Een ganse week regen. Daar worden de meeste mensen niet bij van. Behalve vogelkijkers, die malen er niet om. Want elk weer is goed om naar vogels te kijken. Bij zonnig weer fluiten de vol testosteron gegoten mannetjes de longen uit hun lijf. Bij regen houden de doortrekkers dan weer vaak een onvermijdelijke pauze. Door de regen vliegen is vaak geen optie.

Daarnaast wijzigt het landschap drastisch. Zeker bij plotse en hevige regenbuien. Deze keer door een langdurige periode van regen. Dan duiken er in wat lager gelegen weides mooie waterplassen op. Zoals we al weten zijn eten, schuilplekken en water drie aantrekkingspolen voor vogels. Daarom dat ik blij ben met al die regen van de voorbije dagen. Waar ik anders vrij snel doorwandel kon ik nu krakeend, wilde eend, grauwe ganzen – toch geen alledaagse verschijning hier – en een mooie groep graspiepers opschrijven. Deze laatste was een nieuwe soort voor dit jaar. Op zulke plekken kan je dus alles verwachten. Zonder twijfel is er bij jou in de buurt ook zo een tijdelijke vogelmagneet.
Hopeloos
Vlakbij had ik nog een nieuwe jaarsoort. Ik had ze al langer verwacht, maar nu waren ze present. Zittend op hun nest met vier eieren: kievit. Ik kon het nest snel vinden en weet nu al dat het een verloren broedsel is. Er een foto van maken kan dus hier totaal geen kwaad.

Kieviten zijn een uitstervende soort in onze regio. Waar het vroeger ging om een soort die in graslanden broedde, zitten ze nu voor het grootste deel op maisakkers. Foute switch blijkt. Hun keuze is echter een gevolg van een intensievere landbouw. Ooit zaten kieviten op soortenrijke graslanden vol leven. Nu zijn dit vaak donkergroene, eentonige woestijnen. Geen afwisseling, geen voedsel, geen kans op overleven. Alles wordt dan ook nog eens van het voorjaar tot het najaar om de haverklap gemaaid met grote machines. Wie het dan nog in zijn hoofd zou halen om er jongen in groot te brengen, blijft gegarandeerd kinderloos achter. Dus verkassen de kieviten en andere soorten die hier ooit broedden, naar andere oorden. Maar ook hier botsen ze op een massa problemen. De akkers die ze uitkozen om een nestje te bouwen worden steeds vroeger en vaker bewerkt. Daarbij komt dan ook nog eens het feit dat hun nest hier open en bloot ligt. Om dit nest te vinden moest ik gewoon even zoeken naar het broedende vrouwtje en kon ik er zo naartoe lopen. Ik heb totaal geen talent nodig om kievitsnesten te vinden. Als ik dat kan, dan kunnen heel wat soorten die wel een kievitsei lusten dat nog makkelijker. Dan blijken die akkers ook nog eens heel ‘proper’ te zijn. Onkruiden worden bestreden met alle middelen. Legaal, maar voor onze kieviten nefast. De jongen , als het nest niet weg is tegen dat ze uitkomen, vinden geen wormpje of kevertje op de kale bodems.
Ploegende boeren, ei-zoekende beestjes en gebrek aan voedsel. Kans op overleven: zero. Hoe lang kunnen we nog genieten van deze prachtige zwart-witte vliegkunstenaars? Ik vrees het ergste.

We zitten ondertussen aan 69 soorten op mijn jaarlijst: kievit (67), graspieper (68) en kneu (69). Welke soort wordt nummer 70?
Inderdaad. Al 8 jaar heb ik deze ervaring. Kieviten broeden intens in een maisveld aan de manege in Alken. Er komt nooit iets van. Maar het resultaat-gericht denkmodel is nog niet in het kievit-DNA. En bijgevolg geen nieuwe kievit. Wel nieuwe huizen voor mensen overal in de buurt. En die reproductie is wel zichtbaar.
LikeLike