Het was een mooie week met meer dan 10 extra soorten op mijn jaarlijst. En het hadden er meer kunnen zijn, als Nederland niet bestond. Even wat meer uitleg.
Vogels kijken aan de Maas is top, alleen zit je soms te kijken naar vogels die niet in Limburg zitten of vliegen. Soms een beetje frustrerend. De regel is dan dat de vogel de locatie bepaald waar de waarneming werd gedaan. Een ongeschreven feit dat mij door een toffe, maar strenge vogelkijkster – jawel, ze bestaan – nog eens duidelijk werd gemaakt in onze Limburgse Whatsapp-groep. Volkomen terecht trouwens. Want ik had in mijn enthousiasme twee soorten ingegeven op de plaats waar ik stond te kijken. Foutje. Ze horen niet thuis op mijn Limburgse lijst.
Eentje was zelfs een lifer voor mij: de bronskopeend. Maar het werd geen ‘vinkje’ op mijn Belgische lijst. Niet enkel omdat het een eend is en dus vermoedelijk voordien ergens in een kot heeft gezeten. Maar ook hier, omdat ze besloot om aan de Nederlandse kant van de grens in de Maas te dobberen. Dus blijft ik hier ook dobberen op 309 soorten. Just is just!
Dat de vorkstaartplevier later op de dag – toen ik er al lang niet meer stond – ‘naar het noorden wegvloog langs beide oevers’ was voor mij van geen tel meer. Eerlijk duurt het langs en zorgt voor een kortere lijst. Wel grappig om op waarnemingen de euforie te voelen in de commentaren als een leuke soort beslist om even boven Belgisch – of Nederlands – grondgebied te vliegen.
Dit kan zelfs tot hilarische taferelen leiden. Zo herinner ik mij onze twitch uit 2022 van de zanggors in Doel. Dat beestje vloog daar rond in een wijkje op de grens met Nederland. Je kon aan de reacties van de aanwezige vogelkijkers perfect zien welke nationaliteit ze hadden. Vloog de vogel naar een tuin in België dan werden alle Belgen enthousiast. Verplaatste hij zich naar een bomenrij op Nederlands grondgebied dan volgden alle Nederlanders hem in galop naar hun land.
Ik ben er zeker van dat vandaag bij de vorkstaartplevier een aantal Belgische vogelkijkers Poetin-achtige ideeën kregen om een stukje Nederland langs te Maas te annexeren. Ik moet toegeven dat ik zelf ook even met die gedachte heb gespeeld. Heel even maar.

Dan hierbij het overzicht van de soorten die wel op mijn Limburgse jaarlijst mogen. We gingen vlot over de 170 soorten. Dus heel wat leesvoer. Mijn lijstje van easy-peasy wordt snel korter en korter. Nog even en dan zal duidelijk worden of ik een prima of een middelmatige vogelkijker ben. Daar gaan we…
Nr. 160 – Purperreiger
Iets vroeger vertrokken op het werk om mijn ‘koppeke leeg te maken’. Dat bleek om verschillende redenen een goede beslissing. Tijdens mijn rit naar het Schulensbroek kreeg ik een ‘rare’ reiger in het vizier. De duidelijk andere kleuren en de opvallende bocht in de hals tijdens zijn vlucht gaven zijn identiteit weg: purperreiger. Een snelle stop langs de weg leverde jammer genoeg geen foto op.
Nr. 161 – Groenpootruiter
Aan het Schulensmeer is het momenteel voor elke vogelkijker een feest. Wat een topgebied! Hoewel de steltjes maar langzaam verschijnen – of mogelijk al snel zijn doorgevlogen de voorbije weken – kon ik er toch een aantal ontdekken in de plasjes in het binnenbekken. Waaronder mijn eerste ‘groenpootjes’ voor dit jaar.
Nr. 162 – Bosruiter
Deze week was deze soort goed op dreef. Overal waar er wat slijk lag werden ze gezien. Dus ook aan het Schulensmeer. Het waren er drie. Ondertussen kon ik ze op meerdere plaatsen in beeld krijgen en staan er al meer dan 10 op mijn lijstje.

Nr. 163 – Zomertortel
Op de dag van de arbeid is het voor veel vogelkijkers werkendag. Terwijl ze in Schulen hun 24uur-marathon afhaspelen met alweer een – in navolging van de klimaatopwarming – gesneuveld record (nvdr. 112 soorten werden er gezien), besloot ik om naar het uiterste puntje van de provincie te rijden: Koningssteen. Een goede beslissing bleek achteraf. Waar ik stiekem op gehoopt had, werd waarheid. Ik hoorde er mijn allereerste zomertortel van dit jaar. Een steeds moeilijker te vinden sympathiek duifje. Door het zachte gekoer te localiseren kreeg ik ze ook in beeld. Zowel ik als zij genietend van een lekker zonnetje.

