Een op twee

Met twee voornemens die ik maakte op nieuwjaar lag de lat niet zo hoog. Geen suiker eten en meer tijd besteden aan een prachtige beekvallei vlakbij. Eentje heb ik welgeteld een halve dag volgehouden. De andere is daarentegen al stevig aangepakt. Aan de snoepkast kan je zien welke het is.

Houtsnip

Met het jaar nog maar pas begonnen zit ik al aan drie bezoeken aan de Herkvallei en een jaarlijst voor mijn local patch van 40 soorten.
Om houtsnip te zien was er wat extra moeite nodig. Maar uiteindelijk vloog er eentje mooi voor mij op. Hij (of zij) was zelfs zo vriendelijk om even te twijfelen voor hij achter een hazelaar verdween.
Het blijven prachtige beestjes.
Nog een bonus op deze lijst was een goudvink. Wel niet kunnen bewonderen, maar wel duidelijk horen roepen. De zoektocht om hem ook te zien bleef onsuccesvol.
Maar zonder twijfel ga ik die kans nog wel krijgen dit jaar.

Engelen

Mijn enige uitstap buiten de Herkvallei was naar de velden in Aalst (bij St-Truiden). Daar vond onze hoop voor de toekomst, Lucas Bollingh, net voor nieuwjaar een prachtige velduil. Die mag gerust ook op mijn jaarlijst komen. Maar een bezoek van een hoop vogelkijkers en fotografen waren voor dit duo – het waren er ondertussen twee – mogelijk van het goede te veel. De vogels bleken gevlogen.
Maar geen erg. Deze velden zijn een van de (weinige) plaatsen waar met vogelakkers een klein paradijsje is geschapen. Kneutjes, rietgorzen, kramsvogels (die kwamen vooral voor de afgevallen appels), puttertjes, blauwe reigers en vooral… blauwe kiekendieven.
Vogels genoeg om te bewonderen.
Toch blijven die ‘kieken’ mijn favoriete akkervogels. Hun manier van jagen is onevenaarbaar. Net zwevende engelen die aan touwtjes lijken te hangen. Ze staan prachtig op mijn jaarlijst. Die staat op 46.

De velduil op foto gezet door Lucas Bollingh

Zeldzaamheden spotten

Het zelf ontdekken van een zeldzame soort blijft een geweldige ervaring.
De adrenaline schiet door je lichaam op het moment dat je beseft dat je een ‘rode soort (*)’ in je kijkerbeeld hebt. Niet dat dit het doel is van vogelkijkers (toch de meeste niet). Gewoon genieten van elke vogel die je ziet is voor velen al een grote voldoening. Maar toch…
Omdat we iedereen deze ervaring gunnen, hierbij een aantal tips hoe je zelf jouw zeldzame soort kan vinden.

(*) Op waarnemingen.be staan de zeldzaamheden in het rood. De heel zeldzame soorten dan nog eens in het vet.

Ga veel op pad

De kans dat je een zeldzame soort tegen komt is klein. Veel vogelkijkers maken dit nooit mee in hun ganse loopbaan. De enige manier om deze kans te vergroten is door veel naar vogels te kijken. Dus moet je ook vaak op pad gaan.
De kans dat je een rode soort vanuit je luie zetel kan zien of vanuit je keukenraam op je voedertafel is te verwaarlozen. Maar niet onmogelijk.
Dus aan jou de keuze: elke dag staan staren naar je voedertafel of genieten van prachtige natuurgebieden of leuke plekjes om vogels te zien, véél vogels. Mijn keuze is snel gemaakt.

Ken je ‘gewone’ soorten

‘Maar ik kan al die zeldzame soorten niet herkennen?’
Geen probleem. Zorg er voor dat je zo veel mogelijk ‘gewone’ soorten wel kan herkennen.
Daar kan je dagelijks op oefenen. Door ze regelmatig te bekijken en goed te determineren zullen ze op jouw harde schijf in je hersenen terecht komen. Op termijn bouw je zo een schat aan informatie op waardoor je die soorten in een oogopslag zal herkennen.
Als er dan een ‘speciale’ soort opduikt, die je niet herkent, gaat er vanzelf een alarmbelletje af. ‘Dat is iets anders waar ik nu naar kijk!’. Dat je die soort dan niet dadelijk op naam kan brengen is niet erg. Kenmerken noteren, foto’s maken indien mogelijk, nadien opzoeken in het veldgids en de buit is (mogelijk) binnen.

