Het werd een drukke week. Want de zwartkoppen hadden gezamelijk beslist om aan hun trektocht naar hun overwinteringsgebied in te zetten. Dat is althans het gevoel dat ik na twee dagen ringen had. Het gevoel in mijn vingers is dan weer verdwenen.
Zilverlijn
Woensdag maakte ik van mijn vrije dag gebruik om nog eens naar Schulen te rijden. Deze keer maakt ik een – lange – wandeling helemaal rond het meer. Er zaten wel wat steltjes, maar duidelijk minder dan de voorbije weken. Al bij al werd het een rustige tocht. Na een ‘lekkere’ tussenstop besloot ik dan ook om nog eens te passeren aan Kleen Meulen. Een kleiner gebiedje vlakbij het Schulensmeer. Daar was het wel druk. Toch wat vogels betreft. Op een van de vijvers telde ik maar liefst 50 grote zilverreigers. Met daartussen ook nog eens 7 kleine zilvers. Mooi om te zien.

Werkendag
Vrijdag stond er in mijn agenda van het werk ‘recup’. Nu hadden de zwartkoppen dat mis begrepen. Want ze kwamen massaal door op mijn ringplek. Het dagrecord werd verbeterd met 136 exemplaren. Samen met nog wat soorten, waaronder nog een nachtegaal, kwam ik die voormiddag uit op 197 geringde vogels. Stevig.

Zaterdag begon ik mijn eerste controle met een klein hartje. Zou het weer ‘koekenbak’ zijn. Jazeker, de netten hingen stampvol. Het dagrecord voor zwartkop ging nog een heel stuk scherper (154). Maar daarbij hadden ook de roodborsten (45), kleine karekieten (34) en de tjiffen (13) besloten om langs te komen. Met 273 vogels geringd zette ik mijn tweede beste dagresultaat ooit neer.
Trillers
Heeft die nieuwe geluidsinstallatie dan toch zo een positief effect? Het lijkt er wel op. Zo doen de rietsoorten het opvallend goed. Kwestie van een zuiverder geluid? Ik speel dezelfde geluiden en met hetzelfde volume als vroeger. Maar volgens mij klinkt het net iets zuiverder. Dit leverde tot nu toe 670 kleine karekieten op. Bijna een evenaring van het beste jaar ooit voor deze soort. En we hebben nog meer dan twee maanden te gaan.


Bij de rietzangers is het resultaat nog verbluffender. Daar staat de teller op 66. Zaterdag kon ik er nog een drietal ringen. Hoewel voor deze soort de doortrek er bijna op zit, zit ik al een stuk hoger dan alle jaren voordien.


En dan zijn er nog de sprinkhaanzangers. Daar is het helemaal uit de hand gelopen. Ik kon er tot nu toe 27 ringen. Dat is drie keer meer dan het beste jaar tot op heden. Een resultaat waar ik enkel maar blij kan mee zijn. Het is echt een leuke soort.


Al deze soorten hebben een zang met hoge tonen en gekras of – zoals bij de sprinkhaanzanger – een ratelende triller. Blijkbaar zorgen mijn versterkertjes en de bijbehorende geluidsboxen voor een resultaat dat deze kereltjes wel kunnen smaken. Ze stromen toe.
Limburggevoel
Ondertussen lijkt het er ook op dat de kandidaten voor mijn Limburgse jaarlijst beginnen door te komen. De topmaanden voor vogeltrek en dus ook zeldzamere doortrekkers of dwaalgasten zijn begonnen. Zo zag ik meldingen van dwergaalscholver – die besloot om op Nederlandse bodem te blijven – en reuzenstern. Jammer genoeg zat ik op dat moment met mijn handen in het haar, ik bedoel vol vogels. Ringetjes aan de poten te knijpen. Op zondag moest ik ook noodgedwongen alle meldingen laten passeren. ’s Avonds zag ik dat er op de telposten massaal roofvogels waren voorbij gekomen. Ik weet alvast wat ik de volgende dagen ga doen…