
Een rondje Schulens Meer is nooit een teleurstelling. De weides rond het meer staan voor een mooi deel onder water en leveren dan ook een prachtig lijstje met soorten op. Zomertaling, rode wouw, slechtvalk, pijlstaart, smient, bontbekplevier, bonte strandlopertjes (nieuwe soort voor Wouter), kemphanen en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Maar de ster van de voormiddag bleef voor mij toch een zingend mannetje rietgors. Ik zag hem al bij het begin van onze ontdekkingstocht, volop zingend. De blauwborst en de tjif-tjafkes die we hoorden deden ook hun best. Maar daar was de toon duidelijk nog niet vol gezet. Bij deze rietgors was het al volle gas. Zijn eentonig deuntje joeg hij over het water van een vol meer. De boodschap werd door de golfjes meegenomen op weg naar een partner voor weer een energiek broedseizoen. Opnieuw en opnieuw. Hoopvol en vol goede moed.
Maar de reden waarom ik deze kerel zo graag hoor en zie heeft met zijn jaarlijkse metamorfose te maken. Rietgorzen zijn een van de vele soorten die hun prachtkleed krijgen omdat hun veren afslijten. Hun prachtig zwarte kruin en bef komt er stilaan door. Het geluid is in dit geval sneller dan het oog. Normaal is het omgekeerd. Als je goed kijkt zie je nog wat sporen van een minder opvallend winterkopje. Ook de kleurtjes op de rug mogen nog wat aandikken. Een jonge man die voor het eerst zich op het spannende liefdespad gaat begeven. Ik wens hem alvast alle succes.
Zelf ben ik ook een slachtoffer van dat slijtage-effect. Enkel komt er bij mij geen prachtkleed te voorschijn, maar een grijze versie met een doorkijk. Mijn deuntje is dan ook nog eens eentje met heel wat valse noten. Rietgorzen, ik ben er toch een beetje jaloers op.