“Als je twijfelt is het meestal niet wat je hoopt dat het is”


Goed documenteren is de boodschap. Want jouw waarneming wordt niet zo maar voor waar aangenomen zonder de nodige bewijzen. Als die dwaalgast dan zo vriendelijk is dat hij even blijft ‘plakken’ is er geen vuiltje aan de lucht. Andere vogelkijkers zullen – mogelijk massaal – naar jouw ontdekking komen kijken en zo jouw determinatie bevestigen.
Maar als blijkt dat jij de enige waarnemer bent, dan gaan de poppen aan het dansen. Tenzij je goede bewijsfoto’s hebt. Dus een bijkomende tip: neem je fototoestel mee.
Nog een gouden raad: zorg dat je niet in de val trapt van ‘ik zie wat ik wil zien’. Wees kritisch voor jezelf en check alles goed voor je je waarneming op het internet smijt (ik spreek uit ervaring). Durf te twijfelen als er dingen niet kloppen. Mijn regel is: als je twijfelt is het meestal niet wat je hoopt dat het is.

Kleine vogeltjes met vleugelstrepen zijn altijd spannend – Goudhaantje

Gebruik je oren

Het overgrote deel van de vogels wordt eerst gehoord en dan pas gezien. Zeker als we in de categorie van KBV’tjes (kleine bruine vogeltjes) zitten. Hier geven we eigenlijk dezelfde raad als zojuist. Leer de geluiden van de soorten die je vaak tegenkomt alvast goed kennen. Hun zang, maar ook hun roepjes in de vlucht of bij alarm.
Eenmaal die gekend zijn, dan zal je nieuwe of ongewone geluiden veel makkelijker oppikken. Daarna op zoek gaan naar de vogel uit wiens bek dat geluid komt en hopelijk kijk je even later naar een zeldzame dwaalgast.
Wel kan ik je nu al vertellen dat je ook regelmatig zal ondervinden dat er een aantal goede imitators rondvliegen. Onze spreeuw is er zo eentje. Maar ook de spotvogel kan er iets van. Maar dat maakt de zoektocht alleen maar plezanter.

Imitator van dienst, onze spreeuw.

Bekijk elke vogel twee keer

Een groep mezen en goudhaantjes die door de struiken wippen. Daar kan ik lang bij blijven staan. De kans dat er iets ‘ongewoons’ tussen zit is dan ook bestaande. Honderden ganzen die lopen te grazen op een weiland. Mogelijk zit er een ‘speciale’ tussen. Een zwerm spreeuwen die rondvliegen en gelukkig even gaan zitten in een boom. Zit er een bleek exemplaar bij?

“Zeldzaamheden zoeken is hard werken, maar zo leuk!”


Groepen afspeuren, houtkanten en struwelen scannen, akkers afspeuren,…
Allemaal manieren om veel vogels te ontdekken en de kans op een zeldzaamheid te vergroten. Elke vogel bekijken, liefst twee of drie keer, is de boodschap. Met gewoon wat rond te wandelen en af en toe je verrekijker te gebruiken ga je er niet komen vrees ik. Zeldzaamheden zoeken is hard werken, maar zo leuk!

Groep spreeuwen in het riet, zag jij de zeldzame roze spreeuw op de eerste foto? (Foto’s: Filip Goussaert)

Gericht zoeken

Je kan in het wilde weg gaan zoeken. Maar met de huidige infokanalen zijn er tal van mogelijkheden om je kansen stevig te vergroten.
Waarnemingen.be bevat een schat aan informatie om te beslissen waar en naar welke soorten je op welk moment best gaat zoeken. Grafieken, kaartjes en andere tips liggen zo voor het grijpen. Gebruik ze dan ook.

Humes bladkoning, waar en wanneer zoeken? (Foto: Jogchum Vrielink)

Op waarnemingen.be kan je op deze grafiek duidelijk zien dat deze soort vooral in de maanden september tot januari in ons landje opduikt. Dus in de zomer naar deze soort gaan zoeken is een hopeloze missie.

