De berichtjes stroomden een na een binnen. Op onze WhatsApp van de vogelwerkgroep werd het woord ‘kraanvogel’ massaal ingetikt. Want ze waren daar. Met duizenden. Van overal uit onze regio werden ze gemeld: overvliegende groepen kraanvogels.
Zelf bleef ik heel lang kraanvogel-loos rondlopen. Maar gelukkig was er een groep van 96 stuks – netjes kunnen tellen – die zich aan mij toonde, na een bezoekje aan een mooi stukje bos bij mij in de buurt waar ik een koppel raven opvolg. Een ‘knorrende’ raaf en ‘toeterende’ kraanvogels. Een mooie combinatie.

Voormiddag ging ik op pad samen met Pierre. Bestemming was een verborgen pareltje: Tiewinkel in Lummen. Dit kleine natuurgebied van Limburgs Landschap ligt vlakbij de autostrade. Dus het geluid van voorbijzoevende auto’s moet je ven wegfilteren. Maar dan blijkt het een mooi stukje natuur. We werden al dadelijk welkom geheten door roepende en roffelende kleine bonte spechten. Ik blijf mij er over verbazen hoe minuscuul ze wel zijn. Aan de vijvers is er altijd wel iets te beleven. Maar de soort die ons – alweer – deed opkijken van wat ze toch kunnen realiseren is de bever. Vlakbij de autostrade heeft een familie een mooie oppervlakte netjes onder water gezet. Met een fenomenaal plekje als gevolg.
Nadien reden we de brug over en kwamen we terecht in een van de meest besproken stukken Limburgse natuur van de voorbije jaren: de Groene Delle. Ondertussen was het zanggeweld van onze vogels al wat geluwd. Tot we een zacht tikkend geluid hoorden: een appelvink. Die hadden we hier niet echt verwacht. Toen hij zijn zachte liedje ook nog eens ten gehore bracht was het voor mij een topmomentje. Net er voor hadden we al een ijsvogeltje kunnen bewonderen. Zelfs met ‘gewone’ soorten op ons lijstje een mooie voormiddag.

Deze voormiddag vond ik even tijd om met mijn camera en uitschuifstok de bosuilenkasten te gaan inspecteren. Vorig jaar was dat niet gelukt, dus hoog tijd om er dit jaar werk van te maken. Want deze soort zit momenteel op eieren, het is een van onze vroegste broedvogels. Het resultaat was echter dramatisch. Geen enkele nestkast bleek bezet. Nochtans een soort die ik elke avond hoor roepen bij mij in de buurt. Misschien dat ze onze nestkasten toch niet luxueus genoeg vinden. Liever een holle boom dan een houten kist is hun motto.