Nr. 112 – Taigaboomkruiper
Dinsdag reed ik onder een zwaar bewolkte hemel en met een driezel-regen richting de Voerstreek. Dit is volgens mij een van de meest door vogelkijkers ondergewaardeerde regio in ons landje. Ik kom er zelf ook te weinig. Dit jaar zeker, want Voeren hoort bij Limburg. Dus hier iets zien is scoren op mijn jaarlijst.
Het weer bleef echter tegenspruttelen. Wat eerst begon als een licht gemiezer werd naar de middag toe een lichte regenbui. Dus zette ik mijn doel om wat leuke soorten te vinden al snel uit mijn hoofd. In dit weer bleven de kleine vliegenvangers of bladkoninkjes – die ik in gedachten had – goed beschut in de struiken zitten. Dit was echter zonder een andere klein vogeltje gerekend. Toen ik mijn lange – overigens ondanks het slechte weer prachtige – wandeling bijna had afgewerkt werd ik aan het Schophemerbos opgehouden door een gemengd groepje van goudhaantjes en pimpelmezen. Hun actieve rondgehip met dito geluid deed mij even stoppen. Want één ‘piepje’ dat ik in de groep hoorde kon ik niet dadelijk thuisbrengen. Het was net op dezelfde plaats waar ik in het voorjaar samen met Pierre als eens was gaan zoeken naar taigaboomkruiper. Toen was de kans groter omdat ze in het broedseizoen vaak zingen. We gingen echter zonder een waarneming terug naar huis. Had ik deze keer meer geluk? Want mijn eerste reactie was ‘taiga?’. Toen ik de roep even checkte op mijn gsm, kwam er dadelijk een bleek vogeltje dichterbij gevlogen. Even kon ik hem goed bekijken met mijn verrekijker. Kruipend tegen een stam. Oogstreep, witte flanken en de roep van een taiga. Weer een soortje erbij!

Traditie in wording
Vrijdag vertrok ik met de vier ‘birdketiers’ richting onze kust. Hoewel het pas het tweede jaar was dat we dit deden, lijkt het een grote kanshebber te worden als jaarlijkse traditie. Drie dagen vogeltjes kijken aan zee, wat wil een mens nog meer. Het weekend werd opgesmukt met een hoop peperdure bolides op een treffen van mensen die zo te zien weten wat ze ‘meer willen’. Een mooi intermezzo. Maar we grijpen even terug naar de belangrijke zaken: de vogels. We starten net zoals vorig jaar aan het Zwin. Daar was het vrij rustig. De gemelde ijsgors bleek – na het afspeuren van honderden paaltjes – niet aanwezig, althans niet zichtbaar. Maar we lieten ons niet uit het lood slaan. Onze volgende stop was de Sashul in Heist. Een iconische bosje waar al heel wat zeldzaamheden werden bewonderd. Deze keer was het een sperwergrasmus. Waar deze soort vaak goed verscholen in een bosje af en toe een oog of een staartpunt laat zien, was dit exemplaar veel toegeeflijker. Regelmatig kwam hij in vol ornaat te voorschijn. Genieten!