Als we er dan de kaart met de waarnemingen van Humes bladkoning even bijhalen (waarnemingen tussen 2000 en 2023) dan zie je dat ze vooral aan de kust worden gezien. (rode bolletjes op de kaart).
Maar wil dat zeggen dat ze in het binnenland niet voorkomen? Ik denk het niet. Aan de kust wordt er nu eenmaal veel meer gezocht naar zeldzame soorten. De kans dat je deze kleine rakkers ontdekt in een van de weinige bosjes langs de kustlijn is dan ook nog eens veel groter dan in een bosgebied in Limburg. Dat is zoeken naar een heel kleine speld in een mega-grote hooiberg. Maar er dan eentje ontdekken is wel een super-adrenaline-bom.

Ik ben er van overtuigd dat als je zoekt, je zelf zeldzaamheden gaat vinden. Ze kunnen echt overal opduiken. Ook bij jou in de buurt. We noemen ze toch niet voor niets ‘dwaalgasten’.
Ik ga alvast mijn ‘stinkende’ best doen om mijn gelijk te bewijzen.

Voornemens met een pluimpje

Laat ik eerst iedereen die dit leest een geweldig 2023 toewensen. Een goede gezondheid en veel plezier in die geweldige natuur. Met het accent op vogeltjes uiteraard.

Even gehoopt op nr 295

Zondigen tegen je eigen regels, wie overkomt het niet eens. Ik dus wel.
Tijdens een mooie wandeling samen met Gert aan het Schulens Meer dacht ik een kleine rietgans te zien in mijn kijkerbeeld. Zonder veel nadenken en dubbel-checken en met het idee dat het toch wel een soort is die vaker wordt gezien (dus niet in het binnenland blijkt) kwam ze op mijn lijst terecht. Het bleek zelfs – tot mijn verbazing- een nieuwe soort voor mij. Niet dus!
Na een felle reactie van een voorlopig nog anomieme volger van mijn blog moest ik toegeven dat ik er stevig naast zat. Denkelijk waren het juveniele kolganzen. Foutje! We blijven dus ‘hangen’ op 294.

Kleine rietgans (foto Jean Pieters)

Gebuisd

Het was trouwens een raar jaartje. Door een wisseling van job heb ik weinig – te weinig – tijd kunnen doorbrengen met het kijken naar vogeltjes. Mijn ringwerk draaide op een lager pitje, maar daar hadden we het eerder al over. Maar ook mijn geliefde natuurgebied in mijn achtertuin kreeg niet de aandacht dat het verdient. Een zielige lijst met net geen 60 soorten is het harde bewijs dat ik mijn ‘local patch’ stevig heb verwaarloosd. De keren dat ik er rondliep vergat ik dan ook nog eens de soorten die ik zag te noteren. Schande!
De groep overtrekkende kraanvogels – die door mijn dochter werden ontdekt en waarvoor ik dan naar buiten werd geroepen – zijn een schrale troost.

Lijntje kraanvogels (Foto Stefan Nimmegeers)

Voornemens

Dus hoog tijd om mijn leven te beteren. Noem het goede voornemens of wilde plannen. Het maakt mij niet uit.
Naast de klassieker van de kilo’s die er elk jaar weer af moeten zijn er een paar ‘birdwatch’ gerelateerd. (nvdr: dit ik-moet-afvallen-voornemen komt elk jaar blijkbaar terug. Misschien kan ik het beter laten vereeuwigen met een tattoo op een deel van mijn lichaam dat laat zien dat die kilo’s er ook te veel zijn. Welke plaats dat dan moet zijn laat ik aan jouw verbeelding over.)

Bosrietzanger op mijn local patch (eigen foto)

Zo wil ik de kaap van 300 soorten op mijn Belgische lijst volgens jaar zeker halen. Een stuk erover moet zelfs lukken.
Dit door meer op pad te gaan – liefst met mijn vrienden die ook graag vogeltjes kijken – en door zelf leuke soorten te vinden. Hoewel ik een leuke ‘twitch’ zeker niet ga laten liggen. De ondertussen al redelijk ingeburgerde frietjes neem ik er graag bij. Wat mijn ik-moet-afvallen-voornemen wel in het gedrang gaat brengen.
Tenslotte ga ik meer tijd doorbrengen in mijn achtertuin, de Herkvallei, en bij elk bezoek de route opslaan met alle waarnemingen. Een jaarlijst voor 2023 met 100 soorten moet toch lukken. Daar gaan we voor!

Kort gezegd: ik ga volgens jaar opnieuw meer vogels kijken en ook zien. Doe jij mee? Gewoon doen… ik wens jou alvast een ‘birdy’ 2023.


