Ik zit op één soort van de magische 100 soorten op mijn local patch. Dit dankzij een motiverende cursus over vogels kijken. Wat het ene met het andere te maken heeft lees je hier.
Bruine kiek
Nadat ik met een aantal cursisten op pad ging aan het Schulens Meer, kreeg ik door hun enthousiasme zelf opnieuw zin om nog eens een wandeling te maken op mijn local patch. Het ringwerk neemt veel tijd in beslag en dus was het al even geleden dat ik daar ging zoeken naar vogels. Ik koos er voor om naar een aangrenzend klein akkergebiedje te gaan. Daar bleken de velden pas geoogst en dus bijzonder geschikt voor soorten als tapuit of piepers. Die hoopte ik dan ook te zien. Niet dus.
Geen tapuit te zien. Maar wel verschillende buizerds die van de gelegenheid gebruik maakten om een snelle hap te scoren. Na maaiwerken liggen er altijd wel wat dode knaagdieren voor het oprapen. Een stuk makkelijker dan er eentje levend te vangen. Plots merkte ik een overvliegende roofvogel op die helemaal anders was dan die buizerds die ik al even zat te bekijken. Veel bredere vleugels, een omlaag gerichte snavel en kop. Dit was een bruine kiekendief! Met mijn verrekijker zag ik de gele kruin die mijn vermoeden bevestigde. Een nieuwe jaarsoort voor hier.

Op de terugweg ging ik, zoals vaker, nog even langs bij de vijver van Maupertuus. Water is altijd een aantrekkingspool voor vogels en blijkbaar dus ook voor mij. Daar vond ik nummer 99 voor dit jaar. Tussen de wilde eenden zag ik een kleiner beestje dobberen: dodaars. De kleinste fuut in ons landje. Een heel gewone soort, maar niet voor mijn gebied. Dat het er twee waren belooft voor volgend broedseizoen. Een beetje dromen mag.
Oranje kiek
Het enthousiasme van de groep cursisten had mij dus twee extra soorten opgeleverd. Maar hun kennismaking met de hobby vogels kijken zullen ze ook niet snel vergeten. Nadat we vrijdagavond hun hadden verteld hoe je vogels kan determineren, gingen we zondagmorgen op pad om dit ook in de praktijk toe te passen. In laatste instantie kozen we voor het Schulens Meer. Een terechte en gouden switch bleek later.

Niet enkel startte de dag met een prachtige zonsopgang over een met mist overdekte meer, maar er werd een indrukwekkend soortenlijstje bij elkaar gevogeld. Wat gedacht van krombekstrandloper, ijsvogel (meermaals mooi in zit op een paaltje), visarend (voor sommigen zelfs in actie, duikend in het water naar een dikke vis) en velduil (recht op ons af vliegend opgejaagd door een bende schreeuwerige meeuwen). Soorten waar ik vaak lang heb over gedaan om ze te zien te krijgen. Zij kregen ze op hun eerste uitstap aangeboden.
Maar de ster van de dag was zonder twijfel een juveniele kiekendief die vlak voor onze neus kwam voorbij glijden.

Mystery-bird
Dadelijk gingen er bij een aantal van de leden van onze Vogelwerkgroep (die waren erbij om de cursisten te begeleiden tijdens hun determinatieopdracht) alarmbellen af. De kreet ‘blauwe kiek!’ werd al snel naar de achtergrond verbannen. Want de oranje onderzijde van deze roofvogel en de opvallende bleke halsring waren kenmerken voor grauwe en mogelijk zelfs steppekiek.
Omdat het beestje zo vriendelijk was geweest om vlakbij de groep langs te zeilen, werden er heel wat goede foto’s gemaakt. Die werden dan ook druk bekeken. Het woord ‘steppe’ viel al vrij snel. Maar was het er ook effectief eentje?
Het verhaal stopte dan ook niet na de uitstap. Eerst werden heel wat foto’s verzameld om zo veel mogelijk kenmerken te kunnen checken. Maar binnen onze werkgroep raakten we er nog niet volledig uit. De score voor grauwe en steppe stond op een ex aequo. Dus schakelden we de kiekendief-specialisten in (jawel, die bestaan). Daar kwam het antwoord ook niet dadelijk en ook daar waren er tegengestelde determinaties. Maar op het einde kwam er dan toch een verdict: steppekiek!

Het was op basis van deze foto van Andre Gaens dat de balans in de juiste richting sloeg. Waar ik er van uit ging dat die lichte halsring en de donkere ‘boa’ een belangrijk kenmerk was, bleek dat niet altijd zo te zijn. Er vliegen blijkbaar ook grauwe kiekendieven rond waar dit er zo kan uitzien.
Ook de kleur van de onderdelen is niet altijd een uitsluitsel. De reden waarom zie je perfect in mijn blog. De kleur van de onderzijde van de vogel is bij de eerste foto veel intensiever dan bij die op de onderste foto. Dit gaat om hetzelfde exemplaar. Lichtinval, intensiteit van het zonlicht en vooral de interpretatie van die kleur is zeer variabel. Nadien conclusies trekken op basis van een foto is heel gevaarlijk.
Het kenmerk waardoor de specialisten met zekerheid er een steppekiek van maakten is de ondervleugel. Op de foto van Andre is die deels te zien. Maar net genoeg om een oordeel te vellen. Zo zie je op de foto een duidelijk witte wig aan de basis van de slagpennen. De ‘boomerang’ noemen de specialisten het.
Genoeg bewijs om deze zeldzame steppekiekendief te noteren op een geweldig lijstje van onze uitstap met de cursisten. Dat is pas een binnenkomer!