Dit weekend geen winst op mijn plaatselijke lijst. Simpelweg omdat ik niet op pad ging. Zaterdag boompjes gaan planten met onze Wellense natuurvereniging ’t Bokje. Een goede daad voor ons klimaat.
Op de terugweg naar huis dan toch nog een grote zilverreiger kunnen bewonderen. Hij liep te foerageren in de beek en vloog even later op zijn gekende statige manier op. Hagelwit, zoals alleen een ‘grote zilly’ dat kan zijn. Het is voor mij nog altijd een raadsel waarom geen enkele producent van waspoeder deze soort als mascotte heeft aangesteld. Want witter dan dit kan je echt niet vinden.

Diepe stem
Zondag opnieuw op pad om de raven te gaan zoeken in een bos in de buurt. Voor onze regio de kanshebber op een zeldzaam broedgeval. Hoewel deze soort aan een stevige opmars bezig is blijft hij bij ons een topper om te zien.
Al snel hoorde ik hun diepe roep. Onmiskenbaar. Terug heel kort, maar deze keer wel heel duidelijk. Nu ze nog zien.
‘Respect, beleefdheid en kalmte werken altijd’
Dus ging ik, na een verkennende wandeling aan de rand van het bos, op een strategisch plekje post vatten. Een methode die vaak succesvol is. Ook deze keer weer. Na een halfuurtje zag ik een duidelijk grotere kraaiachtige naderen. In het beeld van mijn verrekijker kon ik een aantal kenmerken perfect zien. De langere en wigvormige staart, de spits uitlopende vleugels, de massieve snavel en de losse bevedering errond. Raaf! Een tweede exemplaar sloot dan net aan. Mooi!
Omdat ik ze hoopte ook nog in zit te kunnen bekijken ging ik opnieuw op pad. Maar in plaats van de raven stootte ik op een beetje boze boer. Zijn vraag wat ik daar deed en of ik zijn eigendom wou verlaten eindigde in een gezellig en leuk gesprek over raven, everzwijnen en in de morgen uit het bos komende reetjes. Respect, beleefdheid en kalmte werken altijd (of toch heel vaak).

Drama
Mijn voormiddag eindigde echter met een klein drama. Nagenietend van de mooie waarnemingen, zittend in mijn luie zetel, kwam mijn dochter mij vertellen dat er een vogeltje zich had opgehangen aan een van de mussenkasten. Wat leek op een absurde en ongeloofwaardige grap, bleek wrede waarheid.
Uit de invliegopening van een van mijn kasten hing inderdaad het levenloze lichaam van een huismus. Verstrengeld in een plastieken lint dat ze als nestmateriaal naar binnen hadden gesleept. Een fatale beslissing blijkbaar.
Het lijkje werd met de nodige ‘jammers’ verwijderd. Terwijl ik toch op mijn ladder stond kon ik in de nestkasten kijken. Alle drie met een nest in aanbouw. Eentje nu dus zonder zijn bouwster en toekomstige mussenmoeder. Zij kreeg een eervolle begrafenis.
De volgende bewoonster zat al te loeren vanuit de grote buxus vlakbij. De harde gang van zaken in onze natuur.