Middelste is nummer 294

Berekoud, een chinees die Bérke heet en een nieuwe Belg. De samenvatting van een fris dagje vogels kijken met een aantal vrienden aan de Maaskant.

-9°C

Dat was de temperatuur die ik deze morgen aflas op het dashboard van mijn wagen. Berekoud dus. Toch gingen we met zes vogelkijkers op pad naar de schitterend Maas. Een vogelparadijs, maar de koude temperaturen waren duidelijk geen ideale omstandigheden. In Negenoord lagen de plassen er volledig dichtgevroren bij. Enkel wat voor zich uitstarende meeuwen waagden zich op deze witte vlakte en op een wak vlakbij de dijk zaten alle meerkoeten samen lekker te badderen. Maar voor de rest was het stil, heel stil.
Dus wandelden we, met nijpende vingers van de kou, naar de Maas. Daar zagen we wel wat beweging. Zoals een grote groep overvliegende grauwe ganzen in de lucht en een groepje grote zaagbekken op het water. Enkele goudvinken die uit een struik voor ons opvlogen zorgden voor wat warmte en opwinding.

Eendjes kijken

Even later reden we richting Koningssteen. Dit samen in de wagen van Yvon, omdat ik mijn elektrische rijtuig even moest opladen om zeker met de rest van de bende terug thuis te geraken. Ook hier was de nacht blijkbaar iets te koud geweest.
In Koningssteen bleken de plassen wel open te liggen. Wat een mooi aantal soorten opleverde. Waaronder een mooi mannetje nonnetje en een grote groep grote zaagbekken. Daar zag ik plots een kleiner exemplaar tussen zwemmen: middelste! Voor mij een topwaarneming, want die soort stond nog niet op mijn Belgische lijst. Geen ultra-zeldzaamheid, maar toch…

Vrouwtje middelste zaagbek (foto Flickr)

Topper

Deze vertegenwoordiger van de zaagbekken is duidelijk kleiner dan zijn neefje de grote zaagbek. De mannetjes uit elkaar houden is niet zo moeilijk. Ze zijn heel verschillend van elkaar. Maar de vrouwtjes is wat moeilijker.
Zoals al gezegd, ze zijn wat kleiner. Als ze dan even zo vriendelijk willen zijn om vlak bij elkaar te gaan zwemmen – zoals nu het geval was – dan is dat een makkelijke manier om ze te determineren.
Andere kenmerken zijn de smalle en daardoor langer lijkende snavel. Maar vooral de minder witte en niet zo scherp afgelijnde borst.
Onze wandeling werd nog opgevrolijkt met de waarneming van twee mannetjes – 1ste winterkleed – topper en een vrouwtje topper, met de kenmerkende witte vlek rond de snavel. deze soort zie je ook niet elke dag.
We sloten onze tocht af in een warme frituur – die meer dan welkom was – waar we werden bediend door een Chinees die blijkbaar Bérke heet. Maar dat is een heel ander verhaal.

Zo staat mijn Belgische lijst op 294 soorten. die 300 komt weer een beetje dichterbij. Een eerste goed voornemen voor 2023.

ABV-tranen

Vandaag kreeg ik via INBO (Instituut van Natuur- en Bosonderzoek) een korte samenvatting van het ABV-project (Algemene BroedVogels) in mijn mailbox. Altijd leuk om te lezen. Hoewel, leuk is hier duidelijk de verkeerde woordekeuze.

Hoofding van het artikel met alle auteurs op een rijtje.

5 minuten

Het project loopt al een hele tijd. Doel is om een zicht te krijgen op de trends bij onze broedvogels. Hiervoor worden er door een hoop vrijwilligers – wat zouden we zonder hen doen – elk jaar 3 tellingen uitgevoerd op vaste locaties. In elk van de kilometerhokken (1×1 km) telt men gedurende 5 minuten alle vogels die te zien zijn. Dit op 6 vastgelegde telpunten. Alle gegevens gaan naar het INBO die daar dan trends uit proberen te halen.
De doelstelling om elk jaar 300 hokken te tellen wordt wel niet gehaald, maar toch geeft dit project een goede indicatie van wat er aan de hand is met onze broedvogels.

