Daar sta je dan. Iets na zonsopgang op een vrijdagmorgen op de parking van de Mc Donalds aan een drukke weg in Sint-Truiden. Opdracht: een van de telpunten afwerken van de ABV-hokken die ik mag tellen dit jaar . Twee ervan liggen in de stad en een industrieterrein in het stedelijke centrum van de Fruitstreek . Daar is het een heel ander verhaal dan in de natuurgebieden waar ik anders vogels ga kijken. Voor mijn ogen schiet de dagelijkse ratrace in gang. Met het nodige gedruis. Niemand let op die rare kwiet die met zijn verrekijker naar boven staat te turen. Niemand die bezig is met de vogels die in die heksenketel hun ding doen. Een vreemd gevoel.
Dikke stadsduiven.
Op mijn eerste punt tel ik maar een paar soorten. Hier een vogel horen zingen is een hele klus. Wie kan al dat lawaai even overstemmen? In de laatste seconden van de vijf minuten die ik moet tellen trekken twee luid roepende kleine mantelmeeuwen mijn aandacht. Ze achtervolgen een roofvogel. Het is een slechtvalk die met een prooi in de klauwen richting centrum vliegt. Hij trekt zich bitter weinig aan van die luid schreeuwende kabaalmakers. Wie zegt er dat er in de stad geen leuke waarnemingen mogelijk zijn?
Wat mij opvalt zijn de hoge aantallen houtduiven die ik er tel. Uiteindelijk staan er na alle getelde punten – dat waren er 12 – maar liefst 67 op mijn lijstje. Stadsduif doet het met minder dan 10 veel matiger. Waar houtduiven vroeger bosvogels waren, zijn ze geëvolueerd naar echte stadsbewoners. Veel veiliger en eten en plekjes om te broeden in overvloed. Wat wil je nog meer. Ik weet nog dat mijn vader ooit vertelde dat elke houtduif, of ‘dikke duif’ zoals ze in ons dorp genoemd werden, door heel wat bewoners in het oog werd gehouden. Eenmaal er een nest werd ontdekt en de jongen veren begonnen te krijgen verdwenen die vaak uit het nest, of wat er voor moest doorgaan, richting de kookpot. Hierdoor was de houtduif een zeldzaamheid in die tijd. Ze werd ook bosduif genoemd. Een indicatie dat ze vooral daar te vinden waren. Nu dus niet meer of toch veel minder. Houtduiven in de kookpot is nu de zeldzaamheid. Volgens mij verdringen ze in de stad langzaam maar zeker de stadsduif van de eerste plek als broedvogel.

Pioniers
Woensdag stond een bezoek aan de Caetsweyers op mijn programma. De eerste echte telling van mijn AVImap-project daar. De werken aan de vijvers zijn ondertussen afgerond en met het broedseizoen in aantocht druppelen de eerste nieuwe bewoners al binnen. Hinnikende dodaars en vleugelflappende kieviten waren hoopvolle waarnemingen. Een snelle, ritmische roep trok mijn aandacht. Vlak boven mijn hoofd kwam een prachtig mannetje kleine bonte specht zitten. Telkens ben ik weer verwonderd hoe minuscuul petieterig deze roffelaars wel zijn. Niet alle vijvers staan trouwens al vol water. Alles speelde zich af aan de twee meest oostelijke vijvers. Want daar is er al wat begroeiing en staat water. De rest van het gebied is een kale bouwwerf. Toch mocht ik ook daar een verwachte gast verwelkomen. Een kleine plevier landde op de zandvlakte die een mooi eiland moet worden. Deze pionier is grote fan van dit soort biotoop. Maar dit zal snel veranderen. Eenmaal de natuur hier terug haar plaats zal innemen verwacht ik hier nog leuke dingen. De aanzet van wat volgens mij een van de topgebieden gaat worden in deze regio.

Schol! Eksters
Woensdag en zaterdag ging ik ook weer op pad met mijn vriend de ekster. Het is het ideale moment om deze te ringen. Mijn lijstje groeit elke keer stevig aan. Toch heb ik het gevoel dat het aantal broedparen afneemt. Waar ik vroeger zonder veel moeite tientallen nesten kon ontdekken, is het nu vaak toch even zoeken. Ook hier moet je in meer bebouwd gebied aan de slag. Hun motivatie is net dezelfde als bij de houtduiven. Veiliger, meer eten en bomen om een nest in te bouwen genoeg. Op zaterdag reed ik rond in hetzelfde gebied waar ik de dag er voor mijn ABV-telling had uitgevoerd. Maar wat een verschil. Van al die drukte van de dag ervoor was er niets meer te merken. Overal hoorde ik merels zingen en de zwarte roodstaart, die vermoedelijk de dag ervoor daar ook zong, kon ik nu wel prima horen. De kleine mantelmeeuwen waren weer present. Het waren twee koppels en ik ben vrij zeker dat ik weet op welk dak ze hun nest gaan bouwen. Dan ontdekte ik nog een andere ‘ekster’. Luid roepend vloog die over mijn hoofd. Een scholekster! Buiten hun zwart-witte verenpakje hebben ze weinig gemeen met de eksters die ik probeerde te vangen. Het was een paartje. Altijd leuk om die in de Fruitstreek te mogen opschrijven.

Bezet
Zondag opnieuw vroeg uit de veren. Afspraak aan de kapel van Helshoven waar Nathan en Jens, twee enthousiaste en jeugdige vogelkijkers, mij stonden op te wachten. Alleen al dat feit maakte dit tot het leukste moment van de hele week. Nathan had het plan opgenomen om natuurgebied Helshoven te gaan inventariseren. Hij had mij gevraagd om eens mee te lopen. Mijn raad was hier overbodig, want hij deed dit voortreffelijk. Eigenlijk zelfs beter dan mij. Want hij had zich voorgenomen om bijna alle soorten op te volgen. Zelf moest ik tot mijn schande toegeven dat ik heel wat soorten liet voor wat ze waren. Denk aan tjiftjaf, winterkoning of roodborst. Na ons bezoek speelde ik met het idee om die toch mee te nemen. We zullen zien. Een leuk gebiedje trouwens. Met heel wat riet en water. Dus kans op leuke soorten. Hopelijk mag ik nog wel eens een keertje mee op pad.
Omdat we rond 10u al rond waren passeerde ik nog even door de Broekbeemd. De twee nesten van blauwe reiger die mij vorig jaar waren aangewezen door een buurtbewoner waren bezet. De – vermoedelijk reeds – broedende vrouwtjes drukten zich, maar ik kon hun kop nog net zien. Mijn eigen mini-kolonie was nu officieel een feit.
Dat ik ’s middags ook nog een paar orchideetjes ontdekte die hun eerste blaadjes open spreidden in mijn bloemenweide thuis zorgden voor een waardige afsluiter van een drukke, maar boeiende week. Laat de lente nu maar losbarsten!