Om in de terminologie van de Ronde Van Limburg te blijven, even een tussenspurtje getrokken. Een weekje vrij en een periode dat heel wat soorten terugkeren in onze provincie. Dan gaat het iets vlotter.
Nr. 145 – Grutto
Na toch wel wat bezoekjes aan het Schulensbroek kon ik hem eindelijk op mijn jaarlijst zetten: de grutto. Koningin van de weidevogels die zo vriendelijk is om in dit prachtige natuurgebied te komen broeden. Weliswaar met maar één schamel koppeltje, maar ze zitten er wel. Ik zag beide partners bij het opkomen van de dag. Nadien waren ze weer spoorloos voor mij. Ik en grutto’s, het is zo te zien geen match.

Nr. 146 – Rietzanger
Tijdens diezelfde voormiddag kon ik toch wel wat soorten bijschrijven op mijn lijstje. Zo hoorde en zag ik – heel even maar – een rietzanger van katoen geven.
Ook blauwborst bleek volop terug. Want ik noteerde die voormiddag op een korte wandeling 5 zangposten. Eentje was zelfs zo beleefd om vlakbij op de top van een meidoorn post te vatten. Waarvoor mijn welgemeende dank.

Nr. 147 – Paapje
Tijdens het afscannen van de vlakte aan het Schulensmeer kwam ik hem tegen: het paapje. Deze soort trekt nu door en was wel verwacht. Maar die kleine rakker met zijn opvallend oogstreep is toch altijd een aangename ontmoeting. Ook al zit hij redelijk ver weg rond te hippen.
Nr. 148 – Snor
Aan het Schulensmeer kom je altijd wel collega-vogelkijkers tegen. Ik sla dan graag een praatje. Zo kreeg ik de melding dat de snor aan Kleen Meulen – een gebiedje vlakbij Schulensbroek – die morgen nog steeds van jetje zat te geven. Dus maakte ik een korte stop daar. Vanuit de kijkhut moest ik hem wel kunnen horen. Zijn kenmerkende ratel draagt redelijk ver. Maar buiten wat watervogelgekwaak en een alomtegenwoordige cetti’s hoorde ik niets. Het was wel al bijna middag. Misschien was hij moe-gerateld?
Misschien toch even het geluid laten horen? Dat hielp, want plots zat er een warm-bruin vogeltje mij even vanuit het riet aan te staren. Ik vraag mij nog steeds af wat hij op dat moment moest gedacht hebben. ‘Wat zit die andere snor daar in dat houten barakje te zingen?’. Nadien zong hij zelf zijn eentonige, maar leuke deuntje zonder mijn hulp.
Nr. 149 – Griel
Het was van 2010 geleden dat zijn koninklijke schoonheid de griel onze regio met een bezoek vereerde. Toen was het Rutten, nu Aalst-bij-Sint-Truiden. Het was Carlo Menten die het beestje ontdekte. Voor hem een nieuwe soort, voor mij een stevige bonussoort op mijn jaarlijst en een blij weerzien. Schoonheid is hier relatief. Want het blijft een gekke vogel. Met zijn volgens mij te lange poten en een dikke kop met heel grote, knalgele ogen is het een vreemde verschijning. Dat hij kan vertrouwen op zijn schutkleuren bleek uit de gesprekken tussen de waarnemers die langskwamen om deze griel te bewonderen. ‘Waar zit hij?’, ‘Ik zie hem niet?’, ‘Daar vlak voor die draad, rechts van de grasstrook.’. Het blijft verbazen hoe een soort die hier niet voorkomt toch zo goed als volledig kan verdwijnen op een akker. Ik kreeg hem wel mooi in beeld. Een tweede kalenderjaar aan de onduidelijke en niet mooi afgelijnde witte vleugelstreep te zien. Een dik kruisje op mijn Limburgse jaarlijst.

Nr. 150 – Kleine karekiet
Samen met Wouter en Pierre gingen we ’s avonds richting Schulensmeer met als doel nr. 151 – hierover in de volgende alinea meer. Tijdens het wachten op het ondergaande zonnetje liepen we wat rond. Al snel pikten we de zang op van een echte rietspecialist: kleine karekiet. Een vrij veel voorkomende broedvogel. Maar de eerste van het jaar blijft altijd speciaal.
Nr. 151 – Porseleinhoen
Sinds de inrichting van dit natuurgebied is Schulen een hot-spot voor deze soort. Al een paar avonden werd hij gemeld. Roepend in het ideaal voor hem gemaakte biotoop. Vochtig grasland, zeg maar kletsnat. Net voor de zon de hemel prachtig rood kleurde hoorden we zijn ‘zweepslag’. Zien is op dit moment en op die plaats wel heel moeilijk. Dus we waren tevreden met ‘gehoord’ als boodschap op mijn app.