Rampzalig

De cijfers zijn niet echt hoopgevend. Dat is dan nog ligt uitgedrukt. Als je 5 grafieken voor je neus krijgt die allemaal een duik maken, dan weet je het wel. Het gaat echt niet goed met onze broedvogels.
Er zijn natuurlijk soorten die blijkbaar toch toenemen. Althans volgens deze tellingen. Maar de overgrote meerderheid blijkt achteruit te boeren. Sommige zelfs letterlijk.
Ik wil mij aan een persoonlijke analyse wagen. Totaal niet wetenschappelijk onderbouwd, puur op mijn buikgevoel. Maar dat mag ook wel eens.

De deprimerende grafieken

Up’s en heel veel down’s

Trekvogels leiden een hels leven. Elk jaar riskeren ze twee keer lijf en leden om van hun overwinteringsgebied naar hun broedgebied te migreren. Of omgekeerd. Naast steeds extremere weersomstandigheden en grotere woestijnen krijgen ze op heel wat plaatsen ook een lading hagel te verwerken. Geen wonder dat deze grafiek van de lange-afstandstrekkers een drama is.

Jacht is een van de bedreigingen voor onze trekvogels.

Zo zien we de prachtige wielewaal elk jaar afnemen. De reden moet je niet ver zoeken. Enerzijds neemt zijn leefgebied nog steeds af. Maar hier speelt de jacht volgens mij een heel grote rol.
Gelukkig zijn er ook wat lichtpuntjes. Zo blijkt de bonte vliegenvanger aan een opmars bezig. Binnen dit project zien we toch een toename. Dit verhaal werd bevestigd door de verhalen van een aantal mensen die plots deze soort in hun tuin zagen opduiken om een nestkastje te kraken. Dit buiten de vroegere regio waar de soort het al behoorlijk deed.

Dat de bosvogels het ook niet goed doen is voor mij een verrassing. Want de algemene tendens was toch al jaren dat als een groep aan een opmars bezig was, het toch deze soorten waren. Niet dus.
Uitzondering is de boomklever. Daar kijk ik niet van op. Want deze geel-blauwe minispecht heeft zijn leefgebied stevig uitgebreid. zo zie en hoor ik hem al jaren aan mijn achterdeur, op mijn local-patch. Totaal geen bosgebied, maar een vallei met vooral hoge populieren. Aanpassen en doorgaan, dat is zijn motto.
Minder goed vergaat het blijkbaar de zwarte mees. Geen wonder dat ik al een paar jaar tevergeefs het geluid speel op mijn ringplaats om er een paar te ringen. Dit jaar welgeteld eentje kunnen verschalken. Logisch, ze nemen blijkbaar snel af. Het verdwijnen van hectares naaldbos door een ‘ambetant’ kevertje zal hier niet vreemd aan zijn.

Turkse terugval

Turkse tortel zit bij de verliezers

Bij de groep generalisten, ik noem het de slimmeriken, duikt er een cijfer op waardoor ik toch even de wenkbrauwen frons. Onze zo gekende turkse tortel blijkt tussen de verliezers te staan. ‘Afname’ is het verdict. Ze blijken dus toch niet zo ‘wereld-wijzigingen-bestendig’ te zijn als ik dacht. Jammer, want het zijn lieflijke wezens.
Bij de winnaars een nieuwkomer waar veel vragen bij gesteld worden. Nieuwkomer klopt denkelijk niet helemaal, maar veel mensen die deze soort zien kijken toch nog eens goed of ze wel juist zijn: de halsbandparkiet. Ze doen het goed en ik ben er blij mee. Ik weet dat ik daarmee een gevoelige snaar kan raken. Maar ik kan het ook niet helpen dat ik een zwak heb voor soorten die ons een dikke middenvinger laten zien en gewoon doen waar ze goed in zijn. De halsbandparkiet is er zo eentje. Lang leve de ‘ringnecks’.

Waar het helemaal de verkeerde kant opgaat is in landbouwgebied. Ik moet een heel stuk dalen op de lijst voor ik een vertegenwoordiger van deze groep tegenkom. Zo goed als alle soorten duiken nog dieper in het al zo diepe dal van de nog meer leeglopende landbouwgebieden. Stilaan zijn we op weg naar een ecologische woestijn van steriele akkers. Hopelijk dat die trend ooit gekeerd wordt. Maar echt hoopvol ben ik alvast niet. Veldleeuwerik, patrijs, geelgors, grauwe gors, kievit en nog zo veel andere soorten zijn langzaam op weg naar een plaatsje in een vitrine van een of ander stoffig museum. Met een houten bordje ‘uitgestorven’ erbij.

