Let’s Lesbos part 3

Met nog één lifer te gaan en een verbroken record in the pocket begonnen we aan onze laatste dagen van onze trip. Iedereen, maar vooral Gert en ik, waren gebrand om de lat voor de volgende groepen die Lesbos kwamen bezoeken zo hoog mogelijk te leggen.

Jeneverke

Het begon ’s morgens al goed. Aan de ontbijttafel vertelde Patrick, onze chauffeur en fotograaf, dat hij een citroenkwikstaart had gezien in het gebiedje vlak tegenvoer het hotel. Bijna iedereen liet zijn bordje staan, ook al lagen er lekkere omeletjes op en stormde naar buiten. Zelf moest ik nog even mijn verrekijker gaan halen. Hopelijk bleef hij zitten. Op de plek waar de kwikstaart was gezien stonden nog een paar vogelkijkers die de vogel netjes aanwezen. Maar ik kon hem niet vinden! Frustratie! Dan vloog hij op en landde in een struik iets verder. Daar kon ik een glimp opvangen, maar om er dan zo maar een citroenkwik van te maken was niet vanzelfsprekend. Gelukkig bleef hij zitten om zich uitgebreid te poetsen. Hierdoor kon ik mij nog wat verplaatsen en kreeg ik deze mooie kwikstaart vol in beeld. Wel geen lifer, maar wel nummer 161 op onze lijst. De lat ging een stukje omhoog.

Citroenkwikstaart (foto: Patrick Keirsebilck)

Een aantal van de dames waren blijven zitten aan de ontbijttafel. Ze genoten wel van het schouwspel van de zenuwachtige en rondrennende heren die een kwikstaart verkozen boven een warm ontbijt. Of misschien was het omdat ze dachten dat het om een citroenjenever ging. Dat was alvast wat ik Gilberte hoorde zeggen iets later toen iedereen aan tafel zat. Of waren ze dan mogelijk wel mee naar buiten gestormd? We zullen het nooit weten.

Na het ontbijt vertrokken we voor de langste rit van onze trip. Helemaal tot het westelijke punt van het eiland. Met een paar bizarre tussenstops. Als we eens wisten wat er ons nog allemaal te wachten stond. Tijdens een afdaling ging Johan in het eerste bus vol in de remmen. Patrick kon nog maar net gestopt geraken. Maar een knal voorspelde weinig goeds. Blijkbaar was een van de remschijven van het wiel gesprongen. Deze had de voorbije dagen ons al getrakteerd op een slepend geschuur. Nu dus niet meer. De oorzaak van dit voorval was een slangachtig ding dat over de weg kroop. Het bleek een pootloze hagedis te zijn, die luistert naar de vreemde naam scheltopusik. Zowel de naam als het beestje zelf horen volgens mij thuis in een rariteitenkabinet. Wie verzint het, een hagedis uitvinden en er dan geen poten aan zetten. Het beestje maakte er blijkbaar geen probleem van. Ze ging er in een rotvaart vandoor en kroop zelfs even over mijn schoen. Om dan in een sloot langs de weg te duiken. Daar werd ze nog even achtervolgd door onze paparazzi.

Scheltopusik (foto: Jean-Paul Delombaerde)

Optreden

Tijd om door te rijden. Hoewel de sfeer in ons busje toch even omsloeg van enthousiast naar lichte bezorgdheid. Door de bergen rijden met een remschijf minder. Is dat wel een goed idee? Maar ons busjes-onheil was nog niet aan zijn toppunt. Onderweg kregen we in een flits een vrouwtje grauwe kiekendief in beeld (nr. 162). We deden nog een tussenstop aan de voet van het klooster waar we de dag voordien de smyrnagors hadden ontdekt. In de hoop hem nog wat beter in beeld te krijgen. Dat lukte niet echt. Wel ontdekte Patrick V. een isabeltapuit die rondhipte met voedsel in haar bek. Niet ver van de weg zat er blijkbaar een nest. Dit leverde voor de fotografen mooie beelden op en voor mij weer een aantal minuten vol genieten van deze bij ons zeer zeldzame dwaalgast. In deze vallei vlogen er tientallen rond.

