Let’s Lesbos part 2

Op dag vier nam ik een beslissing die ik mij voor de rest van de reis niet zou beklagen. Met een aantal gedreven en goede fotografen in de groep liet ik mijn fototoestel in de kamer van het hotel liggen. Zo kon ik volop genieten van alle vogels die we mochten bewonderen. Geen gedoe om ze op foto te krijgen. Dat liet ik over aan degenen die daar wel plezier aan beleefden en dat ongetwijfeld veel beter konden dan ik. De foto’s in deze posts spreken voor zich.

Gekruisigde Jezus

De minder goede dagen wat betreft het weer waren achter de rug. Dus stonden we op met een lekker lentezonnetje en een vrouwtje maskerklauwier in de tuin van het hotel. Wat kan je nog meer verlangen? Na het ontbijt sprongen we, weliswaar voorzichtig, alweer in onze busjes voor een trip via de bergen naar de noordkust. Onderweg hielden we wel een korte stop. Onze gids had info doorgekregen dat in een tuin vlakbij een withalsvliegenvanger was gespot. Die zat samen met een bende vogelkijkers netjes op een paaltje op ons te wachten. De vogelkijkers wel op de weg voor die tuin en niet op dat paaltje. Dat zou wel heel gek geweest zijn. Voor mij alweer een lifer erbij.

Withalsvliegenvanger (foto: Patrick Keirsebilck)

Het zou niet de laatste zijn voor deze dag. Via een hobbelig wegje reden we langs de kust tot in een leuk haventje. De plek volgens onze gids Johan om pijlstormvogels te zien. Wat direct na het uitstappen al bevestigd werd. Wel ver weg, maar boven de golven keilden meerdere ‘pijlen’. Eentje was zo vriendelijk om wat dichterbij te passeren. Yelkouan was na wat debat de conclusie. Leuk, maar ik had mijn zinnen toch gezet op de andere pijlstormvogel die hier te zien was: de Scopoli’s. Een tweelingsbroer van de Kuhls die ik ooit in Kroatië heel mooi te zien kreeg vanaf een kleine motorboot. Deze keer was de afstand tussen mijzelf en mijn doelsoort wat groter. We moesten dus voortgaan op hun manier van vliegen. Yelkouan wisselt keilen (zweven boven de golven zonder de vleugels te bewegen) en snel flapperen met de vleugels af. Scopoli’s slaat bijna nooit met zijn vleugels en blijft constant als een gekruisigde Jezus boven de golven zweven. Vaak met grote sierlijke bochten in de lucht. Gert, wie anders, kreeg zo een exemplaar in de smiezen. Zijn ‘pijl’ bleef minutenlang keilen en was zelfs op die afstand merkelijk een stuk groter. Hoewel dit laatste op zo een afstand moeilijk te bepalen is. Maar de gids keurde onze waarneming goed.
Lifer nummer twee van de dag was binnen. Voor foto’s vloog hij echter wat ver.

Vier op een rij

Na nog even over de zee getuurd te hebben en Marc, onze filmregisseur het op zijn heupen kreeg omdat hij hier geen beelden kon schieten, reden we verder langs de hobbelige kustweg. Regelmatig maakten we een stop met telkens een mooi resultaat. Aan een inham hoorden we een zangstrofe die ik alvast niet kon thuisbrengen. Bruinkeelortolaan hoorde ik onze gids zeggen. Het signaal voor de ganse groep om uit elkaar te stuiven en de zanger te gaan zoeken. Die bleek iets verder op een rots te zitten om stevig van katoen te geven. Hij zong er op los en had weinig aandacht voor die rare bende die hem stond te begluren. De fotografen waren in hun nopjes en ik genoot met volle teugen van alweer een nieuwe lifer.