Nr. 164 – Witvleugelstern
Van een andere vogelkijker kreeg ik de info dat er een groep zwarte sterns op de grote plas waren gezien met daartussen een ‘witvleugel’. Maar ze waren dadelijk doorgevlogen. Toch even checken dacht ik. Al gauw bleek dat er nog steeds sternen rondvlogen met daartussen een prachtig exemplaar met contrasterend witte stuit en blekere vleugels. Hij was er nog. Een dikke bonussoort op mijn lijst. Wat een beauty!

Nr. 165 – Poelruiter
Dan kwam er in de namiddag de melding van een poelruiter ‘ter plaatse’ in Zonhoven. Jammer genoeg in een afgesloten deel van het vijvergebied. Maar de ontdekker was zo vriendelijk om er voor te zorgen dat wie dat wilde uitzonderlijk toegang kreeg. Mits het opvolgen van een aantal logische regels. Een berichtje aan Gert zorgde voor gezelschap. Voor hem was het een nieuwe Belg. Een groepje vogelkijkers was het bewijs dat hij er vermoedelijk nog zat toen we aankwamen. Als die allemaal door hij telescoop turen in dezelfde richting is dat altijd een goed teken. Twee dikke bonussoorten op één dag. Wat een luxe!

Nr. 166 – Kemphaan
Dat we hier even mochten vogels kijken was een opsteker. Deze plas zat vol met vogels, waaronder ook meerdere steltjes. Eentje stond nog niet op mijn lijst: kemphaan. Mooi meegenomen dus.
Nr. 167 – Gierzwaluw
Zo een topdagje mocht wel met een terrasje afgesloten worden. Gert en ik gingen dan ook nog iets drinken aan de haven van Hasselt – jawel, onze Limburgse hoofdstad heeft er een. We zaten nog maar net neer of Gert wees mij op een aantal snel voorbijvliegende vogels. Mijn eerste gierzwaluwen voor 2025 waren binnen. Een soort van de easy-peasy-lijst, maar toch leuk om ze nu al te mogen noteren.
Nr. 168 – Wielewaal
De verjaardag van mijn lieftallige echtgenote. Dus besloot ik om niet de ganse voormiddag en ver weg te rijden om vogels te kijken. Tijd om nog eens op mijn local patch te gaan rondlopen. Het deed deugd en leverde zelfs een paar nieuwe jaarsoorten op. Zo hoorde ik minstens drie wielewalen hun jodelende tonen ten gehore brengen. Eentje was zelfs zo vriendelijk om even over mij te vliegen. Een feestje in geel en zwart.
Nr. 169 – Bosrietzanger
Iets verder stond ik opnieuw met gespitste oren te luisteren naar een deuntje. Mijn Merlin-app sloeg helemaal tilt door deze zanger die een mix van allerlei liedjes van meerdere soorten door elkaar haspelde. De bosrietzanger is de DJ in het vogelwereldje. Ik hoorde onder andere tonen van fitis, grasmus en spreeuw in zijn repertoire. Blij dat ze terug zijn. Het is een van mijn favoriete vogels.

Nr. 170 – Sprinkhaanzanger
Deze soort werd al op meerdere plaatsen gemeld en mijn achtervolging bleef voorlopig zonder resultaat. Als ik op de aangegeven locaties kwam hield hij zijn snaveltje dicht – zoals een wijze uil op tv ooit meermaals vroeg. Tot ik deze week in de vroege uurtjes rondliep in Bichterweerd. Daar kreeg ik een persoonlijk optreden van deze imitator van een naaimachine. Wat ik met een denkbeeldig maar welgemeend applaus in ontvangst nam.
Nr. 171 – Grauwe vliegenvanger
Na het afspeuren van de Maas en de aanwezige plassen naar steltjes of andere leuke soorten besloot ik om de weg tussen de machtige rivier en de plas van Bichterweerd te nemen om terug naar mijn auto te wandelen. Een vogel in de top van een dode boom trok mijn aandacht. De telescoop bracht opheldering. Een grauwe vliegenvanger zat te speuren naar insecten om te doen wat zijn naam zegt.

Nr. 172 – Temmincks strandloper
’s Avonds zag ik op waarnemingen.be dat ik op een paar minuutjes na een ontmoeting met deze sneaky steltjes had gemist. Terwijl ik wegwandelde van de zandwinning, werd daar door een andere vogelkijker een Temmincks strandloper – twee stuks dan nog wel – gespot. Omdat ik de dag erna toch in De Wissen moest zijn, vertrok ik ’s morgens wat vroeger om opnieuw te gaan zoeken. Met succes. Ik vond er niet twee, maar een groep van maar liefst tien Temminckjes. Ze trippelden op hun muisachtige wijze rond, mij totaal negerend. Mooie afsluiter van mijn week dacht ik op dat moment.

Maar dat was uiteraard zonder de vorkstaartplevier gerekend. Ondanks dat ik hem niet op mijn jaarlijst schreef, was het toch een geweldige ontmoeting met deze zeldzame dwaalgast. Als Vladimir P. een Belgische vogelkijker was geweest was mijn lijstje misschien al iets langer. Maar ik heb een klein vermoeden dat de nadelen van deze gedachte groter zijn dan de voordelen.