Gerond!

Jawel, de 300ste soort voor mijn Belgische lijst is een feit. Nogmaals, geen prestatie waar vogelkijkend Vlaanderen ook maar een seconde van zal wakker liggen. Maar voor mij toch een mijlpaaltje. Van het formaat van een heel bescheiden houten versie ergens langs een verlaten veldwegje.

Gisteren ‘scoorde’ ik zo maar eventjes drie nieuwe Belgen. Hoewel het helemaal anders had kunnen lopen. Onze trip naar de kust werd even in het gedrang gebracht omdat Gert – onze vaste chauffeur – liet weten dat hij geveld was door een stevig griepvirus. Maar de rest van de bende besloot dan toch om door te zetten. Wouter werd driver van dienst en samen met hem en Pierre reed ik om 7u ’s morgens richting ons prachtige, verknoeide kustlijn.

Een goede twee uur later stonden we met zijn allen naar een grote groep ganzen te kijken in het overbekende – niet voor mij dus – Vlissegem. Want tussen al die kolganzen en brandgansjes liepen twee spierwitte exemplaren. Waar bijna elke vogelkijker volledig geen aandacht aan zou besteden in normale omstandigheden. Maar hier ging het om een paar Ross’ ganzen waarvan eentje dan ook nog eens een ring rond zijn poot had zitten. Een kenmerk dat in alle andere situaties zou betekenen dat ze straal werden genegeerd bij het bekijken van zo een mooie groep gakkende grazers. Niet deze keer. De ring was het ultieme bewijs dat dit paartje vanuit het verre Canada naar Europa was gereisd. Dit wel met een russenstop in Noorwegen en Denemarken. Een unicum!
Ik wil ons (mogelijk) koppeltje toch even bedanken dat ze meer dan 5 maanden op mij hebben zitten wachten. Want zo lang heeft het geduurd voor ik tot bij hen ben geraakt.
Voor de lezers die wel wat weten van ganzen, maar net als ik totaal geen specialisten zijn – dat bewijs komt er dadelijk nog aan – dit zijn geen sneeuwganzen. Foutje, eigenlijk wel. Maar niet alle sneeuwganzen zijn Ross’ ganzen. Omgekeerd wel. Het gaat hier om een kleinere versie van een sneeuwgans met nog wat andere kenmerken waardoor je ze uit elkaar kan houden. Maar die ga ik jullie besparen. Daarvoor heb je ondertussen een goede vogelgids in je boekenkast staan of – zoals het hoort – binnen handbereik liggen.

Twee Canadese vakantiegasten aan hun ontbijt

Tijd voor een volgende nieuwe Belgische soort. Eentje waar ik liever niet te veel ruchtbaarheid aan geef. De kleine rietgans. Deze sympathieke waterbeesten komen iets meer voor. Om eerlijk te zijn, maar liefst 32.000 keer meer. Dat is het aantal dat vorig jaar op de Wes- Vlaamse akkers op bezoek kwam. Weliswaar een dalende trend (dus voordien was het voor mij nog beschamender). Maar voor iedereen is het ondertussen wel duidelijk dat zo een talrijke wintergast missen op je lijst eigenlijk een (wan-) prestatie is. Een stevige schaamsoort om het in vogelkijktermen uit te drukken. Dus snel aan voorbij gaan zou ik zeggen. Maar het wordt nog pijnlijker.
Na ons bezoekje aan de Canadezen reden we richting Stalhille. Op een van de vele smalle – volgens Wouter te smal – veldwegjes hielden we halt met een groepje van een viertal ganzen. Ze werden in ObsMapp als kleine rietjes ingegeven. Missie geslaagd denk je dan. Toch niet. Want nadien bleken het eerste winter kolganzen te zijn. Mijn kennis van deze groep is echt niet op niveau.
Gelukkig konden we iets verder een 500-tal exemplaren van mijn stevige schaamsoort goed bekijken. Die gingen wel juist de app in.