Nr. 152 – Oeverloper
Negenoord is altijd een goede keuze om vogels te gaan kijken. Volop roodborsttapuit, zingende nachtegaal op minstens 3 plaatsen en ook mooi een ooievaar op de nestpaal. Hopelijk heeft hij of zij grote plannen. De eerste soort voor mijn jaarlijst die ik tegenkwam was een oeverloper. Eerst eentje aan het sterneneilandje, nadien nog eens drie aan de Maas.
Nr. 153 – Dwergmeeuw
Na een tip van Miel – een plaatselijke vogelkijker – dat er op de grote plas aan de Maas een zevental dwergmeeuwtjes rondvlogen, ging ik er nog een kijkje nemen. De beloofde soort was aanwezig. In diverse verenkleden. Check.

Nr. 154 – Zwarte stern
Tijdens het bekijken van de dwergmeeuwen vloog er ook een donkere stern door mijn beeld. Zwarte stern, weer een vinkje erbij op mijn lijst. Ik kon zijn sierlijke vlucht mooi bekijken. Altijd genieten geblazen.

Nr. 155 – Visarend
Als ik naar Negenoord ga, passeer ik altijd de Maas. Deze machtige rivier stelt zelden teleur. Ook deze keer niet. Want er vloog midden over de stroom een visarend voorbij. Hij was duidelijk op doortrek, maar keek regelmatig ook even naar beneden in het water. Een snelle hap tussendoor zal hij niet laten. Jammer genoeg voor mij bleef hij doorvliegen. Visarend in duikvlucht is een waarneming met een extra dimensie. Niet dus, deze keer. Maar eentje zien voorbij zeilen is ook al een cadeautje.

Nr. 156 – Tuinfluiter
Tijdens mijn wandeling in Negenoord hoorde ik minstens twee tuinfluiters. De eerste keer was het nog even checken met mijn app Merlin of het deuntje wel afkomstig was van deze zomergast. Mijn GSM gaf bevestiging. De tweede keer kon ik hem zo herkennen. Veel rustiger, melodieuzer en zachter dan de alom tegenwoordige zwartkoppen. Ik haal ze in het begin nog wel eens door elkaar. Elk jaar is toch weer even wennen.
Nr. 157 – Havikarend
Deze zal ik niet gauw – eigenlijk nooit – vergeten. Na mijn bezoek aan de steppeklapekster (die ik de nodige aandacht gaf in een vorige post op mijn blog) besloot ik om daar in de buurt wat vogels te gaan kijken. Vlak bij het ontoegankelijke militaire domein met op sommige plaatsen mooi uitzicht op de vlakte waar ook de wolf thuis is. Er zijn minder goede plekken om wat te zien. Vanaf een kleine heuveltje kon ik een aantal vennetjes bekijken. Roodborsttapuitje, zingende geelgors, overtrekkende rode wouw. Ik heb al mindere dagen gehad.
Dan werd mijn aandacht getrokken door een groepje kraaien die een roofvogel lastig vielen. Altijd de moeite om te bekijken, maar wel redelijk ver weg. Toen ik het gezelschap in de kijker kreeg was het dadelijk duidelijk dat dit wel iets leuk kon zijn. De kraaien vergezelden een grote rover. Zonder twijfel een arend. Maar ik bleef voorzichtig. Snel nam ik mijn fototoestel erbij om wat bewijsfoto’s te maken. Daarna keek ik verder met de telescoop om zo veel mogelijk kenmerken te zien. Wat opviel was de rossige onderzijde, de lange staart en vooral de donkere tekening op de ondervleugel. Ondertussen was de roofvogel al een heel stuk opgeschoven.
Tijd om te bekijken of ik bruikbare foto’s had. Een eerste blik op het kleine schermpje van mijn fototoestel en de Collins’app erbij deed mijn adrenaline-gehalte een stevig stuk stijgen. De roofvogel die het meeste kenmerken kon afvinken was havikarend! Dat kan je toch niet menen.? Maar ik bleef voorzichtig.
Thuisgekomen gooide ik de foto’s op waarnemingen.be, eerst als mogelijke dwergarend. Want ik die een havikarend kon spotten in Limburg? Dat zou toch wel wat van het goede te veel zijn. Het was ongeduldig wachten op een eerste reactie van de specialisten. En die kwam, met geweldig nieuws.
Het was toch een havikarend! Kicken man! Een nieuwe Belg en een héééél vette soort op mijn jaarlijst.

Wat een waanzinnige ontdekking! Gefeliciteerd
LikeLike