Na drie bezoeken aan natuurgebieden van Limburgs Landschap staat mijn jaarlijst op 64 soorten. Zonder echt veel moeite te doen. Maar zoals jullie ondertussen weten. De laatste loodjes wegen het zwaarst. En die zijn nog lang niet aan de orde.
Ik begon dit weekend met een mooie wandeling in Negenoord – als vogelkijkgebied of gewoon eens te gaan wandelen een dikke aanrader – onder een lekker zonnetje (eindelijk) en in goed gezelschap. De plaatselijke vrijwilligers stonden klaar om mij te ontvangen en gingen mee op pad. Superleuk.
Onderweg was er zeker aandacht voor de vogeltjes. Ster van die voormiddag waren zonder twijfel een groepje brilduikers. Niet ver aan de andere kant van de Maas zoals zo vaak of snel voorbijdrijvend in de wilde stroming. Deze keer zaten ze dichtbij de oever van een van de grindplassen. Zodat we ze lekker konden bekijken.

Dan merk je pas hoe geweldig deze compacte duikeendjes zijn. De subtiele golvende tekening op hun flank, de unieke groene kleur van hun op het eerste zicht te grote kop, de opvallend witte vlek achter hun snavel en dat alles subliem afgewerkt met een knalgeel oog. De heren brilduiker zijn ondertussen volgepropt met adrenaline. Hoewel ze nog een heel eind moeten vliegen om hun broedgebied te bereiken in het hoge noorden, baltsen ze er stevig op los. Op de brilduikerwijze. De mannetjes zwemmen in schokjes naar hun uitverkoren dame en gooien dan hun kop heel ver achterwaarts op hun rug. Grappig zicht.
Zondagvoormiddag mocht ik opnieuw op pad. Dit keer als gids bij een vroegvogelwandeling van Natuurpunt Borgloon. Een uitnodiging waar ik graag op inging. Hoewel de activiteit startte op een ontiegelijk vroeg uur – we moesten er al om 7u30 zijn, ruim een uur voor het zonnetje opkwam – zag ik toch een groep van een 15-tal enthousiaste en leergierige deelnemers. Ik werd er aangekondigd als dé vogelkenner bij uitstek. Ze noemden mij zelfs een ornitholoog. Een uitspraak die straks ruim overroepen zal blijken. Voor we op pad gingen kwam er al een uil in een boom vlakbij even kijken wie die rare kwieten wel waren die zo vroeg zijn territorium kwamen betreden. ‘Steenuil’ was mijn determinatie. ‘Ik dacht dat die kleiner was’ kwam er commentaar van een van de deelnemers. Maar ik was overtuigd van mijn determinatie. Even later vloog onze nachtelijke jager naar een schouw in de buurt. Ook toen hij daar zat bleef ik met mijn eerste idee dat het om een steenuil ging. Tijdens de wandeling kregen we heel wat vogels in beeld en kon ik mijn verhalen kwijt aan een aandachtig publiek. Na een koffietje van de organisatie ging ik dan ook tevreden naar huis.
Op facebook verschenen in de namiddag leuke beelden van ons avontuur. Waaronder ook een mooie foto van de uil op de schouw van bij de start van onze wandeling. Op die foto stond een… bosuil. De bekende ornitholoog had er stevig langs geklopt. Het vroege uur en de duistere omstandigheden is een excuus dat ik zou kunnen inroepen. Te snel er een soort op geplakt is echter de reden. Ik zondigde tegen mijn eigen wijze lessen die al lang verkondig. Goed kijken en niet te snel conclusies trekken. Pluim voor de deelnemer die mij wilde wijzen op het toch wel grote formaat. Hij zal stilletjes gedacht hebben: ‘vogelkenner, het zal wel’. Hij had gelijk. Wat baten kaars en bril als je enkel steenuilen denkt te zien. Tja, missen is menselijk. Zelfs een ‘ornitholoog’.
