Een weekje familievakantie stond op het programma. De weergoden beslisten dat we de eerste dagen van ons verblijf in Kopenhagen vooral binnen doorbrachten. Veel wind en regen was ons lot. Erg? Zeker niet, de musea en te bezoeken historische en andere locaties waren meer dan de moeite. Maar aan vogels kijken kwam ik dus niet echt toe. Dat was ook niet het doel.
Bruinvissen
Het was nochtans hoopvol begonnen. We maakten onze reis met de auto en daar zat een overtocht van bijna een uurtje met de ferry bij. Op deze tocht (zowel heen als terug) kon ik bruinvis spotten. Toch geen alledaagse waarneming. Onderweg had ik al kunnen genieten van ooievaars en een paar rondcirkelende zeearenden. Maar dan sloeg het weer om.
Vanaf dan beperkte mijn waarnemingen zich tot de alom-tegenwoordige bonte kraaien en de vogels die op schilderijen of graffiti opdoken. Maar elke echte vogelkijker blijft zoeken naar gevleugelde beestjes. Ook al staan ze op een muur of de zijkant van een boot.

Groen
Wat op mij het meeste indruk maakte was hoe groen een stad kan zijn. Op bijna geen enkele plek in Kopenhagen heb je het gevoel dat je in een drukke grootstad aan het wandelen bent. Je wandelt als het ware van het ene groene plekje naar het andere. Stadsparken zijn gewoonweg grotere groene zones. Elk hoekje is voorzien van de nodige beplanting. Zelfs kale muren worden omgetoverd tot verticale groene zones. Die gekke Scandinaven lopen ver voor op ons. Zo bezochten we op het einde van de week een paar begraafplaatsen (ik heb er een zwak voor) en ik dacht even dat ik in een natuurgebied was terecht gekomen. Wat een manier om met zulke open ruimtes om te gaan!

Lijstje
Een dag konden we dan toch een voormiddag echt naar vogels gaan kijken. Het weer was redelijk, dus reden we 20km naar het zuiden om aan de kust te belanden, vlak onder Kopenhagen. Met de (weer van groendaken voorziene) building op de achtergrond genoten we van een prachtig binnendijks gebied. Tal van steltlopers, waaronder kluut, bonte en een mooi groepje Temminck’s standlopertjes kregen we in beeld. Goud- en zilverplevieren nog in hun prachtige zomerkleed waren zeker de moeite. De aangekondigde roodhalsfuut liet zich prachtig bekijken met een bijna volgroeid jong erbij. Zo kon ik mijn bescheiden Kopenhaagse vogellijstje toch wat aanvullen.
Ondertussen stonden er al een paar mooie soorten op mijn vakantielijstje: braamsluiper die verdwaasd zat te wezen nadat de storm hem in de de treurwilg had geblazen waar Jente hem ontdekte, een aalscholverkolonie op een mini-eilandje in een stadspark, een bonte kraai die parmantig voor mij wandelt op een fietspad, een visdief die langs een brug sierlijk voorbij komt vliegen (of was het toch een noordse stern?) en een grote groep grauwe ganzen (veel g’s) die op een mooi gemaaid grasveld komen grazen vlakbij een bende spelende kinderen. Vogels kijken en een stad bezoeken, het kan perfect samen.


Topidee
Tijdens een van onze wandelingen door een stukje groen Kopenhagen stootte ik op een concept waar ik instant grote fan van werd. Ik maakte er mijn gezinsleden attent op dat dit op mijn lijstje mocht om te realiseren als ik het tijdelijke voor het eeuwige zal omwisselen. Hoewel ik dit moment toch nog even wil uitstellen, gaat dit concept mijn laatste rustplaats sieren: een mooie grafsteen inclusief vogelbadje.
