De mensen die mijn blog wekelijks volgen zullen het gemerkt hebben. Vorig weekend bleef een nieuwe post uit. Dit wegens een korte zondagavond na een drukke week. Alles draaide rond de Caetsweyers. Donderdag kwamen heel wat hoge personaliteiten langs om de eerste fase van de werken officieel af te sluiten. Dit samen met minister Brouns. Hij sprak lovend over dit initiatief en haalde aan dat hij toch de ruimte had gevonden om centen vrij te maken in deze budgetair moeilijke tijden voor zo een mooi project. Zever in pakskes uiteraard. Die centen kwamen nog van de vorige minister van Omgeving, Zuhal Demir. Onze huidige minister van landbouw en een heel klein beetje milieu is bezig aan een duidelijke afbouw van alles wat natuur betreft in Vlaanderen. Zo is de tak educatie rond natuur ondertussen zo goed als volledig verdwenen. Tellingen van akkervogels passen niet in zijn plaatje, want die geven slechte resultaten voor de landbouw. Dus weg ermee. Moet ik nog even verder gaan. Die dag had ik dan ook een heel dubbel gevoel. Hij draaide in de Caetsweyers de kraan open om het water te laten stromen, maar tegelijk draait hij heel vaak de kraan dicht als het over natuur gaat. Een kapitale fout zal in de toekomst blijken. Dat ik op de foto die in de pers verscheen een kleine rol speelde is dan ook een toevallig en ongewild feit. Zaterdag gingen we met een aantal conservators in dat gebied op pad. Hun interesse en enthousiasme was geen toneeltje, maar gemeend. Een stevige verluchting. Maar de echte boost kwam er op zondag. Wij hadden de buurtbewoners uitgenodigd om te komen kijken. Zeker 200 mensen namen de moeite om langs te komen en naar onze uitleg te luisteren. Hun positieve respons was hartverwarmend. Het gaf mij alvast een heel goed gevoel, ook al was mijn kaarske uit toen ik terug thuis kwam.

Met de cursus vogels kijken in het vooruitzicht ging ik vorige vrijdag op verkenning in het Schulensbroek. Want daar ga ik met de deelnemers zondag naartoe. Het was heel bewolkt en bitter koud. Toch kon ik genieten van heel wat vogeltjes. Ik hoorde en zag denkelijk twee zomertalingen. Hun ‘krek-krek’-roep had hen verraden. De leukste waarneming was zonder twijfel een zingende blauwborst toen ik net was vertrokken. Dat ik dit mocht delen met een pas gestarte vogelkijker die vlakbij het gebied woonde was symbolisch voor wat er aan komt. Hij had net zijn verrekijker gekocht. Veel plezier alvast Ilias. Trouwens, ik kon maar liefst vijf zangposten van blauwborst opschrijven.
Hoopvol geluid
Zaterdag liep ik alweer rond in de Caetsweyers. Deze keer voor mijn volgende telling voor de inventarisatie van dit gebied uit te voeren. Geen makkelijke. Er zaten heel wat watervogels. Maar bepalen of het nu broedvogels zijn of niet is soms tricky. Al die in paartjes rondzwemmende eenden zijn twijfelgevallen. Komen ze even langs of gaan ze daadwerkelijk hier broeden? Ik noteerde ze dan ook niet in mijn app. Beter wachten tot ik ze met jongen zie ronddobberen. Wel zekerheden waren roepende dodaars en waterral. Alsook de kokmeeuwen die het gebied zonder enige twijfel gaan claimen. Ik kon drie waarschijnlijke nesten noteren. Maar dat worden er zeker meer.
Nadien reed ik nog even naar een locatie – die ik op vraag van de vogelkijker die mij de tip gaf geheim zal houden – waar een oehoe broedt. Ondertussen geen echte zeldzaamheid meer. Maar dit nest was mooi te bekijken vanaf een boswegje in een druk bezocht gebied. Heel wat wandelaars en fietsers lopen of rijden er niets vermoedend aan voorbij. Ik bleef wel even staan. Na eventjes zoeken keek ik met mijn verrekijker in de prachtige ogen van een vrouwtje oehoe. Even maar, want ik wandelde dan snel verder om haar zeker niet te storen. Ook al stond ik er redelijk ver vandaan.
Zondag was ik uitgenodigd door de paashaas. Tja, een kleindochter hebben zorgt ook voor verplichtingen. Toch ging ik ’s morgens nog even op pad in de Herkvallei in Wellen. Een leuke tocht die mij mijn eerste roepende koekoek voor dit voorjaar opleverde. Hij kwam zelfs even vlak boven mij zitten om mij te vertellen dat de lente nu echt begonnen was. Een zingend mannetje kneu in een voortuin en maar liefst 76 bezette roekennesten – 16 meer dan de vorige keer dat ik ze telde – vlakbij en dit zonder klagende buurtbewoners maakten mijn wandeling nog wat aangenamer. Het bewijs dat het wel goed komt. De natuur gaat door, die minister is vermoedelijk maar tijdelijk. Gelukkig.
