Neen, Hergé is niet terug opgestaan om een hoofdstuk extra te schrijven voor zijn wereldberoemde stripheld. Het gaat over een zeer leuke waarneming in een van onze gebieden lans de Maas.
Maar voor ik daar aan begin even mijn excuses voor een periode van media-stilte op mijn blog. Regen (heel veel regen), drukke tijden en het feit dat we zijn aangekomen aan onze korste maanden qua schrijfwijze is blijkbaar een dodelijke combinatie voor schrijvers van blogs over vogels kijken. We zitten in een dipje op dat gebied, waar ik een poging voor doe om er uit te geraken. Here we go…
Mijn lijstje is na een bezoek aan Hochter Bampd in Lanaken weer een ietsie-pietsie gestegen. We zitten aan 118 soorten gezien in onze – daarmee bedoel ik die van Limburgs Landschap even ter herinnering – natuurgebieden dit jaar. Dat het een voornemen gaat worden gespreid over meerdere jaren is ondertussen al pijnlijk duidelijk geworden. Ik heb op dit moment 13 gebieden van de in totaal 42 bezocht met mijn verrekijker rond mijn nek. Je kan natuurlijk ook de conclusie trekken dat er wel heel wat natuurgebieden in beheer zijn van onze organisatie. Laten we die inkijk vasthouden.
Naast een geweldige morgen langs de Maas – die mij toch blijft aantrekken als ik bekijk waar ik al geweest ben – kreeg ik dus twee nieuwkomers op mijn LiLa-jaarlijst (onze collega’s van PR worden misselijk van deze afkorting, maar ik vind ze toch leuk).
Het begon met een prachtig mannetje grauwe klauwier. Deze soort is al jaren aan een geweldig parcour bezig in Limburg. Als ik er de broedvogelatlas van 1985 even bijhaal – een prachtig werk van vogelaars-icoon Jan Gabriëls dat aan het lettertype en layout te zien wel volledig persoonlijk door hem lijkt getypt op een antieke schrijfmachine – dan lees ik daar dat er toen enkel broedparen van grauwe klauwier te vinden waren in een paar bolwerkjes (het woord past hier totaal niet) vooral in Noord-Limburg. In ons natuurgebied Stamprooierbroek zaten er amper een tweetal. Nu floreert daar een mooie populatie. Een succesverhaal. Het mag ook eens. De Maaskant is op het kaart in die atlas maagdelijk wit. Nu is het andere koek. De voorbije jaren werden er broedparen vastgesteld in bijna elk natuurgebied langs deze machtige stroom. Hochter Bampd mag dus aan dat lijstje worden toegevoegd. Hoewel een waarneming van een mannetje alleen is niet echt een sluitend bewijs dat er een broedgeval is. Maar in deze periode toch een kanshebber.
Maar het werd nog leuker. Er was mij al ter ore gekomen dat er in de reigerkolonie van Hochter Bampd nieuwe huurders waren. Een koppel lepelaars had zich er gevestigd. Die wou ik ook wel even met mijn eigen ogen aanschouwen. Want broedende lepelaars ken ik enkel van mijn omzwervingen bij onze noorderburen. Na wat zoeken kon ik een kuifdragende hagelwitte vogel ontdekken. Wat een prachtige en tegelijk gekke beesten zijn dit toch. Op een dode tak aan de oever zat hij te schitteren. De prachtige kuif omhoog geblazen door de wind. Een knalwit verenkleed met een subtiele geelachtige vlek op de borst. Een sierlijke verschijning waar ze om god weet welke reden dan die gekke snavel opgezet hebben. De rare lepelvormige verbreding heeft dan ook nog eens een knalgele kleur, zodat je er zeker niet langs kan kijken. Even later vloog hij (of zij) naar de nestplaats. Daar zag ik nu de broedende partner mooi zitten. Ze wisselden netjes van plaats en na wat geschuifel werden de eieren – of kleine jongen – terug ouderlijk bedekt. Een broedende lepelaar in een van onze natuurgebieden. Daar wordt ik heel gelukkig van.

Ik kon ze zelfs – vanaf de andere oever uiteraard – zelfs mooi op beeld zetten. Dat deed ik vooral omdat een van hen kleurringen droeg. Dan wordt het plots nog boeiender. Lepelaars is een soort die via ringwerk vaak wordt opgevolgd. Een mailtje met de genoteerde kleurencombinatie vertrok dan ook dezelfde dag naar het mogelijke project dat er aan gekoppeld is. Een paar dagen later ontving ik een vriendelijke bedankmail voor deze melding met een uitgebreide ‘levenslijst’. Dat is een opsomming van alle doorgegeven meldingen van deze vogel. Echt boeiend om die te overlopen. Ik geef jou even een overzichtje:
‘Onze’ Hochter Bampdse lepelaar werd in mei 2020 geboren en geringd in de Verrebroekse Plassen. Een prachtig natuurlijk aanhangsel van het dokkengebied in de buurt van Beveren. Hij of zij, bij lepelaars in het veld niet te onderscheiden trouwens, bleef daar in het geboortejaar wat rondhangen. Zoals pubers wel vaker doen. Twee jaar later in 2022 kwamen de eerste meldingen binnen. Opnieuw vooral in de buurt van waar ze – even veronderstellen dat het om een dame gaat – geringd werd. Dus in de Verrebroekse Plassen of in de buurt van Doel. Er werd voor het eerst een langere tocht ondernomen naar het buitenland. Reusel in Nederland. Een ecologisch totaal verantwoorde reis van ongeveer 65 km. Zeker omdat ze dit op eigen vleugels deed. In 2023 opnieuw heel wat meldingen uit Beveren en Doel met deze keer een uitstapje naar Itteren. Al wat verder met ruim 114 km in vogelvlucht, letterlijk voor een lepelaar. Dit eerste bezoekje aan onze prachtige Maaskant is mogelijk blijven hangen. De aanzet voor de latere verhuis, wie weet? Er werden nog reisjes geboekt. Zoals eentje naar Buggenum. Iets meer naar het noorden in de buurt van Roermond, maar ook langs de Maas. Deze lepelaar heeft mogelijk net als ik een klik met deze rivier. Deze uitstap is voorlopig haar verste verplaatsing waar we bewijzen van hebben.
Dit jaar werd onze kleurringdrager broedend waargenomen in zijn geboortegebied de Verrebroekse Plassen in april. Zonder succes, want volgens de melding werd de vogel er op een of andere voor mij nog onbekende reden verstoord. Dan herinnerde deze lepelaar zich blijkbaar de uitstapjes naar de Maas en huurde ze daar een struik in ons natuurgebied. Meteen de verklaring waarom ze in Hochter Bampd nu pas op eieren zitten. Dit is een tweede broedpoging voor dit seizoen. Hopelijk deze keer met succes.
Laat ze dan ook aub in alle rust proberen jonge lepelaartjes groot te brengen. Hou voldoende afstand als je ze gaat bewonderen. Zo kan er in dit prachtige natuurgebied langs de Maas zich een gezonde kolonie van deze prachtige vogels met hun gekke bekken ontwikkelen. Dat wil jij toch ook?