Na een periode van dertig graden of meer, koelde het tegen het einde van deze week gelukkig wat af. Tijdens het weekend kon ik dan ook opnieuw, zonder te puffen, vogeltjes gaan kijken. Met succes trouwens.
Zaterdag had ik balie-dienst in De Wissen. Ik zette mijn wekker extra vroeg en kon zo een paar uurtjes genieten van het prachtige natuurgebied Negenoord. Met 35 soorten scoorde ik een op dit moment mooie daglijst. De toppertjes waren een koerende zomertortel, een koppeltje druk voederende spotvogels en een schitterend mannetje grauwe klauwier.

Zondag was het even bang afwachten wanneer de regenbuien Limburg zouden gaan besproeien. Maar die bleken de voormiddag nog even over te slaan. Dus gingen Pierre en ik op pad. Aangezien kruisbek nog steeds ontbreekt op mijn jaarlijst, kozen we voor een bosgebied met veel dennen. Gerhagen leek ons een mogelijke optie. En dit zou een goede keuze blijken. Tijdens een mooie wandeling streepten we 20 soorten aan (wat uitkomt op een weektotaal van 51 soorten) waaronder kuifmees – altijd leuk om deze meesjes met hun ‘Elvis-kapsel’ te mogen aanschouwen – en raaf. Maar de ontdekking van de dag kwam pas op het einde van onze zoektocht.
Nr. 198 – draaihals
Vlakbij de parking werden we opgeschrikt door een voor ons beiden niet zo bekende roep. Een schril en kort herhaald gekrijs. Na het checken van de geluiden op onze Collins vogelgids-app werd al snel duidelijk dat we net een draaihals hadden gehoord. We bleven nog even wachten, maar de vogel hield zijn snaveltje dicht. Het geluid was echt kenmerkend en bij ons was er geen twijfel. Geweldig! Zoeken naar een soort en een andere scoren. Altijd leuk en onverwacht. Een streepje op mijn lijst dat ik niet had zien aankomen.
Want op dit moment is het een stillere periode voor vogelkijkers. Waar een paar maanden geleden de meeste soorten er alles aan deden om op te vallen – niet voor ons maar voor de vrouwtjes – is het nu veel stiller. Bij heel veel soorten zijn de mannetjes vooral bezig met het helpen groot brengen van hun kroost. Met je bek vol eten is het moeilijker zingen. Een paar volhouders zoals tjiftjaf of roodborst blijven van katoen geven. Maar het zijn de uitzonderingen. Af en toe heb je ook een mannetje dat wegens gebrek aan een partner zich blijft laten horen. Zoals de braamsluiper momenteel in mijn tuin. Tot mijn grote jolijt trouwens.
Daar komt nog eens bij dat de ruiperiode er aan komt. Vogels wisselen elk jaar hun versleten verenpak in voor een nieuwe versie. Niet door te gaan shoppen in een drukke winkelstraat, maar door hun oude veren af te werpen en verse te laten groeien. Hiervoor gebruiken ze verschillende methodes. Sommige soorten beginnen hun rui vlak na het broedseizoen, zwartkop bijvoorbeeld. Anderen doen dat liever nadat ze zijn aangekomen in hun overwinteringsgebied, ik denk dan aan kleine karekiet of bosrietzanger. Belangrijk is dat die wisseling van verenpak je zo weinig mogelijk last bezorgt. Want niet goed kunnen vliegen is voor een vogel levensgevaarlijk. Vooral het ruien van de slagpennen van de vleugels is delicaat. Roofvogels, die hun vleugels gebruiken om te zweven, kiezen er dan ook voor om die te ruien gespreid over meerdere jaren. Kortom, het is een risicoperiode, waarin je je best gedeisd houdt.

Een soortengroep die wel een heel aparte manier hebben om hiermee om te gaan zijn eenden en ganzen. Zij kiezen er voor om hun slagpennen in een keer allemaal samen te ruien. Dat heeft als gevolg dat ze een periode totaal niet meer kunnen vliegen. ‘Flightless’ noemen ze dat in het wereldje van de vogelkijkers of ringers. Dat moment is het voor eenden een levensbedreigende situatie. Gelukkig kunnen ze zich ophouden op grote waterplassen of in rietvelden waar predators het moeilijk hebben om ze te pakken te krijgen. Zelfs als ze niet kunnen wegvliegen. Maar ze hebben nog wat trucjes om te overleven. Zo ruilen de mannetjes hun vaak uitbundige broedkleed in voor een verenkleed dat heel veel lijkt op dat van de vrouwtjes. Onopvallend en ‘saai’. Op de foto zie je een mannetje kuifeend dat stilaan op weg is naar dat saaie pakje. In vogeltermen noemen we dit het eclipskleed. Na een tijd lijken alle eenden op elkaar. Voor hen een zegen, voor mij een uitdaging. Ik heb ze toch liever in hun mooi gekleurde prachtkleed. Maar daar zal ik toch even geduld voor moeten oefenen.