Niet veel later stonden we opnieuw aan de kust. De plek waar heel wat trekvogels voor het eerst op Lesbos aan land komen tijdens hun tocht naar hun broedgebieden meer noordelijk in Europa. Daar vonden we geen nieuwe soorten voor onze lijst. Maar kregen we wel een geweldig optreden van een rosse waaierstaart. Net voor we aan het strand aankwamen had het eerste busje al een voorprogramma gekregen omdat er eentje voor hen op de draad kwam zitten. Een vogelkijker met een motor reed echter, voor wij de rosse waaierstaart vanuit ons busje konden bekijken, naast ons door en joeg onze artiest de bosjes in. Maar dit werd ruim goedgemaakt aan het strand. Eerst liet deze rosse waaierstaart zich mooi bekijken zittend op een omheining. Om dan actiever te worden. Hij zong dat het een lieve lust was en deed het ding waarom waaierstaarten hun naam kregen, volop zijn staart openspreiden om te pronken met zijn prachtige tekening op de staart. Opnieuw genieten aan 200 per uur.

Rosse waaierstaart (foto: Patrick Keirsebilck)

Spot

Nadien maakten we nog een korte wandeling in de buurt. Daar hoorde ik uit een struik een ‘tekkend’ geluid. Dat is altijd de moeite om even verder te onderzoeken. Het grootste deel van onze groep was al doorgelopen en we stonden met drie te turen naar een geluidmakende struik. Plots kwam de producent te voorschijn. Een kleine zwartkop! (nr. 163) ging even mooi in een ijzeren omheining zitten. Om dan naar de overkant van de weg te vliegen om daar nog een te poseren op een takje. Mooi.

Kleine zwartkop (foto: Patrick Verstappen)

Gelukkig kregen we er nadien nog wel wat te zien, zodat iedereen van de groep deze mooie zanger op zijn lijstje kon aankruisen. We vatten onze terugtocht aan met opnieuw heel wat tussenstops. Aan een bergbeekje genoten we van ons dagelijkse broodje. Maar ook hier zaten weer heel wat vogels. Zelf zag ik er een paar in een struik langs de beek voortdurend omhoog vliegen om terug op hun vaste takje te gaan zitten. Duidelijk het gedrag van een vliegenvanger. Het bleken een grauwe en minstens drie bonte te zijn. Die laatste was nieuw op de lijst. We zaten aan nummer 164.

Maar we waren nog niet aan het einde van ons lijstje. De volgende stop was aan een vervallen kapelletje met een aantal dennen. Hier zou de voorbije dagen een spotvogel gezien zijn. Een soort die ik thuis ook wel eens tegenkom. Maar alles voor onze lijst. Al snel hoorden we zijn kenmerkende deuntje. Zien was een ander paar mouwen. Toch kregen een aantal van ons hem redelijk goed in beeld. Hiermee kwamen we aan nummer 165.

Overleden

Opnieuw op pad, dachten wij. Maar iets verder stond het eerste busje plots stil. Hij weigerde om opnieuw te starten. Na een paar pogingen kwam er terug leven in. Maar niet voor lang. Vlak voor de volgende top was het game over. De rook uit de motorkap en een lang spoor olie op de weg voorspelden niet veel goeds. In the middle of nowhere stonden we beteuterd naar het levensloze wrak te kijken. Wat nu gedaan? Onze gidsen begonnen snel aan een bizarre reddingsactie. Eerst reden ze met zijn tweetjes naar beneden om te bellen omdat er hier in de bergen bijna geen bereik was. Wij bleven wat wezenloos achter. Dan besloot de groep om de tocht te voet naar beneden aan te vatten. Alle materiaal uit het busje meesleurend. Onderweg bleven we uiteraard vogeltjes kijken. Een oostelijke orpheusgrasmus die zich mooi liet bekijken zittend op een steen fleurde onze tocht wat op. Gelukkig kwamen de gidsen vrij snel terug aangereden. Maar ze moesten eerst de sleutel in ons overleden vervoermiddel gaan leggen. Dus wandelden we nog even verder. Enkele dames stapten wel in. Het duurde dan wel heel lang voor ze terug verschenen. Was het andere busje ook naar de knoppen? Toen ze toch kwamen aangereden bleek dat ze samen met de dames, het sterke geslacht maar toch niet sterk genoeg blijkbaar, om het busje aan de kant te duwen. Tevergeefs. Er werd besloten om de ganse groep in het busje te proppen om zo naar het dorpje in het dal te rijden. Een idee dat we misschien al eerder hadden kunnen bedenken. Gert en ik kregen een plekje in de koffer. Niet echt comfortabel op zo een hobbelige weg. In het dorpje moest er gekozen worden wie meekon naar het hotel en denkelijk nog avondeten kreeg en wie in het dorpje moest wachten op de volgende rit. Want met iedereen in het busje tot aan het hotel rijden was zelfs volgens Lesbosische normen not done. Zeker niet met een remschijf te weinig, weet je nog wel. Wat denk je dat Gert en ik verkozen? Inderdaad, een verblijf in dit sfeervolle bergdorpje. Voor het busje vertrok scoorde Gert nog even een paartje palmtortels (nr. 166) waarvan iedereen nog even kwam genieten. Een sympathiekere versie van onze turkse tortel. Het vorige record werd zo verpulverd! De lamsboutjes met een Grieks biertje die ik bestelde op het terrasje smaakten nog beter hierdoor.

