Deze week begon mijn vogelverhaal op woensdag. ’s Morgens heel vroeg reed ik samen met Wouter richting Vlaams-Brabant, in de stromende regen. Echt hoopvol was het niet. Ons doel: een krekelzanger. Voor Wouter een lifer, voor mij al van juni 2019 geleden dat ik er eentje zag en – bij deze soort – vooral hoorde. Gelukkig gingen de hemelsluizen dicht toen we bijna in Glabbeek waren. Niet veel later stonden we in de Paddepoel. Een gebied waar ik al veel over gehoord had, maar nog nooit was geraakt. De jodelende wulpen waren al een mooie bonus. Maar we kwamen voor een ratelende zanger. Want dat kan onze krekelzanger. Zoals zijn naam doet vermoeden lijkt zijn zang op een tsjirpende krekel. Wel eentje die er 200% voor gaat. Op de locatie waar hij was gezien stond al een fotograaf. ‘Net al gehoord’ was zijn hoopgevende boodschap. ‘Daar in dat struikje’. Hij wees naar een kleine meidoorn op goed tien meter van ons vandaan. Die was op dat moment krekelzangerloos. Maar niet voor lang. Een paar minuten later hoorden we de kenmerkende zang en niet veel erna zagen we de zanger in actie. Geen spectaculair vogeltje, maar wat een bizarre artiest. In mijn vogelgids wordt de zang omschreven als mechanisch klinkend, hypnotiserend. Jawel, we moesten dus opletten dat hij ons niet in trance bracht. Verder wordt hij omschreven als ‘doet denken aan reuzensprinkhaan (een wat monsterachtige omschrijving, niet?) of krachtige naaimachine. Vooral dat laatste kan ik beamen. Het doet mij denken aan mijn moeder die in de keuken haar modeontwerpster-kunsten botvierde aan haar oude naaimachine. Onze doelsoort liet zich prachtig bekijken en Wouter kon deze lifer dan ook mooi documenteren. Ook het toestel van de nog aanwezige fotograaf klikte er stevig op los. Toch moest hij zo nodig nog een betere foto hebben. Hij opende het hek van de weide waarin de vogel zong om hem beter te zien. Jammer, tussen onze vrienden fotografen zitten toch altijd rulebreakers. Alles voor die foto,… waarvan er de volgende dagen tientallen op het internet te zien zijn. Tja… Mijn foto’s werden netjes vanaf het paadje gemaakt. Volgens de regels.

Dunning
Vrijdag terug vroeg uit de veren. De volgende telling in de Broekbeemd moest afgewerkt worden. Het is op dit moment niet treuzelen als het weer ok lijkt om op pad te gaan. Ik wil alweer niet met een natte broek thuiskomen. Daarnaast probeer ik stukken met hoge begroeiing wat te mijden om andere redenen. Want door die ‘jungle’ waden zorgt voor verstoring en met wat pech loop je zo tegen een nest aan. Wegblijven en vanaf iets verder mijn broedvogels observeren is een goede keuze. Blijkbaar zorgt dit niet echt voor grote verschillen. De laatste keer dat ik de nu gemeden stukken van mijn telling nog wel kon doen omdat de netels en andere planten nog laag waren, had ik 30 soorten en 135 waarnemingen. Nu waren het dat er respectievelijk 26 en 119. Het iets lagere aantal is eerder toe te schrijven aan sommige soorten die momenteel hun bek dicht houden en zich wat meer verstoppen, dan dat ik ze zou gemist hebben. ‘Mijn’ wielewaal liet zich wel nog goed horen. Ik hoorde zelfs de roep waarmee ze alarm geven. Goed nieuws is dat, vermoedelijk zijn er al uitgevlogen jongen. Ook de blauwe reigers maakten mij gelukkig. Op een van de nesten zat minstens één jong dat zich duidelijk liet horen. Geslaagd broedsel! Het aantal zangposten van de bosrietzangers was dan weer gedaald tegenover mijn vorige bezoek. Maar zoals ik in mijn vorige post al schreef is dit normaal. De ‘echte’ broeders hebben ondertussen hopelijk een nestje. De zes die ik niet meer hoorde, want ik ging van 17 naar 11 zangposten, hebben andere oorden opgezocht. Maar 11 lijkt mij nog redelijk hoog. Jammer genoeg heb ik geen vroegere tellingen om dit te verifiëren. Maar dat zal in de toekomst wel zo zijn. Dit maakt dat vogeltjes tellen en met door netels geteisterde en tintelende benen thuis te komen toch de moeite waard.

