Een reiger langs een sloot of zelfs midden in de stad is al lang geen ongewoon beeld meer. Deze soorten hebben zich goed aangepast aan ons mensen. Meestal gaat het hier om blauwe reigers. Maar ondertussen is de grote zilverreiger ook al een ingeburgerde gast in ons land. Het is de kleine zilverreiger die de zeldzame gast is geworden. En dan zeker in het binnenland. Maar hoe houden we ze uit elkaar ?
Blauwe.

De meest voorkomende reiger in ons land en zelfs in heel Europa. Een indrukwekkende verschijning. In de vlucht opvallend postuur met zware vleugelslag, donkere en sterk naar beneden gebogen vleugels. Ingetrokken hals en naar achter gestrekte poten. Kleur blauwgrijs met blekere borst en hals. Bij adulte vogels een opvallende donkere wenkbrauwstreep die doorloopt in een kuif. Juveniele vogels missen deze kuif en hebben een niet zo zwarte wenkbrauwstreep en een valere borst en hals.
Grote zili.

Met deze koosnaam benoemen vogelkijkers de grote zilverreiger. Volledig wit verenkleed valt dadelijk op. In de vlucht ook te herkennen door zijn majestueuze postuur. Snavel in winterkleed geel (in zomerkleed zwart) en poten donker (in zomerkleed geel).
Kleine.

Als er een grote is dan is er ook vaak een kleine. Zo ook bij de zilverreigers. De kleine zilverreiger kan je van de grote onderscheiden door de afmetingen. Maar als hij alleen zit is de snavelkleur het beste kenmerk. Altijd zwart met in de winter een blauwgrijze teugel (deel tussen oog en snavelbasis). In zomerkleed is dit geel. Vaak nog de mooie sierveren te zien van het broedkleed op de rug. Poten zwart met gele “voeten”.
De purper over het hoofd gezien?
LikeLike
Neen hoor Gert, die komt in de tweede ronde bij de minder algemene waarnemingen aan de beurt.
LikeLike