Mijn vrije woensdag werd opgeslorpt door werken in mijn tuin. Waar voordien een uit zijn voegen gebarsten bosje vol bramen stond ligt nu een voorlopig kale bodem. Klaar om de komende jaren omgevormd te worden naar een weelderige bloemenweide met vooral lokale soorten. Een projectje waar ik vermoedelijk wel wat tijd ga insteken. Bloemen zijn ook leuk. Ik hou jullie zeker op de hoogte met het nodige beeldmateriaal.


Terug naar de vogeltjes nu. Want op vrijdag mocht ik voor mijn werk een dagje doorbrengen in het noorden van onze provincie. De inventarisatie van infobordjes in een aantal gebieden daar gaven mij de kans om de ganse dag buiten rond te lopen. Mijn verrekijker ging uiteraard mee op pad. Het aangename aan het nuttige koppelen noemen ze dat. Leukste waarneming van de dag waren vier jodelende wulpen. Een geluid waar volgens mij elke vogelkijker gelukkig van wordt. Zeker in Limburg.
Lentesignaal
Zaterdag vertrok ik net na zonsopgang voor een prachtige wandeling in en rond Gors-Op-Leeuw. De mooi uitgestippelde tocht bracht mij van het ene kerkdorpje naar het andere via holle wegen, adembenemende uitzichten en toch wel wat kwelende vogeltjes. Eentje moest ik toch even checken op mijn app. Ik ben een kluns wat betreft vogelgeluiden. Elk jaar opnieuw moet ik elke soort weer leren kennen. Maar mijn eerste vermoeden werd bevestigd. De eerste zingende zwartkop voor dit voorjaar was een feit. Dan is de lente toch echt heel dichtbij. Minder leuk was dat ik op een tocht van toch meer dan 12 kilometer door een voor geelgors toch wel heel geschikt landschap slechts drie zangposten kon optekenen. Deze soort doet het echt heel slecht.

Hup Holland hup
Nu gaan mijn waarnemingen van geelgors sowieso geen punten scoren op de rangschikking van de broedende paartjes. Want deze zingende gele rakkers kweelden te vroeg. Hoe ik dat weet? Wel, dat lees ik op de website van Sovon. De belangrijkste infobron voor iedereen die bezig is met vogels inventariseren.
Onze noorderburen hebben heel wat zwaktes. Denk maar aan hun culinaire talenten. De combinatie van een witte spons die zij omschrijven als een broodje met daartussen een kroket gevuld met een niet te herkennen inhoud aangevuld met het noodzakelijke plastieken pakje mosterd is voor mij al moeilijk te slikken, letterlijk. Als je daar dan nog eens een glas karnemelk bij geserveerd krijgt dan slaan mijn smaakpapillen helemaal tilt. Maar als het om vogeltjes tellen gaat, dan doen ze ons vlot de baard af.
Op hun geweldige website – https://www.sovon.nl/ – kan je voor elke soort een goudmijn aan info ontdekken. Zo staat er bij de geelgors dat je pas vanaf 20 maart een zingend mannetje als een indicator van een mogelijk broedgeval kan noteren. Dus nog even wachten.
Op de lijst van bijzondere broedvogels voor Limburg kwamen er deze week trouwens twee soorten bij die nu wel binnen die datumgrenzen zitten. Boomleeuwerik en cetti’s zanger. De eerste is voor mijn regio niet echt een kanshebber. Maar de cetti’s is dat ondertussen wel. Ooit zat er geen enkele in ons landje of toch heel weinig. Maar ondertussen hoor je hun knallende zang in zo wat elk hoekje waar er wat riet of water te vinden is.
De extra info die Sovon bij deze soort zet op hun website lees je best even na. Want vaak staan daar belangrijke aandachtspunten bij. Zo lees ik bij cetti’s zanger het volgende:
Aanwijzingen: Territoriumindicerende waarnemingen (zingende mannetjes [broedcode 2]); attent zijn op aanwijzingen voor broeden: aanwezigheid paar [brc 3] (tweede vogel aanwezig, echter lastig vast te stellen door verborgen levenswijze), alarm [brc 7], nestbouw [brc 9] en voedseltransport [brc 14]. Soort zingt ook ’s nachts. Territorium kan zich uitstrekken over tientallen hectares, maar bij hoge dichtheden ook erg klein zijn. Broedzorg door vrouwtje.
Wat leren we hieruit? Dat een zingende cetti’s de meest voorkomende waarnemingen zijn. Klopt, want ze zijn heel moeilijk te zien. Maar dat je daarom nog niet zeker bent van een broedende paartje. Een tweede vogel, alarm, nestbouw of voedseltransport kunnen uitsluitsel geven. Maar begin er maar aan. Ik ben al blij als ik een glimp opvang van eentje. Dan blijkt ook nog eens dat hun territoria heel groot kan zijn. Dus elke zingende cetti’s noteren als een broedgeval is mogelijk een vergissing. Ze verplaatsen zich veel sneller door de begroeiing dan ik kan wandelen. Dus opletten en vermoedelijk zijn er in het gebied dat ik ga inventariseren toch wel wat minder cetti’s zangers aanwezig dan we vermoeden. Ze spelen kiekeboe met ons door in een gebied op heel wat verschillende plaatsen te gaan zingen. De gluiperds…