Opnieuw een lang weekend of een korte werkweek achter de rug. Een dilemma dat ik al eerder aan jullie voorschotelde. Maar het draaide iets anders uit dan gepland. Niet enkel komen we met juni in een wat rustigere periode terecht. De broedvogels zijn wat minder actief omdat ze met jongen zitten of het broedseizoen achter de rug hebben. Voor hen tijd om even te chillen. Daarnaast kom je op dit moment minder dwaalgasten tegen. Soorten die nu opduiken zijn vaak zwervers die helemaal de weg kwijt zijn. Of exemplaren die bij ons wat komen treuren over een mislukt broedsel. Als je dan als vogelkijker nog eens een stevige snotvalling krijgt dan is het helemaal een weekje in mineur. Zeker als man, wij hebben het wat betreft ziektebeelden toch een stuk zwaarder (of beelden we ons dat in?). De week begon schitterend en ook het einde was behoorlijk. De periode er tussen in laat ik onbeschreven en probeer ik zo snel mogelijk te vergeten.
Nr. 196 – Cirlgors
Maandag een vrije dag. Dus begon ik de week met een voormiddagje vogels kijken. Samen met Gert reed ik naar Peer om weer een paar uren over het militaire domein te turen. Hoewel onze doelsoort – slangenarend – niet present gaf, was het toch een leuke voormiddag. Rode wouw, kraanvogels, jagende havik, bruine kiekendieven achtervolgd door wulpen en kieviten. Ik heb al mindere voormiddagen meegemaakt. Net voor het middaguur kregen we een melding binnen van een zingende cirlgors in de Ziepbeekvallei. Dat is een straffe ontdekking. Want deze soort werd in Limburg nog maar drie keer eerder met zekerheid gezien. Eentje daarvan was in hetzelfde gebied in 2006. Bijna 20 jaar geleden. Dus wandelden we iets sneller dan anders naar onze wagen om richting Zutendaal te rijden. Daar stond Kristien – die blijkbaar in de buurt aan het vogels kijken was – al paraat. Maar het bleef stil in de houtkant waar hij zou moeten zingen. Wel een goed halfuur lang. Wij kregen ondertussen nog wat extra hulp. Maar ook dit bracht geen zoden aan de dijk. Tot Kristien teken deed dat ze iets hoorde. Jawel, vanuit een struik klonk de klingelende zang van deze zuidelijke neef van onze geelgors. Gehoord! Dat was al binnen. Nu nog zien. Even was hij te zien in een eik, verscholen tussen de bladeren. Maar toch herkenbaar. Hij maakte het ons niet makkelijk. De volgende bezichtiging was redelijk ver op een paaltje. Dat was al een stukje beter. Maar de apotheose moest nog komen. Want even later zat hij lustig te kwelen op datzelfde paaltje, maar nu stonden wij vlakbij. Adrenaline in kwadraat. Hij was zelfs zo vriendelijk om even in vol ornaat op de omheining van de weide te gaan zitten. Kicken! Een onverwachte bonussoort op mijn Limburgse jaarlijst.

Nr. 197 – Kerkuil
We maken dan een sprong naar vandaag, zondag. Tot dan vooral in mijn zetel gelegen, klagen en zagen over mijn fysieke toestand. Een beetje zielig, ik weet het. Maar vanaf zaterdag was ik terug een beetje de oude. Maar een brandend zonnetje was meer dan reden genoeg om mijn zetel toch weer op te zoeken. Veel kansen om vogels te kijken liet ik dus voorbij zeilen. Tot vandaag. Een berichtje van mijn favoriete bioboer Jon – tip, ga er eens langs https://www.kleinaart.be/, een topkerel met een topvisie over landbouw – schudde mij terug wakker. Er was een jonge kerkuil uit zijn nestkast gesukkeld. Ik gaf hem de raad om hem terug te zetten en ik zou wel eens langs gaan. Vandaag dus. Maar we waren te laat. De vogels waren gevlogen en het denkelijk terug geplaatste jong had het niet gehaald. Maar alweer een geslaagd broedsel op zijn bedrijf. Mooi.
Daarna reden we door naar de kerk van Herten. Want ook daar zit een koppel kerkuilen. Dit jaar wel zonder succesvol broedsel. Etienne, die er vlak naast woont, was op mijn vraag al eens gaan piepen. Lege nestkast met wel een ongeringde adult er in. Misschien zat die er nu nog op mij te wachten om een ring te krijgen. IJdele hoop. Wel kreeg ik een van de oudervogels te zien. Ik had mij strategisch opgesteld, zittend op het muurtje van het kerkhof. Toen Kristof en Etienne de trap opliepen in de kerk, vloog een kerkuil uit de toren, recht op mijn Limburgse jaarlijst.