De voorbije week was er weer eentje van ups en downs. Zo sprong ik op vrijdagavond nog snel even in de auto richting Peer. De melding van een morinelplevier was voldoende om wat kilometers te maken. Die melding kwam wel laat. Een fotograaf-vogelkijker had op zijn foto’s ontdekt dat er op een van zijn foto’s een morinelplevier stond te blinken. Weer maar eens het bewijs dat vogels fotograferen niet bevorderlijk is voor vogels kijken. Maar dit terzijde.
Dus reed ik goed 45 minuten om de kleine kans dat de vogel er nog zat om te zetten in een extra soort op mijn jaarlijst. Toen ik aankwam stonden daar twee vogelkijkers gezellig te keuvelen. Dat kan twee dingen betekenen: ofwel hebben ze de vogel al goed gezien en is die meestal weg gevlogen, ofwel hebben ze na lang zoeken de vogel niet meer gevonden. Deze keer bleek het de tweede optie. Maar ik gaf nog niet op. Een morinelplevier heeft namelijk de geweldige kunst om op te gaan in zijn omgeving. Misschien hadden ze hem wel over het hoofd gezien. Dit was zonder rekening te houden met andere vliegende wezens. Aan de horizon doken een drietal parapenters op. Je weet wel van die luidruchtig vliegende ventilators met een parachute. Deze vlogen heel laag over de akkers. De avondlijke rust en de aanwezige vogels wegblazend. Respectloos en egoïstisch. Mijn hoop om die morinel te vinden werd meteen ook weggeblazen. Ze vlogen dan ook even zonder enige schroom over het militaire domein. Als ik er 10 meter te ver ga staan krijg ik een stevige boete. Zij ook? De regels gelden blijkbaar niet voor iedereen.
Nr. 210 – Smelleken
Gelukkig begon mijn week met een extra soort. Op zondag werden er op de telpost in Averbode Bos en Heide heel wat roofvogels gezien. Waaronder een heleboel smellekens. Deze kleine valkjes vliegen op trek mee met hun prooien, kleine zangvogels. Een vliegend buffet kan je het noemen. Daarom worden ze op telposten wel vaker gezien. Maar september is volgens mij vrij vroeg. Toch trok ik op maandag naar Tessenderlo. Met resultaat. Want een van de eerste roofvogels die we zagen was een smelleken. Weliswaar redelijk ver. Maar met de bevestiging van toppers onder de vogelkijkers als Koen Leysen en Maarten Jacobs zette ik deze soort netjes op mijn Limburgs jaarlijst.

Ondertussen lijkt de trek stevig op gang getrokken. Hopelijk levert dit nieuwe soorten op. Zilverplevier dook alvast op aan de Maas. Ik weet al waar ik een van de volgende dagen dat ik vrij ben naartoe ga.