Happy ending

Een wat gewaagde woordkeuze. Maar om jullie niet met een depressie onder een warm dekentje te doen belanden wil ik toch eindigen met een succesverhaal.
De cetti’s zanger zet zijn kruistocht om heel Vlaanderen te veroveren met vlag en wimpel verder. Je hoort ze – zien is een ander paar mouwen – echt overal. Hun explosieve en niet te missen zang herken je uit duizenden. Het lijkt wel of ze met luide stem oproepen dat het hoog tijd is om het tij te keren. ‘Red mijn maten’ is volgens mij wat hij ons toezingt.

Duiker-tijd

Ze duiken op – of onder – in deze tijd van het jaar. Daarmee doen ze hun naam eer aan: de duikers. Meestal op een of andere grote en liefst diepe plas. Vaak ver van de oever, zodat je best je telescoop mee hebt om ze goed te bekijken. Prachtige vogels, ook al zitten ze momenteel in een iets minder contrastrijk winterpakje. Maar hoe hou je ze uit elkaar?

Fuutjes bekijken

Hoewel ze er toch behoorlijk van verschillen is het toch opletten. Duikers lijken sterk op futen. Ze zijn alvast een stuk groter. Maar qua tekening zitten ze in mekaars buurt. Futen hebben altijd een duidelijk smallere hals.

Duikers liggen ook altijd laag in het water. Maar als ze zich poetsen of rusten liggen ze vaak iets hoger. Opvallend is hun ‘staartloze’, langgerekte lichaam en de dolkvormige snavel. De dikkere hals en hun groot formaat zijn ook duidelijke kenmerken.
Ze doen hun naam eer aan door – als ze foerageren – vaak te duiken. Ze blijven lang onder water en kunnen dan een behoorlijke stuk verder pas opduiken. Maar dat maakt de zoektocht alleen maar boeiender.

Roodkeelduiker

De kleinste van de duikers die wij hier kunnen verwachten. In zijn winterkleed ontbreekt de rode keel die hem zijn naam geeft. De keel en de zijkant van de hals is opvallend wit. Een kenmerk dat van heel ver opvalt. Het wit zit ook boven en voor het oog. De snavel is spits en smal en wordt vaak omhoog gericht. De rug is fijn wit gespikkeld. Algemeen geeft deze duiker een lichtgekleurde indruk. Juveniele exemplaren zijn algemeen nog veel grijzer en dit zeker op de hals en keel. Hun oog is ook vaak donkerder, terwijl bij een adult exemplaar er een rode schijn in zit. Ook de tekening op de rug is minder contrastrijk dan bij de adulte exemplaren. De kopvorm bij roodkeelduikers is ook platter dan bij de andere duikersoorten. Meest voorkomende wintergast van de duikerfamilie voor ons landje.

Roodkeelduiker – adult

Parelduiker

Zeldzamere verschijning. Stuk groter dan de roodkeelduiker, maar toch nog iets kleiner dan de ijsduiker. De snavel is iets minder recht dan bij de roodkeelduiker, er zit een lichte buiging in. Houdt deze ook iets meer horizontaal. Voorhoofd veel steiler dan bij roodkeelduiker. Adult heeft ook een bultje op het voorhoofd. Heeft geen wit rond het oog (bij roodkeelduiker wel). Witte keel en hals maar met een duidelijke zwarte afscheiding, zeker bij de adulte exemplaren. Rugkleur veel donkerder en – zeker op afstand – een effen indruk van kleur. Toont op de flank achteraan een opvallende witte vlek.
Juvenielen veel lichter van kleur. Donkere band op hals minder uitgesproken, maar als ze goed in beeld komen toch zeker zichtbaar. Opvallend geschubd op de rug. De opvallende witte vlek is hier nog groter.

Parelduiker – juveniel

Ijsduiker

Grote en forse duiker. Ook de snavel is een stevige, dolkvormige ‘toeter’. Ook hier een witte hals en keel, maar wel met een mooie zwarte band vlak boven de overgang van het lichaam naar de hals. Boven die zwarte band een witte inkeping. Rug is ook hier effen donker gekleurd. Net als de parelduiker heeft deze soort een steil voorhoofd met een opvallende bult en daardoor ook een platte kruin. Dit zowel bij de adulte als de juveniele vogels. Als de vogels iets hoger in het water liggen dan is op de flank een witte band zichtbaar.
Juvenielen ook hier veel lichter van kleur met een regelmatig geschubte rugtekening. Maar de zwarte band met de witte inkeping erboven blijft ook hier een kenmerk voor ijsduiker.

