Het is even wachten op de volgende piek in mijn jaarlijstje voor de Herkvallei. Momenteel is het harken om een soort erbij te vinden. Toch ben ik er vrijdag weer in geslaagd om eentje toe te voegen: kleine mantelmeeuw.
Dankzij de viezeriken
Meeuwen zijn al langer geen ongewoon zicht in het toch ver van de Noordzee gelegen Haspengouw. Waar je vroeger deze soorten zonder enige twijfel koppelde aan de witte koppen van de rollende golfjes op het strand in West-Vlaanderen, is dat nu totaal niet meer het geval.
Op onze akkers, op parkings of industrieterreinen, vuilnishopen of waar dan ook, waar er eten te vinden is zie je tegenwoordig meeuwen. Het zijn dan ook het voorbeeld van de opportunisten in onze natuur (correctie: hun natuur, want we mogen als mens niet denken dat wij dit beheersen, integendeel). Je ziet ze waar ze eten vinden. Dat is op heel veel plaatsen, vooral omdat wij zo een bende ‘viezeriken’ zijn.
Dus kan ik, dankzij hun overlevingsvisie, kleine mantelmeeuw dan ook elk jaar op mijn lijstje plaatsen zonder dat ik hiervoor een autorit van een paar honderd kilometer moet maken. Netjes in mijn achtertuin. Deze keer was het een groep van een 15-tal exemplaren die over de beemd vlogen. We zitten dus aan 61.

Exotisch of niet?
De dag erna gingen we opnieuw op pad met de maten. Verder weg dan mijn achtertuin. Gert had een mooi lijstje met potentiële rode soorten opgesteld, voornamelijk in het Antwerpse. Aangezien we er toch passeerden startte onze trip in Mol. De dwergaalscholver die tot nu toe zijn kat had gestuurd bij elk van onze bezoekjes, deed opnieuw hetzelfde. Een niet zo goed begin van de dag.
Maar de kuifduiker op een grote plas waar we al eerder de kijkhut bezochten tekende wel present. Voor de verandering had ik mijn fototoestel in mijn rugzak gestopt. Dus kon ik deze keer ook wat plaatjes schieten. Tegen mijn eigen advies in eerder in deze blog (zie deze post).

Net ervoor hadden we het triootje zwarte ibissen ook al kunnen bekijken. Het blijft een vreemd gezicht om deze soort te zien eten zoeken tussen meerkoetjes en wilde eenden. Je zou ze toch eerder in een exotische setting plaatsen onder een brandende zon tussen papyrusplanten. Maar zo tussen de biezen met hun snavel in de modder pikkend? Tja, ze staan in mijn vogelgids op dezelfde pagina als de lepelaar met een kaartje met veel oranje vlekjes op de zuidgrens van ons continent. Het zal dus wel kloppen zeker.

Gele kijkers
Na nog een vruchteloze poging om in een zee van lisdodde een petieterige buidelmees te vinden, reden we terug naar onze vertrouwde regio. Met in ons achterhoofd het plan om die velduilen in Aalst (bij St-Truiden trouwens) te gaan zoeken. Zelf had ik al een drietal pogingen zonder succes ondernomen. Dus ik wilde een berisping van te laat terug thuis zijn van mijn vrouwtje wel riskeren (een berisping die ik trouwens verdiend kreeg).
Met Gert en Wouter bleek succes verzekerd. Want nog maar net uit de auto zagen we – weliswaar heel ver – een velduil op een akker zitten.
Het plan werd opgevat om via de verkavelingswegen er naartoe te wandelen. Een tochtje dat ons ook een paar keer de gelegenheid gaf om te genieten van de sierlijke jachtvlucht van een blauwe kiekendief. Altijd een genoegen om te mogen bekijken.
Bijna aangekomen aan de bewuste akker ontdekte Wouter een ander exemplaar in een laagstamplantage. Hij liet zich (of haar) uitstekend bekijken. De prachtige tekening en vooral de heldergele ogen spetterden van het beeld in mijn telescoop. Hij was zelfs zo vriendelijk om, nadat we hem uitgebreid hadden kunnen bekijken, nog te poseren voor de foto.
Even later kwam er een tweede exemplaar bij zitten. Opgeschrikt door wandelaars aan de overzijde van de plantage. Met de velduil die nog steeds op de akker onverstoord bleef rondkijken en eentje die opvloog van een ander veldje, kwam de teller op vier.
Met deze beelden op mijn netvlies kon ik de berisping van mijn vrouwtje iets later makkelijk aan.
