Deze keer gaan we voor de miniatuur-vogeltjes. Je herkent denkelijk al dadelijk de winterkoning. Een heel klein bruin vogeltje met een vage lichte wenkbrauwstreep en een kenmerkend kort staartje dat hij vaak rechtopstaand draagt. Het geluid is een voor dit kleine dutske opmerkelijk luid gezang met een voor mij kenmerkende ratel erin. Van uitzicht en zang onmiskenbaar. Maar toch is dit niet het kleinste vogeltje in ons land.
Goud.
Die titel gaat naar het goudhaantje. Een soort die zich graag ophoudt in naaldbomen. En dat meestal verborgen in de toppen. Ze horen is makkelijker dan ze zien. Hun hoge roep en zang is voor sommige mensen met gehoorproblemen buiten bereik. Krijg je ze in beeld dan valt vooral de kruinstreep op. In rust verborgen, maar eenmaal nerveus (en dat zijn ze vaak) dan valt ze heel goed op. Bij de mannetjes geel met oranje. Bij de vrouwtjes enkel geel. Ze hebben een duidelijke vleugelstreep en witte toppen op de vleugeldekveren. Een op de bovenzijde groen verenkleed en de onderzijde bleker beigegroen. Ze hebben een “vriendelijke uitdrukking” op hun gezicht.

Vuur.
Dan heb je ook vuurgoudhaan. Ook een weliswaar zeldzamere broedvogel en overwinteraar in ons landje. Heeft dezelfde kenmerken als het goudhaantje maar alles is wat feller van kleur. De rugkleur is helderder groen. De kruinstreep is veel feller van kleur. Bij de vrouwtjes geel en bij de mannetjes knallend oranje (dus vurig). Ze hebben een brede witte wenkbrouwstreep en snorstreepje. Afgeboord met een zwarte oogstreep.

Nog een koning.
Op zoek gaan naar deze rakkertjes levert soms wel eens leuke “bijvangsten” op. Nu de winter nadert gaan deze kleine zenuwpeesjes zich verzamelen in groepen om dan door struiken en hagen in groep te foerageren. Dit in gezelschap van soorten als staartmezen, pimpel- en koolmezen. Zulke groepen goed afkijken is een aanrader.
Misschien kom je zo wel een bladkoning tegen. Deze noordse soort duikt de laatste jaren steeds vaker op. Hij lijkt op het goudhaantje maar mist de opvallende kruinstreep. Ze hebben ook twee duidelijke vleugelstrepen en gele toppen op de vleugeldekveren. De algemene kleur is ook meer mosgroen.
En eenmaal je in deze categorie bent aangekomen. Dan gaat er een hele wereld van mogelijke dwaalgasten voor je open. Een wereld van nerveuze en moeilijk te volgen vogeltjes met minieme verschillen in hun verenkleed. Niet makkelijk, maar wel super leuk.