Palmtortel (foto: Jean-Paul Delombaerde)

Akkerrand

Uiteindelijk raakte iedereen veilig terug in het hotel. De strategie en het programma voor de volgende dag werd stevig door elkaar geschud door dit voorval. We zouden mogelijk de ganse voormiddag moeten wachten op een nieuw busje. Mijn hoop op een tiende lifer werd daardoor een beetje twijfelachtig. Ook al omdat de soort die ik hoopte te zien volgens Johan al een paar dagen niet meer was gemeld. Tja, negen is ook een mooi resultaat.

De volgende morgen hingen we nog wat rond in de buurt van het hotel. Geen spectaculaire vondsten of nieuwe soorten. De berusting sloop duidelijk in onze groep en de reis terug naar huis was thema van heel wat gesprekken. Het was mooi geweest. Rond 10 uur stond er dan toch een busje klaar. Eentje dat wel volledig in orde was. Een beetje vijgen na Pasen. Na een chaotische sessie koffers inladen met heel veel instructeurs en maar een paar kofferdragers vertrokken we voor onze laatste trip op Lesbos.

Eerste stop een goede plek voor orchideeën. Volgens onze gids kon je hier heel wat leuke plantensoorten vinden. Heel wat, bleek héééééééél wat. Zelfs voor een vogelkijker is dit een paradijsje vol bloemenpracht. Nog meer dan we al hadden gezien. En wees gerust, op Lesbos staan heel veel bloemen. Misschien moeten we onze landbouwers eens meenemen naar hier. Dan weten ze dadelijk wat er bedoeld wordt met een bloemrijke akkerrand. De ene plantensoort na de andere passeerde de revue. Veel te veel om te onthouden. Maar meer dan genoeg om nog eens met volle teugen te genieten. Tussendoor hoorden we nog een zanglijster zingen. (nr. 167).

Overdonderende bloemen-helling

Extase

’s Middags werden we in een idyllisch dorpje door onze gidsen getrakteerd op een typisch Grieks etentje in een al even typisch restaurantje. Dat hadden we wel verdiend na een week doodsangsten (dit is misschien licht overdreven) uitstaan in onze busjes. Op de parking waar we uitstapten ontdekte Gert, uiteraard hij weer, een steenuiltje. Mooi open op een dode boom (nr. 168). In het dorpje zagen we ook nog palmtortels. Het bleef maar komen.

Toch bleek ons geluk nog niet op. Na het eten reden we door naar een locatie waar mijn mogelijk tiende lifer kon zitten. Langs een vrij drukke weg naar Lesbosische normen moesten we een stukje wandelen. De helling langs de kust voortdurend afspeurend. We waren niet alleen. Heel wat passagiers van het vliegtuig dat ons straks naar Brussel zou brengen hadden dezelfde keuze gemaakt. Blijkbaar een traditie. Maar konden we hem vinden, nummer 169 op onze groepslijst en weer een lifer? Jawel. Na een sessie waarnemingen nakijken op de GSM van iemand van onze groep bleek dat ons doel in de voormiddag nog was gezien. We wandelden naar de locatie die op de app stond en niet veel later stond ik, helemaal in extase, naar mijn eerste Rüppels grasmus te kijken. Vlak voor mij op een struik in vol ornaat. Wat een geweldige beestje is dat! Zonder twijfel de mooiste grasmus die ik tot op heden mocht aanschouwen. Een meer dan waardige afsluiter. Ik trakteerde de groep met plezier op het beloofde drankje met een heel brede smile op mijn gezicht.

Rüppels grasmus (foto: Jean-Paul Delombaerde)

Harmonie

Wat een reis was dat! Tien lifers en ik zag zelf 164 soorten (vijf heb ik er gemist). Wat een rollercoaster! Elke natuurliefhebber zou dit eiland eens in zijn leven moeten komen ontdekken. Het is een baken van hoop in onze dolgedraaiende wereld waar welvaart steeds vaker wordt gemeten met centen. Een bewijs dat er nog plekken bestaan waar natuur en mens in harmonie met elkaar kunnen leven. Misschien moeten we onze beleidsmakers hier ook eens naartoe sturen? Of is dat toch niet zo een goed idee?
Voor mij staat het alvast nu al vast. I’ll be back (maar dan wel met wat beter vervoer).

Onbekend's avatar

Auteur: Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Eén gedachte over “Let’s Lesbos part 3”

Plaats een reactie

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research