Aangezien we dicht bij onze Noordzee waren aanbeland, vonden we dat we die grote plas ook moesten gezien hebben. We deden wel een tussenstop aan een iets bescheidenere versie: de spuikom in Oostende. Daar sloten we aan met een trio van jonge Waalse vogelkijkers. Die waren ook op zoek naar de daar ronddobberende ijsduiker. ‘Nog niet gevonden’ was hun antwoord op onze welbekende vraag ‘al gezien?’. Een korte scan bewees dat ze met hun verrekijkers en oude telescoop blijkbaar niet het juiste materiaal hadden om deze wintergast aan de overkant te kunnen zien. Na een kris-kras-rit door de Oostendse achterbuurt stonden we even laten aan die overkant. Al snel vonden we onze ijsduiker terug. Hij had echter beslist om zijn naam alle eer aan te doen, door om de haverklap kopje onder te gaan. Na ons zo toch wel een hele tijd bezig te houden met een spelletje ‘waar-duikt-hij -nu-weer-op’, liet hij zich in mooi licht en redelijk dichtbij volop bewonderen. Wat een beest!

De niet ondergedoken ijsduiker

Tijd om te genieten van een typische kust-maaltijd. Een maatje met ajuin voor de chauffeur en twee porties kibbeling met tartaar voor ons aan een van de viskraampjes vlakbij de vismarkt van Oostende. Wegens gebrek aan parkeerplaatsen en onze gierigheid om te betalen voor een ondergronds plekje voor onze auto, bleef Wouter rondjes rijden in de buurt tot wij onze bakjes met vis – noodzakelijk beschermend vasthouden tegen de dreiging van overvliegende, brutale zilvermeeuwen – ergens konden gaan oppeuzelen. Gelukkig moesten wij hiervoor niet telkens kopje onder gaan.

Na deze bescheiden, maar toch heerlijke, maaltijd reden we op aangeven van waarnemingen.be en onze routeplanner naar een volgende nieuwe Belg voor mij. Dit zou die al lang begeerde nummer 300 worden!
Al snel bleek dat de lieftallige stem uit mijn GSM ons zonder verpinken naar exact dezelfde locatie leidde waar wij deze morgen waren gestart. Blijkbaar zat onze doelsoort daar ergens op een paaltje te wachten tot dat knullige drietal zou terugkeren. Nu dus. Net uit de auto had Wouter hem al in beeld: Aziatische roodborsttapuit. Een oosterse – blijkbaar veel blekere versie – van onze ‘paaltjeszitter’. Het ontbreken van tekening op de stuit is ook een goed kenmerk. Dit wist ik nu wel – omdat ik het de dagen ervoor even had opgezocht in die al eerder vermelde vogelgids – dus determinatie bevestigd. De bescheiden kaap werd op dat moment netjes gerond! Door een vogel die op een houten paaltje zat, symbolisch denk ik dan.

De oosterse schone waar hij hoort: op een paaltje.

Toch was ons avontuur in het verre West-Vlaanderen nog niet voorbij. Nog even langsgaan in de Blankaart, bij Betty en Paul. Niet om bij goede vrienden even op de koffie te gaan. Dit is het koppel zeearenden dat vorig jaar met lentekriebels in hun buik besloten om op deze locatie een gezinnetje te stichten. Broeden deden ze vorig jaar nog niet. Neen, ze doen het in de juiste volgorde. Verliefd worden, plekje kiezen, huisje – in hun geval zeg maar stevig nest – bouwen en dan pas komen er eitjes en kleine zeearendjes. Een joekel van een nest bewijst dat ze er klaar voor zijn. Vanaf een brugje op – gelukkig – respectabele afstand kan hun hele escapades volgen. Bij ons bleef dat beperkt tot een zittend exemplaar in een boom in de buurt van het nest die het vertikte om te bewegen, denkelijk Paul. Even later aangevuld met een korte vliegshow met landing op het nest van – denkelijk – Betty. Het zijn indrukwekkende verschijningen met hun spanwijdte zo groot als een deur. Zo dachten alle reigers en ganzen die in de buurt waren er ook over. Hun reden om ze te bewonderen was er wel eentje uit lijfsbehoud. Ze staan dan ook op het menu van dit kersverse koppel.

Dit nest is een primeur voor ons land en dus ook zeker voor de Blankaart. Nog nooit eerder – althans er zijn geen bewijzen van – broedden er zeearenden in ons landje. Wel hebben we er al lang op gehoopt, maar nu is het eindelijk (hopelijk, want die eitjes zijn er denkelijk nog niet) zo ver. Opnieuw kiest er een iconische soort om in onze natuur voor nageslacht te zorgen.
Eerlijk gezegd ben ik gelukkiger bij het zien van dit jonge koppeltje, dan bij die twee Canadezen die – wie weet via welke storm – bij ons kwamen aanwaaien.

Betty (vermoedelijk) op haar knusse nestje
Onbekend's avatar

Auteur: Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Plaats een reactie

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research