Oktober is de maand bij uitstek om roofvogels te spotten. Heel wat soorten doorkruisen ons luchtruim op weg naar het zuiden. Want ook roofvogels trekken in de winter naar andere oorden. Zo duiken er in ons landje heel wat buizerds op van uit het koudere noorden. Ze herkennen als ze voorbij zweven is een hele uitdaging.
Grootte.
Het inschatten van de grootte van een vliegende vogel is niet makkelijk. Zeker niet als je geen vergelijking kan maken met andere vogels. Daarom dat er heel vaak mensen zijn die mij komen vertellen dat ze een arend hebben gezien. Na hun beschrijving van de vogel die ze waarnamen of in de gevallen dat er een foto werd gemaakt moet ik meestal vertellen dat ze een buizerd hebben gezien. Waarna ik meestal de reactie krijg “neen, die was veel groter dan een buizerd”. Terwijl het 100% zeker een buizerd was. Inschatten van grootte is niet simpel en zeker als je door een verrekijker of telescoop kijkt. Dus daar moet je dan ook mee opletten.
Een goed begin is om de roofvogel die je ziet proberen te plaatsen in de juiste familie. Dat kan door op bepaalde kenmerken te letten.
Valken.
In hun vliegbeeld vallen deze op door hun smallere vorm, meestal toegevouwen staart in vlucht en spitse en geknikte vleugels. Vertegenwoordiger zijn torenvalk, boomvalk, smelleken en slechtvalk.

Slechtvalk
Kiekendieven.
Deze herken je meestal door hun gedrag. Ze hebben een typische manier van jagen. Laag boven de grond zoeken ze de beplanting af naar prooien. Dit met een “hobbelige” vlucht. Hoog in de lucht vallen ze op door hun smal lichaam (bruine iets breder), lange vleugels met vingers. Dit zijn de handpennen die los van elkaar kunnen onderscheiden worden.Vertegenwoordigers zijn bruine, blauwe, grauwe en als kers op de taart steppenkiekendief.

Vrouwtje blauwe kiekendief.
Wouw.
Een zeer goed kenmerk is bij deze soorten de gevorkte staart in de vlucht. Bij rode heel duidelijk, maar bij zwarte iets minder opvallend. En daarmee heb je ook de twee vertegenwoordigers, de rode en de zwarte wouw.

Rode wouw.
Snelle jagers.
Dan heb je de sperwers en de havikken. Soms moeilijk uit elkaar te houden. Het mannetje havik en het vrouwtje sperwer zijn dan ook nog eens ongeveer even groot. In de vlucht brede vleugels met stompe uiteindes. Het zijn heel snelle jagers die hun prooien tot tussen de begroeiing achtervolgen. Sperwer komt ook in je tuin jagen.

Vrouwtje sperwer.
Buizerds.
De meest voorkomende soort in ons land. Zeker tijdens de trekperiode. Dus heel vaak gaat een roofvogel die je ziet vliegen of thermieken (omhoog cirkelen op warme lucht) een buizerd zijn. Hier zijn de brede vleugel, wat plompe vorm en brede staart een kenmerk (foto buizerd bovenaan post). Hoewel niet echt een vertegenwoordiger van die groep, want het is een andere familie, is de wespendief die erg op een buizerd lijkt in de vlucht. Verschil is de iets langere vleugels en de smalle spitse “duivenkop”.

Wespendief
Grootste.
En dan heb je de groep van de arenden. Dit zijn roofvogels met grote spanwijdte (de afstand tussen de toppen van de opengesperde vleugels). Maar zoals al gezegd is dit vaak niet goed in te schatten. Maar als je ze ziet vliegen er vaak andere vogels in hun buurt zoals kraaien of buizerds om ze proberen te verjagen. Dan vallen ze dadelijk op door hun immense afmetingen. Zeearend noemen ze bijvoorbeeld de vliegende deur omdat hun tot 2m50 spanwijdte heeft. Arenden kan je herkennen aan hun forse bouw, brede staart en de vingers aan hun vleugels. De meest voorkomende soorten in ons landje zijn visarend en zeearend. Maar meest voorkomend is niet de juiste woordkeuze. Want deze familie blijft een zeldzame verschijning. En andere soorten zoals slangenarend, dwergarend en onlangs keizerarend in Nederland zetten een telpost gegarandeerd op stelten. Maar dat is dan weer een andere vogelfamilie.

Juveniele zeearend.
Ik vind dit een prachtige uitleg
Zelf heb ik nog geen roofvogel mogen fotograferen
Ik hoop dat nog wel te gaan doen
LikeGeliked door 1 persoon