Deze week geen nieuwe Limburgers, maar wel een mijlpaal in mijn ringers-loopbaan.
40.000
Op trektellen.be kan je mijn ‘prestaties’ bekijken van mijn ringplek thuis. Op waarnemingen.be staan soms leuke soorten die ik heb geringd. En zelf kan ik op Papageno – het registratieprogramma van het ringwerk met middeleeuwse trekjes – bekijken hoeveel vogels ik elke dag of elk jaar een ring aan hun poot kneep. Maar een totaaloverzicht ontbreekt. Daarom ging ik zelf aan de slag en zette alle cijfertjes netjes in de juiste hokjes. Zo kreeg ik een beeld van het aantal vogels dat ik de voorbije 14 jaar door mijn handen liet gaan. Eerst twee jaar met mijn ‘kleine’ vergunning. Toen kon ik enkel vogels ringen in het nest. Daarna ook adulte vogels die ik op allerlei manieren kon en mocht strikken.
Toen exell zijn werk had gedaan bleek ik op een zucht te staan van een mooi rond getal. Iets dat ik heel leuk vind. Zo wens ik elke vogel die een ring met een ‘rond’ nummer aan zijn poot krijgt stilletjes proficiat. Ook is een dag ringen dubbel geslaagd als ik kan afsluiten met een vol blad in mijn notitieboekje of een ringnummer dat eindigt op een nul. Een afwijking vrees ik. Maar eentje zonder gevaar voor derden. Dus was ik opgetogen dat de dag na mijn berekeningen ik met grote zekerheid mijn 40.000ste vogel zou ringen. Wat ook gebeurde. Dat waren al heel wat nullen.

Ontelbaar
Twee dagen later begon ik met het uithalen van de vogels tijdens de eerste ronde met een miezerig buitje. De weerman had zich duidelijk vergist en de beloofde droge voormiddag was een loze. Ik bracht alle gevulde zakjes naar binnen en wandelde dadelijk terug om de netten dicht te schuiven. Want er kwam volgens mijn buien-app nog heel wat regen aan. Ondertussen hingen er weer een tiental vogels in de netten. Waaronder een draaihals. Eindelijk! Bij deze beauty maakt mijn hart altijd een sprongetje.

Een soort die ik had moeten schrappen – lees dat verhaal op mijn post van 17 augustus – van mijn Limburgse jaarlijst. Nu hield ik er eentje in mijn handen. De drang om hem op waarnemingen.be te plaatsen kwam weer even in mijn hoofd. Dan wel als ‘ter plaatse’ of ‘opvliegend’. Want dat zou hij binnen enkele tellen toch doen. Want ingeven als ‘ringvangst’ levert geen extra soort op. De regel is duidelijk. Die tellen niet mee. Logisch trouwens. Want niet iedereen mag legaal vogels naar zijn tuin lokken, laat staan ze vangen. Hoewel, op dat eerste ‘vergrijp’ staan eigenlijk geen wettelijke straffen. Buiten het feit dat ‘tapen’ – het afspelen van vogelgeluiden via geluidsdragers met de intentie om ze te lokken – wordt afgeraden of zelfs als verwerpelijk wordt aanzien in het vogelkijkers-wereldje, is er geen regel die het echt verbied. Daarom wordt het dan ook door heel wat vogelaars toegepast. Soms in overdreven volume of tijdsduur. Zeker in het broedseizoen volgens mij echt not-done. Voor ringers is het echter de manier om mooie aantallen vogels – weliswaar voor wetenschappelijke doelstellingen en met vergunning – te kunnen verschalken en ringen. Dus lijkt de net uitgelegde regel dat hij niet mag geteld worden op welke lijst dan ook logisch.
Toch is mijn gevoel op zo een moment dubbel. Enerzijds begrip dat ik hem niet mag meetellen. Anderzijds de bedenking dat deze vogel die ik ringde en los laat voor iemand die net passeert en hem ziet voorbij vliegen of zou ontdekken vlak bij of zelf in mijn tuin, wel kan aangevinkt worden. Zo zijn er in het Zwin – waar wel vaker super-zeldzaamheden werden geringd – op zo een moment heel wat kustbewonende vogelkijkers op zoek gegaan naar dat exemplaar om hem toe te voegen aan hun levenslijst. Tja, regels zijn regels. Nadat ik hem eventjes had bewonderd en op de foto zette, gaf ik hem terug de vrijheid in mijn tuin. Hij vloog voorbij mijn bramenbosje om achter het hoekje te verdwijnen. Vaarwel.
Nieuwe lifer
Zondag mocht ik ‘werken’. Limburgs Landschap verzorgde als partner in bezoekerscentrum De Wissen – gelegen aan topgebied Negenoord in Stokkem – een infostand op de jaarlijkse Wissen-Fair. Er werden heel wat activiteiten en workshops georganiseerd. Zo had ik de eer om twee keer met mensen op pad te gaan om vogels te gaan zoeken in het natuurgebied. Het werd ‘sexy’ aangekondigd als een vogelsafari. Soms levert een andere woordkeuze extra deelnemers op.

Maar niet deze keer. Om 11u vertrok ik met 8 deelnemers op safari. Voor mij altijd een activiteit om naar uit te kijken. Op pad met – vaak beginnende – natuurliefhebbers die enthousiast worden van een spetterende meerkoet of een badderende krakeend. En totaal uit de bol gaan met een blik door mijn telescoop op een rustende ijsvogel. Ik was dan ook blij om deze groep te laten kennismaken met een tureluur en een zwarte ruiter. In de namiddag deed ik mijn tochtje nog eens over. Deze keer met drie zeer geïnteresseerde dames, die na een kilometertje vogels kijken plots afhaakten. Koffietijd veronderstelde ik. Dus liepen we met vier – mij inclusief verder – verder. We trotseerden een stevige regenbui vanonder een niet echt waterdichte meidoorn. Het aantal vogels was op dat moment niet echt indrukwekkend. Maar even later werd mijn gidstocht en eigenlijk mijn hele week goedgemaakt. Bijna op het einde van de wandeling ontdekte ik in een grasland een tweetal paapjes. Een enthousiaste deelnemer en beginnende vogelkijker kon ze – met wat moeite en een reeks blijkbaar onduidelijke aanwijzingen – mooi bekijken. Zijn uitroep ‘deze had ik nog nooit gezien’ was voor mij echt een opsteker. Iemand een ‘lifer’ bezorgen is bijna zo goed, als zelf eentje op je eigen lijst bijzetten. Die niet aangevinkte draaihals was ik op dat moment al lang vergeten.