Niet gehaald
’s Avonds gingen we weer op pad. Met ‘we’ bedoel ik Wouter, Pierre en ikzelf. Gert had een filmavondje gepland en kon niet mee. Aan de Platwijers had Geert Beckers een kleinst waterhoen ontdekt. Weliswaar in het afgesloten deel van het gebied. Maar er was een moment voorzien dat wie dat wou toch binnen mocht. Wel met duidelijke afspraken, strak schema en de nodige linten. Het leek een beetje op een crime scene van een moordpartij. Enkel de lijnen die de plek waar het lijk lag aanduiden ontbraken. Wij gingen op onderzoek uit. Vooral Wouter en Pierre waren kandidaat om zo een soort aan hun Belgische lijst toe te voegen. Een van onze, ondertussen wat ondergesneeuwde, doelen voor dit jaar. We waren niet alleen, maar iedereen was wel muisstil. Want het ging deze keer om horen en vermoedelijk niet zien. Alweer een soort met een kenmerkend en vreemd geluid (zijn er andere?). In mijn vogelgids beschrijven ze het als volgt: ‘zang een zacht, droog geratel met wisselende geluidsterkte, 2-3 sec lang, sterk herinnerend aan roep van groene kikker,rugstreeppad of in mindere mate mannetje zomertaling, tot 300m hoorbaar’. Hoopgevend, we stonden in een gebied waar een paar duizend kikkers zatten te kwaken. Toch haalde ik er de roep vrij snel uit. Inderdaad niet luid, maar wel duidelijk. De lifer voor mijn kompanen was binnen. Zelf werd het mijn tweede ontmoeting met deze kikker-imitator. De vorige dateerde van 2008 in het Schulensbroek, toch zo maar even 18 jaar geleden. Maar alweer netjes in dezelfde maand. Kleinste waterhoentjes hebben duidelijk ook een kalender en een strak schema.

Minder leuk nieuws kreeg ik van Bart Hilven, die ook kwam luisteren naar die zachte roep, een werknemer van het Natuurhulpcentrum. De door mij vorige week binnengebrachte lepelaar had het niet gehaald. Te erg verzwakt. Jammer.
Kluns
Zaterdag had ik baliedienst in De Wissen aan natuurgebied Negenoord. Zoals altijd was het er heel rustig. Dit bezoekerscentrum mist nog een ding, bezoekers. Het gaf mij wel de gelegenheid om tussendoor even te pauzeren met een wandeling in het gebied. Ik had gehoord dat de ooievaars blijkbaar een jong hadden. Het leek echter alsof er een oranje idioot even was overgevlogen vanuit Amerika om dit te checken, fake-news dus. Want het vrouwtje zat nog steeds te broeden. Geen goed teken, nu zouden er al lang jongen moeten zijn. Vermoedelijk zijn de eieren niet bevrucht. Die kans was groot. Toen het koppel pas was aangekomen kon ik hun eerste amoureuze avontuurtje persoonlijk aanschouwen. Het mannetjes had duidelijk weinig ervaring. Op een bepaald moment boog het vrouwtje zich voorover om haar partner uit te nodigen voor een potje paren. Hij stond erbij en keek ernaar. Geen idee wat van hem verwacht werd. Niet veel later kwam er dan toch een poging. Maar meneer tuimelde tijdens hun mogelijk eerste stoeipartij onhandig van haar rug, de kluns. Maar ervaring komt met de jaren. Hopelijk overleven beide vogels de winter en keren ze volgend jaar terug. Hopelijk heeft het mannetje dan zijn opleiding ‘hoe paar ik’ achter de rug.

Mijn weekend sloot ik af als gids voor een leuke groep van Natuurpunt Alken. We maakten een tocht door de Broekbeemd en Graeterbeemd. Maar de ogen waren vooral naar de bodem gericht. Op zoek naar orchideetjes en andere leuke planten. Hoewel die zingende braamsluiper toch even wat aandacht kreeg. Deze soort had ik op al mijn tellingen nog niet gehoord. Een toevallige passant of een late gast? We houden hem zeker in de smiezen.
Ik kende de krekelzanger niet.Eventjes opzoeken of deze hier ook te spotten valt.
LikeLike