Eind januari. Iedereen kent zonder twijfel op dit moment het gevoel wanneer je de net voor of na nieuwjaar gemaakte goede voornemens ziet verdwijnen als sneeuw voor de zon. Stoppen met roken, terwijl je je eerste sigaret voor 2026 weer aansteekt. Voor mij niet van toepassing, want ik rookte nog nooit. Een slok van je eerste glas wijn, terwijl je ging stoppen met alcohol. Zelf ben ik een minimale gelegenheidsdrinker bij een etentje of zo, dus geen spek voor mijn bek. Die beet ik een chocoladereep, terwijl je ging proberen suiker en chocolade te vermijden. Euh, even geen commentaar. Wel dat gevoel had ik dit weekend.
Op verkenning
De reden is te zoeken bij twee voorvallen die ik zelf heb veroorzaakt. Het begon met een verkenning van een paar kilometerhokken die ik had geclaimd om te gaan tellen dit jaar in kader van de ABV (Algemene BroedVogel) tellingen. Met mijn gekende zwakke eigenschap van over-enthousiasme en nog een lepeltje overschatting erbij stonden er voor de komende jaren een tiental op mijn kaartje.
Dus reed ik met goede moed op zaterdagmorgen naar de Voerstreek. Mijn GPS gaf een aankomst aan die een uurtje verder lag. ‘Tja, twee uurtjes onderweg van en naar mijn locatie, dat is stevig.’ Maar tot dan was er niks aan de hand. Ik arriveerde ruim een uurtje later in Homburg. Een gezellig dorpje net ten zuid-oosten van de Voerstreek. Hier moest ik zes telpunten gaan zoeken, zodat ik ze in het telseizoen netjes kon afwerken. Punt 1 lag vlak bij het oude station – nu blijkbaar een restaurantje – waar ik mijn auto had geparkeerd. Ideaal. Punt twee bleek in een weide te liggen die met vier strakke prikkeldraden was afgespannen. Dus even wat verleggen en dus ook te doen, zonder mijn broek onnodig te scheuren. Punt drie lag in een bosje langs het fietspad dat ik tot nu toe had gevolgd. Het probleem was een steile afdaling er naartoe. Na rijp beraad en een inschatting van mijn onbestaande klimtalenten, besloot ik dit punt ook even te verplaatsen tot vlak tegen het fietspad. Moet kunnen. Op naar het volgende telpunt.

Dit lag blijkbaar in een natuurgebiedje. Het uitzicht voor ik er naartoe wandelde was adembenemend. ‘Hier mogen tellen is toch een voorrecht’. Dat was wat ik op dat moment nog dacht. Het probleem was om in dat reservaatje te raken. Opnieuw een stevige omheining. Na wat zoeken vond ik toch een plaats waar ik tussen de draden door kon glippen. Hoewel, mijn verstand zij dat dit ging lukken, mijn buik was er niet zeker van. Na wat wringen stond ik toch aan de andere kant van de draad zonder kleerscheuren. Voor mij lag een steile afdaling richting het telpunt. Dat ging redelijk vlot. Beneden kabbelde een idyllisch riviertje. Het bleek de thuisbasis van een familie bever. Een stevige dam en een mooie plas water was het bewijs hiervan. Prachtig. Ik stapte vol goede moed richting het telpunt, tot ik tot boven mijn enkels in de modder zakte. Ternauwernood kwam ik vast te zitten. Snel klom ik iets verder terug de helling op. Maar daar was het nog wat zompiger. Een paadje gelopen door de galloways die ik tegenkwam was mogelijk de oplossing. Maar ook dit was door hen veranderd in een modderpad. Mijn mooie tocht werd plots een stevige uitdaging. Toen ook nog eens bleek dat ik op dezelfde plaats als de kudde het beekje moest oversteken werd het helemaal te gek. Met veel sukkelen bereikte ik mijn volgende telpunt. Helemaal buiten adem en ruim drie kwartier onderweg. Maar ik gaf nog niet op. Onderweg naar telpunt vijf. Even later stond ik alweer voor vierprikkeldraden