Ijsduiker – juveniel

Geelsnavelduiker

Om ons kwartet te vervolledigen, ook nog even deze prachtige duiker erbij halen. Een zeer zeldzame verschijning (die op mijn lijst nog ontbreekt).
Nog iets groter dan de ijsduiker, een imposante verschijning. Met een opvallend grote snavel met – in de winter – een geelwitte kleur (zoals de naam al deed vermoeden). Veel minder wit op hals en keel dan alle voorgaande soorten. Heeft ook die zwarte halsband en meestal ook meer uitgebreid dan bij de ijsduiker. De rugkleur is iets minder egaal, met een bandering die toch stukken duidelijker is dan bij ijsduiker (daar soms heel licht te zien). Nog een kenmerk voor deze soort zijn de vrij grote witte vlekken op de dekveren (enkel bij de adulte exemplaren). Met gesloten vleugels toont hij deze op de achterzijde van de rug. Ook hier weer die kenmerkende kopvorm, steil voorhoofd met een bult en een vlakke kruin. Juveniele exemplaren alweer iets lichter van kleur en sterk geschubt op de rug en de flanken. De snavel is ook grijzer, maar wel met een geelachtige punt.

Geelsnavelduiker – juveniel (bron Wikipedia)

Op 7 van een rond getal.

Een raar jaartje. Minder tijd voor vogelactiviteiten. Zowel het ringen als het kijken naar vogels ligt een beetje in de lappenmand. Hierdoor blijf ik op 7 soorten van de magische grens van 300 zweven. Maar het is geen doel op zich, hoewel het een leuke kaap zou zijn.

Kraanvogelloos.

Foto: Stefan Nimmegeers

Ik slaag er vaker in om deze iconische soort te missen dan te zien elk jaar. Deze keer heb ik het aan mijn dochter te danken dat het geen kraanvogelloos jaar werd. Op 13/11 kwam ze mij enthousiast roepen dat er heel veel vogels over ons huis vlogen. Toen ik buiten kwam hoorde ik de karakteristieke roep al. Een lange sliert kraanvogels klapperden voorbij. Minstens 300. Niet heel hoog, als onherkenbare stipjes. Maar mooi laag. De rood-witte koptekening kon ik perfect zien. Wat een waarneming! Met dank aan Stien.

Duiker

Een dagje verlof werd besteed aan een rit naar het noorden van Limburg. De Warmbeekvallei, een van de vele mooie gebieden van het mij dierbare Limburgs Landschap, was het doel. Een gevarieerd gebied, maar toch vooral bossen. Het aantal soorten bleef beperkt. Maar de waarneming van de dag was een luid roepende raaf. Het zonnetje, dat die dag toch goed zijn best deed, zat duidelijk in zijn bolletje. Weer een mooie soort erbij op mijn jaarlijst.

En die lijst werd dit weekend aangedikt met een roodkeelduiker. Deze was gezien in natuurgebied Koningssteen in Kessenich. Een rit van goed een uur. Ik ging er naartoe omdat ik er had afgesproken met de plaatselijke vrijwilligers. Twee vliegen in een klap. Gelukkig voor mij was er nog een vogelfanaat bij de groep. Samen hadden we al een paar keer de grote plas afgezocht. Wel enkel met een verrekijker, omdat een telescoop meedragen geen optie was. Voorlopig zonder resultaat.
Even ervoor had een aanwezige groep vogelkijkers ons al verteld dat er twee exemplaren zaten. Er was dus nog hoop. Bij een volgende zoekactie kon ik er eentje ontdekken. Mooi dichtbij en dus zelfs met een verrekijker goed herkenbaar. Nummer 161 op mijn jaarlijst was binnen voor dit jaar.

Foto: Gunther Flipkens

Hoewel ik deze soort blijkbaar een stuk dichterbij had kunnen zien. Op 20/11 werd een verzwakt exemplaar opgeraapt in Heers. Na een passage in het Natuurhulpcentrum in Oudsbergen werd het dier overgebracht naar het VOC Oostende. Hopelijk krijgen die deze mooie vogel weer fit om hem terug in de natuur vrij te laten.

