We hobbelen stilaan naar het jaareinde toe. Met nog enkel verlofdagen op mijn agenda toch wel wat tijd om vogeltjes te kijken. Maar dat viel tegen. Familiale verplichtingen – jawel, die zijn er ook nog -, wat regendagen en een hardnekkige keelontsteking waren de party-poopers. Toch kon ik nog een soortje scoren voor mijn jaarlijst.
Nr. 221 – Kleine rietgans
Ik heb de voorbij week veel ganzen gezien, héél veel. Want de kleine rietgans zwierf nog steeds rond in de Maasvallei. Dinsdag dus terug op pad. Bestemming was Bichterweerd. Bij het water zaten bijna geen ganzen, maar ik hoorder er wel wat snateren in de verte. Toen die zo vriendelijk waren om even op te vliegen wist ik waar ik naartoe moest en begon ik aan een wandeling in hun richting. Op een grasland en akker zaten er honderden. Dus de telescoop neergezet en gansjes kijken.
Ik vond er opnieuw eentje met een halsring. Deze had veel minder kilometers op haar teller dan de vorige die ik kon aflezen. Ze werd in november vorig jaar geringd door alweer Gerard Müskens. Dan bleef ze tot in februari van dit jaar wat rondhangen in Nederland, om uiteindelijk door mij afgelezen te worden in Stokkem. Het blijft een leuke bezigheid, dat ringen aflezen. Ga ik meer doen.
Dan kreeg ik ook een rare kolgans in de kijker. Deze viel echt op tussen de rest omdat ze veel bruiner van kleur was. Eentje met een foutje in haar kleerkast.

Maar van de kleine rietgans geen spoor. Dus zonder nieuwe soort terug naar huis. Donderdag ging ik opnieuw op missie. Het zoeken van een kleine speld in een grote berg ganzen. Nu bleken op heel wat plaatsen helemaal geen ganzen te zitten. Dan wordt het wel echt moeilijk. In Aldeneik had ik dan toch mijn eerste grote groep. Wel heel ver weg. Toch probeerde ik ze een voor een te checken. Niet dadelijk iets wat op een kleine rietgans leek. Dus reed ik door naar Heppeneert. Daar zitten vaak grote groepen. Ook zo deze keer. Honderden. Ze allemaal afkijken was een stevige klus. Maar ook hier kon ik mijn doelsoort niet vinden. Dan nog maar eens doorrijden tot Koningssteen. De graslanden aan de grote plas waar vorige keer een grote groep zat lagen er verlaten bij. Een tegenvaller. Omdat het nog geen middag was reed ik nog maar eens naar Heppeneert. Misschien waren er ganzen bijgekomen of had ik die ‘kleine’ gewoon gemist.
Het bleek een goed idee. Want na een uurtje gansjes kijken kreeg ik eindelijk een exemplaar in de kijker die een kanshebber was. Redelijk ver weg. Maar ik kon een voor een de kenmerken afvinken. Mijn kleine rietgans was binnen. Toen ik nog een foto wou maken strooide een wandelaar met een – uiteraard loslopende – hond roet in het eten en vloog de groep waar mijn fotomodel tussen zat op. Jammer.