en zag ik in de verte – midden in een net bemeste weide – mijn volgende locatie liggen. Op dat moment zakte de moed in mijn ondertussen in modderklompen herschapen schoenen. Terug naar de auto, dacht ik. Maar hoe geraakte ik uit die weide? Gelukkig vond ik na een kwartiertje zoeken een overstapje – denkelijk daar ooit gezet door de plaatselijke jagers – waardoor ik weer verder kon. Een steile helling waar een touw klaarlag – dit keer denkelijk dankzij de plaatselijke jeugd – om je aan omhoog te hijsen was het volgende obstakel. Helemaal uitgeput kwam ik terug aan bij het oude station. Telpunt zes heb ik maar overgeslagen. Want mijn goesting was ver zoek. Twee uur in de auto en dan bijna twee uur op pad met een trits aan hindernissen om nog eens drie keer hier te komen tellen, jawadde. Mijn plan om drie hokken in die buurt tellen was een stevige misrekening. Zeker toen bleek dat een van de andere twee geplande hokken ook vol zat met de nodig obstakels. Steile hellingen in het bos, een telpunt midden in een ondoordringbare aanplant van sparren. Deze verkenning duwde mij met de neus op de feiten. Mijn plan om 7 hokken te gaan tellen was onuitvoerbaar. Dus werd er stevig geschrapt er bleven er nog drie over.
Plannen
Dus kwam mijn kalender eenmaal thuisgekomen terug op tafel. Klaar voor een herschikking van mijn plannen. Maar ik werd opnieuw geconfronteerd met mijn overmoed waar ik al heel vaak tegenaan ben gelopen. Zo wou ik naast de ABV-tellingen ook de Caetswijers en de Herkvallei – dat gebied vlak bij mijn deur – gaan inventariseren op broedvogels. Die vallei is veel te groot om dat te doen met één bezoek, dus had ik die in een vijftal deelgebieden opgesplitst. Elk deelgebied moest een keer per maand, vanaf febrauri, geteld worden. In april en mei zelfs twee keer. Toen ik al die bezoeken op mijn kalender zette, bleek dat ik in die drukken maanden meer dan de helft van de dagen op pad moest. Wetende dat ik ook nog moet gaan werken en thuis af en toe eens wat moet doen, was dit alweer een onuitvoerbare opdracht. Schrappen dus! Zo bleven er twee gebieden over. De Caetswijers en deelgebied Broekbeemd. Zelfs enkel die twee afwerken zal een hele klus blijken.
Een goede en realistische planning op voorhand en een verkenning of inschatting van de gebieden die je wil tellen zorgen voor een haalbare uitvoering. Je voorkomt zo frustraties bij het uitvoeren van je tellingen. Want het moet plezant blijven. Daarbij moet alles passen bij je werk, gezin en eventuele andere hobby’s. Een belangrijke tip om mee te nemen.
Pareltje
Op zondag kwam die tip al van pas. Ik ging op pad met onze vogelwerkgroep. We schuimden met een 15tal vogelkijkers de Maaskant af. Op zoek naar leuke soorten. De koude deerde ons niet. Want het werd een leuke dag met heel wat waarnemingen en leuke babbels.

Topper van de dag was zonder enige twijfel de parelduiker – nu dus een tweedejaars vogel – die nog steeds rondzwom op de grindplas aan Koningssteen. Maar een duidelijke tweede was een prachtig mannetje nonnetje in Negenoord. Met dank aan Bart B. om ons op de aanwezigheid van dit geweldige eendje te wijzen. Het blijft een van mijn favoriete watervogels. De pikzwarte tekening op het maagdelijke wit – volgens Josette de reden waarom ze de naam nonnetje kregen – lijkt door een kunstenaar met een dun penseel aangebracht. Waarom ze ook de mannetjes een nonnetje noemen vind ik wel wat vreemd. Logischer leek mij hem paterke te noemen. Maar die rare bedenking zal wel aan mijn soms wat gekke redeneringen liggen.