Bruinkeelortolaan (foto: Patrick Keirsebilck)

En nog was de pret niet voorbij. Een stukje verder zette Johan zijn busje alweer aan de kant. In een bosje tussen de zandweg en het strand vatten we post om alweer een leuke soort voor deze reis te ontdekken. Balkanbaardgrasmus stond hier op het menu. Een naam die bij scrabble volgens mij zelfs niet op het speelbord past. Ook die tekende present. Nog geen vijf minuten nadat we waren uitgestapt keken we naar een zingend mannetje boven op een struik. Wat een weelde! Aan hun gedrag, want er vloog ook een vrouwtje rond, was duidelijk te zien dat ze een nestje aan het bouwen waren. Lifer nummer vier van die dag.
Hoewel ik deze toch even moet parkeren. Want zoals ik al vertelde was ik al ooit op Lesbos tijdens een gezinsvakantie. Ik heb zelfs de map met de foto’s, op mijn computer deze keer en niet in mijn hoofd, terug gevonden. Daarin vond ik een foto van een grasmus die ik toen niet op naam kon brengen. Vermoedelijk gaat het om een juveniele balkanbaardgrasmus. Maar ik ben niet zeker. Laten we afspreken dat ik nu deze zekere waarneming mag meetellen op mijn levenslijst.

Balkanbaardgrasmus (foto: Patrick Keirsebilck)

Bij de neus genomen

De volgende dag gingen Gert en ik opnieuw voor het ontbijt in de buurt van ons hotel op zoek naar nieuwe soorten. We kwamen Marc, je weet wel onze filmer, ook tegen. Op een stenig eilandje zag ik iets bewegen. Het bleek een griel te zijn. Na even kijken waren het er zelfs drie. We kregen ook nog eens heel kort hun balts te zien. Een mooie start van wat weer een geweldige dag ging worden.

Geen foto van de griel, wel van de spotter (foto: Marc Gorrens)

Deze keer reden we zuidwaarts. Alweer door een geweldig landschap. Aan een wat troosteloze vijver hielden we een stop. Goed voor een aantal scharrelaars die op de telefoondraden zaten. De rit ging verder door prachtige valleien met heel veel vogels. Het was zoeken geblazen, want op elke steen of struik had je kans om weer een nieuwe soort te ontdekken. Ik hoorde alweer een onbekende zang. Dan durf ik de app Merlin er al eens bijhalen. Die gaf dadelijk kortteenleeuwerik aan! Ik zocht de hele helling af maar kon deze kleine leeuwerik niet vinden. Mijn boodschap aan de gids dat ik deze soort hier had gehoord werd op wenkbrauwgefrons onthaald. Maar er kwam geen ontkenning. Tot ik plots die zang weer hoorde, maar deze keer hoog in de lucht boven mij. Vreemd, want ik heb geen weet dat kortteenleeuwerik al vliegend zingt. Na even luisteren en kijken werd het mysterie opgelost. Het geluid kwam van de voorbijvliegende alpengierzwaluwen. Ze namen Merlin bij de neus. Alweer een bewijs dat je bij deze app altijd dubbel en zelfs meer moet controleren.
Mijn lichte ontgoocheling werd snel weggeveegd met een rotszwaluw die we wat verder mooi konden bekijken. Moving on.

De volgende stop kwam er nadat onze gids een aantal valkjes had ontdekt vanuit de busjes. Want dit zouden wel eens kleine torenvalken kunnen zijn. die jagen namelijk graag in groepen. Het werd zelfs beter. Het waren inderdaad kleine torenvalken, maar dan ook nog eens in gezelschap van een aantal roodpootvalken. Ze gaven een show die zonder twijfel makkelijk een paar sportpaleizen zou vullen. Met vogelkijkers dan uiteraard. Ze doken regelmatig naar de grond om dan hun vangst, kevers of andere insecten, daarna handig in de lucht op te peuzelen. Genieten in kwadraat was dat.

Kleine torenvalk (foto: Patrick Keirsebilck)

Uit zijn dak

We sloten de dag af met een wandeling langs een mooi riviertje. Buiten wat leuke vogels, vonden we hier vooral dagvlinders en libellen. Een van de stokpaardjes van onze gids. Hij was dan ook helemaal in zijn element. De ene nieuw naam na de andere rolde over zijn lippen. Bij eentje werd hij wel heel enthousiast. Het bleek een kleine oeverlibel te zijn. Een zeldzame verschijning blijkbaar. Omdat ik vlak bij hem stond mocht ik zijn relaas van alle kenmerken die deze soort moesten tonen aanhoren. We riepen een aantal fotografen terug, want die wou hij zeker op foto laten zetten. Patrick, die van dat vlijmscherpe metalen bord in zijn tuin, ging door de knieën om deze opdracht uit te voeren. Omdat hij zijn schermpje van de camera door de zon niet goed kon zien fungeerde onze gids als schaduwvlek. Alles voor een goede foto. Een schouwspel dat ik met veel plezier bekeek.

