Mei is een geweldige maand. Niet enkel keren heel wat soorten terug naar ons landje of vliegen ze op hun tocht naar hun broedgebieden even langs. Maar we krijgen ook een mooi aantal verlofdagen om al die gevederde schoonheden te gaan bewonderen.
Dus reed ik op de dag van de arbeid samen met Wouter naar de Maaskant. Want langs die stromende autostrade van de vogeltrek is er altijd wel wat te beleven. Dat beleven bestond deze keer uit verschillende soorten sternen.
De eerste die we in de kijker konden vangen waren zwarte. Minstens tien stuks dartelden sierlijk over de grote plas. In stilte. Dit in tegenstelling tot de visdiefjes die volop van jetje gaven. De zwarte waren dan ook op doortocht, de visdieven waren gewoon thuis. Dat zag je aan hun gedrag: ‘doe maar of je thuis bent’ is meestal geen oproep om gedisciplineerd en welgemanierd rechtop op een stoel te gaan zitten. Neen, dan is het schoenen uit, stropdas los en na een overvloedige maaltijd voor de durvers zelfs de riem van je broek los.
Onze visdieven waren in die ‘mood’. Luid krijsend vlogen ze ongedwongen achter elkaar. We zagen zelfs een paartje synchroon door de lucht klieven. Het mannetje met een visje in de snavel. Hoe hij er dan verdomme nog in slaagt om luid te roepen, Joost mag het weten. Maar zo te horen was dat geen probleem.
Op een van de kale eilandjes in de plas mochten we getuige zijn van een romantisch momentjes uit het leven van de visdief. Een mannetje landde op de grond met een visje en bood dat aan zijn toekomstige – althans, dat was zijn wens – partner aan. Zij kwam snel aangetrippeld en nam het visje vlot over. Fier stak het mannetje zijn borst vooruit, de kop wat hoger omhoog en de vleugels strak langs zijn lichaam alsof hij haar wou omhelzen. De dame in kwestie had voor zijn macho vertoning nul komma nul aandacht en schrokte het aangeboden geschenk ongestoord naar binnen. Die was duidelijk thuis.
Ik vind de naam visdief trouwens een belediging van formaat. Deze sierlijke sterntjes zijn geen ordinaire misdadigers. Het is zeker niet zo dat ze met een getrokken pistool en een oude panty over hun kop een vishandel binnenstormen en de dames achter de winkelbank toeschreeuwen dat ze de kabeljauwfilets uit de frigo in een tas moeten proppen. Ze verdienen hun kostje met veel arbeid en moeite. Urenlang vliegen ze laag over het wateroppervlak. Regelmatig laten ze zich in het koude water ploffen en af en toe komen ze terug boven met een visje in de snavel. Als ik de macht had dan kregen ze van mij de titel ‘sierlijke visduikers’. Maar ik heb – gelukkig maar – die bevoegdheid totaal niet.
Als ik er goed over nadenk zijn sternen eigenlijk gepimpte meeuwen. Het patroon en de verdeling van de kleuren in hun verenpakjes komt duidelijk van dezelfde modeontwerper als die van de meeuwen. Ze hebben er gewoonweg wat sportieve accessoires opgezet. Spitsere punten aan de verlengde vleugels, de koptekening een stuk eleganter en met meer ‘schwung’ aangebracht en bij een gevorkte staart. Zoals een spoiler, brede banden en een opvallende streep over de motorkap bij getunede auto’s. Hetzelfde model, maar veel sportiever en opvallender. Ik kan er uren naar kijken.
Dat er dan nog even een witwangstern voorbij komt vliegen is mooi meegenomen. Even geen gewoon merk, maar een Porsche in sternenland. Strak getuned. Nice!
