mijn bed liggen. Kwestie van een leuke reis en een vermoeiend vervolg verteerd te krijgen. Het bleef met een wandeling in de Herkvallei, mijn local patch. De telling in de Broekbeemd schoof ik verstandig op naar later in de week.
Donderdag stond ik om iets voor 6 uur al klaar om deze uit te voeren. Mijn schema zou anders te ver achter geraken. Twee zingende wielewalen en maar liefst acht zangposten van bosrietzangers maakten het een mooie voormiddag. Die wispelturige zangers blijven toch een van mijn favorietjes.
Donderdag opnieuw vroeg uit de veren. Caetsweyers was aan de beurt. Daar bleken de kokmeeuwen goed bezig met een kolonietje te vormen. Ik telde minstens 11 nesten. De kleine pleviertjes waren ook present. Er trippelden zeker 8 paartjes rond. Eentje kon ik zittend op een nest, als je dat bij deze kleine ADHD-ertjes zo kan noemen, betrappen. Ik ontdekte ook een pullus van een kievit. Dit stond heel stil te wezen tussen de biezen. Begrijpelijk, want met al dat meeuwengeweld is dit ongetwijfeld een kievit voor de kat.
Aangezien deze telling er meestal na een goed uurtje op zit, reed ik nog even door naar Bernissem. Daar was een grote karekiet gespot de voorbije dagen. Na even zoeken hoorde ik zijn luid gekras uit een smalle rietkraag. Horen prima, maar zien dat was een ander paar mouwen. Gelukkig slaagden een paar collega–vogelkijkers daar duidelijk wel in. Waarvoor dank.

Lijstjes-koorts
Zaterdag opnieuw tellen geblazen. Deze keer in Bergerven, een hok van ABV (Algemene Broedvogels) dat volledig in bosgebied ligt. Dus moest ik vooral mijn oren spitsen. Ik zag welgeteld twee vogels voorbijflitsen, de rest was auditief (enkel gehoord). Bij tellingen is dat wel meer het geval. Wat mij opviel waren de weinige spechten, boomklevers en boomkruipers. Vorige keer tekenden die wel present. Deze telling scoorden vooral de roodborsten, vinken en koolmezen.
Na alle telpunten bezocht te hebben reed ik door naar Bichterweerd. Dat leuke gebied lag vlakbij. Mijn bezoek begon met een patrijs die zich mooi liet zien. Al lang geen makkelijke soort meer om te ontdekken. Ook hier ging ik even in inventaris-modus. Het koppel zwartkopmeeuwen dat vorig jaar hier kwam broeden was niet meer alleen. Ik telde minstens vier nesten. Een zippende graszanger was een leuke afsluiter. Tenslotte ging ik nog richting Negenoord. Een kijkje nemen bij het paartje ooievaars dat weer een van de nestpalen heeft ingenomen. Eentje bleek geringd. Even aflezen, maar dat bleek geen makkie. De ring was heel vuil en de drager ervan vertikte het om zich even om te keren zodat ik de kant waar de code wel zichtbaar was kon zien. Uiteindelijk lukte het dan toch. De mail naar het, hopelijk juiste, project is al vertrokken. Benieuwd waar deze ooievaar vandaan komt.

Zondag geen tel-taak. Gelukkig, want het bleek een druilerig regenvoormiddag. Toch ging ik op pad. Het zou een easy-birding-trip worden. Met de auto van de ene plek naar de andere en als het even kan vogels kijken vanuit de wagen. Niet de manier van birding die mijn huisdokter mij zou aanraden. Maar nood breekt wet. Ik had de voorbije dagen de rangschikking van de jaarlijsten voor dit jaar in onze regio al een paar keer bekeken. Ik zat duidelijk opnieuw in lijstjes-modus. Ook al ontkende ik dat in mijn hoofd. Ik stond op plek drie. Dat er twee ‘nieuwelingen’ voor mij stonden was een leuke vaststelling. Maar ik had toch de drang om een aantal soorten die zij wel zagen en ik niet te gaan zoeken. Het papiertje met de locaties lag al klaar. Tja, lijstjes… ze kruipen toch altijd weer in mijn hoofd.
Maar het bleek geen makkelijk opdracht. De zomertortel die ik in Hoepertingen wilde afvinken gaf niet thuis. Op de dode boom waar ze in mijn gedachten netjes zou zitten zag ik houtduiven en een paartje holenduifjes, maar geen zomertortel te bespeuren. Dus reed ik door naar Lauw. Daar bezocht ik meerdere vijvers op zoek naar de illustere bergeend. Wilde, tafel- en kuifeendjes bij de vleet. Van de laatste zag ik er 26 samen. Maar geen bergeenden te zien. Gelukkig was mijn volgende bestemming wel succesvol. Jens had in Vechmaal een spotvogel gespot (leuke zin, niet?). Op een telpunt waar ik ooit akkervogels ging noteren en dan ook een spotvogel zag. Vermoedelijk de reden waarom hij er was gaan zoeken. Deze bleek plaatstrouw en zat luid te zingen in de holle weg. Check.
Laatste opdracht was het vinden van een roepende kwartel in Montenaken. Op de aangegeven locatie ontdekte ik een mooi wild akkertje waar deze soort zich zeker thuis zou voelen. Maar even roepen terwijl ik er stond, ho maar. Buiten wat kwelende veldleeuweriken en tsjippende gele kwikken bleef het oorverdovend stil. Dirk 1 – onvindbare vogels 3. Een pijnlijke nederlaag. Of toch niet? Het was een leuke voormiddag. De overvliegende roofvogel was een mooie bonus. Ik dacht aan bruine kiek, tot de AI van waarnemingen.be op basis van mijn foto er een zwarte wouw van maakte. Volgens het systeem 100% zeker. Ik blijf toch wat twijfelen en heb de foto al vaak herbekeken. De specialisten zullen het mij zinder twijfel wel vertellen als dit niet klopt. Ondertussen blijf ik netjes op plaatsje drie staan. Toch nog op het podium.