The making off… (foto: Gilberte Smolders)


Mijn enthousiasme en mijn grote mond zorgden na het avondeten en tijdens het rituele afvinken van onze daglijst voor een te snel gemaakte belofte. Met ondertussen zeven lifers (ik dacht dat ik aan zes zat, maar had onze mini-flamingo over het hoofd gezien) op mijn conto sprak ik de woorden ‘tien’, ‘lifers’, ‘groep’ en ‘traktatie’ samen uit. Moest ik mijn portefeuille klaar houden of had ik de lat zo hoog gelegd dat ik er vlot onderdoor kon? We zullen zien.

Kleine oeverlibel (foto: Jean-Paul Delombaerde)
Kleine tanglibel (foto: Patrick Verstappen)

Recordjacht

De dag nadien verkenden we de westkant van Lesbos. Volgens onze gids de beste regio voor vogels. Dus lagen de verwachtingen alweer heel hoog. Niet alleen wat betreft leuke soorten, maar ook de lengte van ons lijstje. Blijkbaar zaten we op schema om het soorten-record dat door Starling-groepen voor deze reis door Lesbos was gerealiseerd te evenaren. De lat lag op 158 soorten. Wij zaten al aan 146. Dat we er vandaag een aantal zouden bij vinden stond in de sterren geschreven. Want we bezochten een van de weinige loofbossen van het eiland. Hoewel, bos was wat overdreven. Een hoop bij elkaar geschraapte steeneiken op een rotsige bodem zouden we hier niet dadelijk benoemen als een bos. Maar we deden niet moeilijk. Daar hadden we kans op heel wat algemene soorten van onze regio die hier zeldzaam bleken. Roodborst, winterkoning, boomkruiper. Wie mij had verteld dat ik met een groepje vogelkijkers hier deze soorten zou gaan zoeken had ik een klap in zijn gezicht gegeven om hem tot de orde te roepen. Maar op dat moment zochten we verwoed naar deze tuinsoorten met volle overgave en met succes. Tussendoor deed ik er nog een lifer bij: de balkanbergfluiter. Eerst op aangeven van onze gids die hem hoorde zingen. Zien was niet aan de orde. Tot we iets verder eentje in een verre eik even zagen voorbij springen. Gehoord en gezien noemen ze dat. Dat werd wat later ook nog eens goed gehoord en goed gezien met een mannetje dat volledig open en vlak bij de weg op een tak ging zitten kwelen. Afvinken! De lijst werd langer en langer.

Balkanbergfluiter (foto: Jean-Paul Delombaerde)

Maar het hoogtepunt van de dag en voor mij ook eentje van de reis moest dan nog komen. We zetten koers naar een oud klooster op een berg. Daar zouden we kans hebben op de voor mij iconische smyrnagors. Na een bezoekje aan het klooster waar we aanwijzingen kregen van een van de paters met een imposante baard welke vogels we er konden zien, wandelden we van de berg waar het klooster lag naar beneden. Op een helling gingen we op zoek naar mijn volgende lifer. Het was even zoeken, maar Gert, alweer, kon er eentje spotten. Zingend in de top van een eikje. Redelijk ver, maar toch goed te zien. Check! Terwijl een deel van de groep de klim naar het klooster terug aanvatte, bleef ik beneden. Hiermee kreeg ik mijn droomgors nog een paar keer mooi in beeld. Dichterbij en dankzij de tele van een daar aanwezige andere Belgische vogelkijker mooi in detail te bekijken. Mijn wens om minstens vijf lifers te scoren werd bij deze vlot overschreden. Ik zat ondertussen aan nummer negen. Nog eentje en mijn bankaart zou moeten bovengehaald worden.

Smyrnagors (foto: Patrick Keirsebilck)

Een extra bezoekje aan de poel waar we een paar dagen voordien het klein waterhoen hadden gevonden leverde dan ook nog eens de soort op waarmee we voorbij het record van Starling gingen: een rietzanger gevonden door onze regisseur Marc. We sloten die avond onze afvink-ceremonie af met 160 soorten. Met nog twee dagen voor de boeg kon niemand voorspellen waar we gingen eindigen. Alvast een stuk boven de lat die we zelf hadden gelegd. The game was on!

Onbekend's avatar

Auteur: Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Plaats een reactie

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research