De voorbije week mijn volgende telling voor het MAS-project (Meetnet Agrarische Soorten) afgewerkt. Ik zat dicht tegen de dead-line van 10 juni aan. Want ik bleef het maar uitstellen. Het is dan ook geen opbeurende ervaring. Op mijn tien telpunten had ik met moeite 23 waarnemingen van echte akkersoorten. Verdeeld over 6 soorten en dan tel ik de fazanten nog mee. Met een gemiddelde van 2,3 waarnemingen per telpunt is dit project een hele klus om vol te houden. De biep bij het bereiken van de 10 minuten teltijd klinkt vaak als een verlossing. Op mijn laatste telpunt slaagde ik er zelfs in om geen enkele waarneming te noteren. Gelukkig dat op de andere telpunten de veldleeuweriken nog wat moeite doen met 15 zingende exemplaren. Maar ik heb sterk mijn twijfels of die ook voor nakomelingen zorgen. Steriele akkers zonder voedsel voor hen. De schaarse hoogtepunten – als je ze zo mag noemen – waren een roepende kwartel en twee zingende geelgorzen. Van de hier vroeger voorkomende grauwe gors geen spoor. Maar ook geen kieviten te bespeuren. Als je de akkers scant dan weet je al snel waarom. Tussen de gewassen zie je geen sprietje onkruid. Hagen, bosjes of andere schuilplaatsen zijn zeer dun gezaaid, om het met landbouwtermen te zeggen. Vermoedelijk heb ik een aantal heel ‘magere’ telpunten, maar elders vrees ik dat het niet echt veel beter gaat zijn. Ons landbouwgebied is leeg. Ondanks de jarenlange tellingen die dit duidelijk aangeven en dito rapporten, blijft onze overheid blind voor dit probleem. Ik heb zelfs een sterk vermoeden dat ze het niet zien als een probleem. De voortdurende lobby door een machtige Boerenbond houdt de boot af met hun al lang afgezaagde en fake alibi dat wij gaan sterven van de honger als we de landbouwers geen carte blanche geven om massaal te produceren ten koste heel wat soorten die in een sneltreinvaart verdwijnen. Die landbouwers zitten dan weer muurvast in een pervers systeem dat hen dwingt om te kiezen voor schaalvergroting. Een vicieuze cirkel waarvan ik vrees dat we hem niet snel gaan kunnen doorbreken. Frustrerend. Ik word er na zo een telling – zoals jullie al hebben gemerkt – heel boos over. Akkervogels? Een uitstervend ras. Jammer maar helaas.

Terug naar wat opbeurender nieuws. Mijn lijst groeit langzaam aan. De 200 soorten lijkt binnen handbereik. Maar nieuwe soorten vinden is een hele opgave. We blijven echter hoopvol en gaan telkens er tijd vrij is op pad.
Nr. 195 – Kanoet
Opnieuw was Koningssteen de place-to-be. Daar werd al een paar dagen een kanoetstrandloper gemeld. Ik had niet zo veel tijd na het werk. Dus sprak ik met Gert af om zaterdagvoormiddag te gaan kijken. Maar een sappige reeks regenbuien stak een stok in onze wielen. De zoektocht werd verschoven naar de namiddag. Dan zou het droger worden. Gert moest passen, maar Pierre en Wouter waren wel op post. Voor Pierre zou dit trouwens een nieuwe Belg zijn. Toen we uit de auto stapten in Kessenich werden we getrakteerd op een stevige wind met toch nog wat buitjes. Maar we gingen toch op zoek. Hopelijk was onze doelsoort ook blijven zitten door die regen. En dat bleek het geval. Want even later stonden we naar dit attractieve steltje te kijken. Ondanks de stevige wind kreeg ik hem mooi in mijn kijker. Die steenrode borst en flanken zijn een geschenk voor wie graag vogels ziet. Heel anders dan hun veel soberdere winterpakje.
