Soms moet je er wat moeite voor doen, om die vogels te zien die je nog mist op je lifelist. Een weekje naar Litouwen reizen met een groep vrienden bijvoorbeeld. Een aanrader.
Ons vogelavontuur begon maar pas echt op een parking van een benzinestation in dit prachtige land. Een broodje met tot op heden onbekend beleg in de ene hand en mijn verrekijker in de andere. Bonte kraai, ekster, witte kwik. De reislijst was gestart. Mijn doel waren zes nieuwe soorten. De zogenaamde lifers: vogels die je nog nooit in je leven hebt gezien. Benieuwd of we ze gingen vinden. Onze zeer gedreven plaatselijke gids Marius had er alvast alle vertrouwen in.
Vette wei
Onze volgende stop was een ondergelopen weidegebied. Zo vind je ze hier in Vlaanderen niet meer. Uitgestrekt en met een stevige plas-dras. Dat moest leuke soorten opleveren en dat deed het ook. Het begon met een koppel wilde zwanen. In Litouwen een algemene broedvogel. Daarna onze eerste – het zouden zeker niet de laatsten zijn – kraanvogels. Ook een broedvogel in elk moerasje dat die naam waardig is. Verder hing de lucht vol met jodelende veldleeuweriken, zwierige kieviten en een paar bruine kieken. Wat een weelde.

Daarna reden we naar ons eerste bosgebied. Met een van bomen voorziene oppervlakte van 50% van het land heb je hier keuze genoeg. Hoewel het duidelijk om productiebossen ging, was de ondergroei en de structuur toch heel natuurlijk en rijk. We keken aandachtig naar een koppeltje staartmezen, want die behoren hier tot de met een hagelwitte kop bekroonde ondersoort. Chuppa-chups volgens onze gids. Naast een overvloed aan goudveil en de eerste elandsporen (dat verhaal krijgt nog een staartje) sloten we onze dag af met een overzeilende jonge zeearend.
Grensgeval
De volgende dat liep onze wekker af om 5 uur (4 uur Belgische tijd). Toch stapten we met twee goede benen uit ons bedje. Want er stonden korhoenders op het programma. Locatie geheim en dat moesten we zo houden.
Een goed uur later stonden we op een groot uitkijkplatform te turen over een met een mistgordijn gedrapeerde heidevlakte. Op de achtergrond al het geluid van bolderende korhoenders in een uniek duet met roepende kraanvogels. Toen de mist wat optrok werden de figuranten van dit spektakel ook zichtbaar. Druk draaiend rond een vrouwtje of bij gebrek aan dames rond elkaar. Af en toe gekke sprongen makend. Baltsende korhoenders, minstens 15 stuks. Met als achtergrond een hekwerk dat onlangs op de grens met Belarus werd opgetrokken.
Natuur op zoek naar liefde voor een muur van haat, wat een contrast.

Raven
Plots viel het gebolder stil. Een grote groep zwarte vogels kwam aangevlogen uit het bos. Meer dan 50 stuks, allemaal raven. Een veelvoud van de totale Vlaamse populatie in één kijkersbeeld. Opnieuw een wow-momentje.
Maar onze gids was vooral onder de indruk van een andere soort: een vrouwtje roodborsttapuit. Dit bleek in Litouwen een topsoort te zijn. Zeer zeldzaam.
Zelf had ik meer aandacht voor de appelvinken die zich mooi lieten bekijken. Wat een toeters hebben die beesten toch op hun kop zitten.
Tijdens de terugrit werd er regelmatig gestopt. Voor een groep pestvogels bijvoorbeeld. Ze komen hier elk jaar overwinteren. Soms enkele, soms veel. Voor mij waren het er heel veel. Bij de verkiezing van de mooiste vogels die er zijn staan ze zonder twijfel in mijn top 10.
Een roepende dwerguil deed onze gids ook opspringen. Maar we kregen hem – ondanks het imitatietalent van Marius – niet te zien. Dat lukte wel met ons eerste hazelhoen van de reis. Zoals voorspeld een korte flits en een staart – met de juiste kenmerken – die snel in het bos verdween. Volgens de gids waren het er twee. Ik was al blij met een korte blik op een wegvluchtende staart. Ze goed laten zien was volgens onze gids zijn nachtmerrie.
Tuinsoorten
Na een stevige maaltijd gingen we op bezoek bij een vriend van Marius. Hij woonde in een typische Litouwse woning in een afgelegen dorpje of wat daar voor moest doorgaan. Met als achtertuin meer dan 10 ha topnatuur. Tot blijdschap van Gert begraasd door Schotse Hooglanders. Zijn toilet – eentje met een hartje in de deur en geplaatst in de achtertuin – werd regelmatig gebruikt als fotohut om de dansende kraanvogels te fotograferen.
Als bioloog was hij de referentie voor het onderzoek naar waterrietzangers. Zijn missie was om deze soort te redden door ze met de hand op te trekken en de jongen in geschikte gebieden los te laten. Een fulltime job tijdens het broedseizoen voor heel wat vrijwilligers. Maar blijkbaar met groot succes.
Na dit boeiende bezoek werd onze lijst aangevuld met goudvinken – forse en duidelijk in topvorm verkerende exemplaren – en nog een zeearend in vlucht.

Onze eerste volledige dag werd afgesloten met een avondje rondrijden in de bossen op zoek naar uilen. Eindstand van deze wedstrijd: groep versus uilen 0-1. Geen nachtroofvogel te horen of te zien.
Maar toch gingen we met een goed gevoel slapen dankzij een aantal forse troostprijzen: mekkerende watersnippen, varkens-imiterende waterrallen, plonsende elanden (niet gezien, het staartje komt nog) en een prachtige sterrenhemel met een – volgens de kenners – mooie oplichtende planeet Venus.