Wouw, een topper
De soort van ons weekend was zonder twijfel een grijze wouw. Al weken voor onze aankomst werd er een exemplaar gezien – de foto’s gaven aan dat het de moeite was – vlakbij ons verblijf. Dus gingen we de eerste dag, nadat we onze koffers hadden uitgeladen op zoek naar dit showbeest. Het bleef echter met een zicht op de boom waar deze prachtige roofvogel de voorbij tijd had doorgebracht. Geen wouw te zien. De teleurstelling was bijna zo groot als die over de prestatie van onze Rode Duivels ’s avonds op tv tegen een voetbaldwerg uit een land waar een salade met groenten zonder twijfel het nationaal gerecht moet zijn.
De volgende dag gingen we opnieuw op pad. Een bezoek aan de telpost Spanjaerdduinen werd een topmomentje. Allereerst werden we enorm hartelijk ontvangen door de tellers. Maar daarnaast bleek er zich een fenomenale vinkentrek te voltrekken. Een stroom van grote groepen – vaak verschillende honderden exemplaren – vinken kwam voorbij. Wat een spektakel! De mislukte zoektocht naar een bladkoning in de Fonteintjes kon ons dan ook niet uit ons lood slaan. Toen de melding binnen kwam van een kleine topper aan het waterbekken in Woumen gaf ons weer hoop op weer een knaller op onze weekendlijst. Onderweg kwamen we tot het besef dat we vorig jaar op dezelfde plaats hadden rondgereden om te ontdekken dat dit gebied niet toegankelijk is. Maar om een of andere reden sloegen wij die kennis in de wind. We belden zelfs overmoedig aan, aan de poort van het bedrijf om proberen toch binnen te geraken. Tevergeefs. De topper werd een ‘flopper’. We besloten die teleurstelling door te spoelen met een tasje koffie en een pannenkoek met hoeve-ijs vlak bij het spaarbekken. Terwijl we een geanimeerd debat hielden waarom we toch zo ver waren gereden, terwijl we wisten dat we die eend nooit zouden zien, kwam er een nieuwe melding binnen. Er zat vlakbij een grijze wouw. We speelden onze pannenkoeken wat sneller binnen en reden snel naar de plek waar deze ‘topper’ zou zitten. Na even zoeken kregen wij een bleke roofvogel in beeld zittend op een meidoorn. Grijze wouw in the pocket! Het beestje was zo vriendelijk om – net als zijn familielid van vlakbij ons huisje – een mooie show te geven door wat te gaan jagen. Het geluk was dan toch weer aan onze kant.

Tjilp
Onze laatste dag besloten we om onszelf te trakteren op een lekker en uitgebreid ontbijt. Maar aangezien de zaak die we hadden uitgekozen volzet was, werd dit voornemen vervangen door een meer bescheiden versie in de Panos. Dit zorgde er wel voor dat we sneller naar onze eerste tussenstop konden rijden. De Uitkerkse Polders met als doelsoort velduil. Hier is er al jaren een slaapplaats en kan je deze mooie nachtrovers vaak goed bekijken. Toen wij aankwamen moesten we een boer laten wegrijden om onze wagen te kunnen parkeren. Deze ‘agrariër’ bleek een rol te gaan spelen in het vervolg van dit verhaal. Want aangekomen bij de aanwezige vogelkijkers kregen wij de boodschap dat nog geen vijf minuten geleden alle uiltjes waren opgevlogen om elders een uiltje te gaan knappen. Een boer was door de weide gelopen en had 14 velduilen verjaagd. Jawel, diezelfde boer die wij net hadden gezien. Het was weer even een Rode Duivels-Macedonië gevoel.

Maar niet lang getreurd. We gingen weer op pad. Wel pas nadat we de mooie blauwe kiekendief en de koereigertjes – die zoals het past tussen de koeien rondtrippelden – nog even bewonderden. We belandden na een stop in de baai van Heist waar we een gemelde ijsgors dipten (dat is een vogel missen die werd doorgegeven), maar wel een mooie groep rotganzen zagen voorbij vliegen – nieuwe soort voor Wouter en Gert op hun Belgische lijst – terug in de Fonteintjes. Daar zat volgens onze info een draaihals die we wel vonden. Wat een schitterende beesten toch. Ik kon ze al een paar keer bewonderen toen ik ze uit mijn net haalde bij het ringen thuis. Maar zo eentje vlak voor je neus zien rondhuppelen is toch nog leuker. We sloten ons weekend af zoals het begonnen was, in het Zwin. Want daar was er een grote pieper gezien. Dankzij de dure auto’s en de massa autofanaten was het wel aanschuiven rond en in Knokke. De tijd begon te dringen. Om 17u ging het park dicht. We kwamen gelukkig nog ruim op tijd aan. Na het betalen van een stevige inkomsom wandelden we de Zwinvlakte op. Op zoek naar een pieper tussen veel andere piepers op een grote vlakte met veel plekken om je weg te steken. Een pieper in een hooiberg. Maar deze keer bleek het wel goed voor ons uit te draaien. Na een uurtje zoeken vloog er een luid ‘tjilpende’ vogel op. Tot twee keer toe. Grote pieper! Voor mij trouwens een nieuwe soort op mijn Belgische lijst. Een mooie afsluiter van een geweldig weekend.
De lange terugweg met de nodige files – met deze keer heel wat peperdure auto’s die ook stil stonden – zette ons weer met beide voeten in de ‘echte’ wereld. Maar wel met alweer een hoop mooie herinneringen die ze ons niet meer afpakken. Volgend jaar zijn we er weer…