Foto: Mathieu Helleputte

’t Zit er weer op

De netten opgerold, de stokken in hun hoekje en de USB-stickjes in de laatjes. Het ringseizoen zit er voor mij weer op. Een korter en minder intensief najaar met slechts 18 dagen en in totaal 103 uren op post. Maar toch was het weer de moeite. We begonnen er aan op 5 augustus en eindigden vandaag, 11 november. Wapenstilstand is voor mij ook ringstilstand. Voor even toch.

Cijfertjes

Uiteindelijk gingen er dit najaar 1.458 vogels door mijn handen. Waarvan er 1.395 een ring rond hun pootje kregen. De top 3 bestond uit de klassiekers: zwartkop op nummer 1 (425), kleine karekiet op nummer 2 (228) en roodborst een mooie derde (92). Voor fitis, een soort die dit jaar prima doorkwam, kon ik een nieuw dagrecord vestigen met 38 exemplaren. In totaal kon ik 33 soorten vangen. Met als absolute topper mijn eerste ortolaan voor mijn ringplek.

Merels

Toch kreeg ik de breedste glimlach op mijn lippen dankzij een ‘gewone’ tuinsoort, de merels. Met 44 gevangen exemplaren zeker geen topjaar. Tot je de cijfers gaat omzetten naar een uurgemiddelde (zie grafiek). Dan zie je plots dat 2022 het beste jaar was tot nu toe. Dat gevoel had ik al, want in oktober en november hingen er bijna elke ronde wel een of meer merels in het net.
In november waren dat ook nog eens duidelijk noordelijke vogels. Een stuk groter en zwaarder dan onze merels. Met vaak, vooral bij de mannetjes, een prachtige schubrekening op de borst. Blijkbaar hebben onze merels hun magere jaren achter zich gelaten en is de populatie terug van – een klein beetje – weg geweest.

Hieronder de grafiek over merels vanaf 2014 tot 2022.

Wat is de beste vogelgids?

Simply the best

Gisteren stak hij in mijn brievenbus. De nieuwste versie van de ANWB Vogelgids van Europa. Zonder enige twijfel de beste determinatiegids voor vogels in het Nederlands. Het gaat om een herdruk voor dit jaar. Ondertussen al de 10de. Dus kan mijn oudere exemplaar (volgens de info binnenin van 2000) de kast in. Als souvenir aan heel veel leuke momenten tijdens het vogels en kijken. Maar vooral omdat een van de auteurs, de beroemde Lars Svensson, zijn handtekening er heeft ingezet.

Zonder twijfel de beste keuze, deze vogelgids


Maar waarom de herdruk kopen?

Al eerder besprak ik de keuze van een goede vogelgids op mijn blog (klik hier om deze post te lezen). Maar in mijn huidige gids staan ook alle vogels die ik denkelijk kan tegenkomen in Europa. Waarom dan toch centjes uitgeven voor weer een nieuwe druk?
De reden is dat deze versie completer is dan de vorige. Geen commerciële truc van de uitgevers, maar een voortdurende evolutie bij de determinatie en indeling van vogels. Daarbij verandert de lijst van soorten die Europa kunnen bezoeken of er voorkomen ook. Dus deze vogelgids is iets groter van formaat, wat de tekeningen ten goede komt. Maar ook een stuk dikker, welgeteld 45 pagina’s extra. Dus meer info.
Ook de volgorde van de soortengroepen is in vergelijking met mijn oude exemplaar gewijzigd. Waar deze begon met de duikers, staat nu de knobbelzwaan als eerste te pronken.

Waarom is dit de beste?

Misschien ligt het aan mij. Maar ik ben geen fan van foto’s in determinatiegidsen. Je moet al een hele reeks foto’s in je boek zetten om alle kenmerken mooi en goed te laten zien. De opmerking dat een tekening nooit alle omstandigheden (lichtinval, houding, omgeving,…) kan bevatten klopt. Maar voor een foto geldt dezelfde beperking. Volgens mij zelfs nog meer. Want de foto is wat hij is, buiten wat gefotoshop-geprul kan je dit beeld niet manipuleren. De tekenaar kan wel heel bewust elk belangrijk kenmerk in de verf zetten. Letterlijk hier. Want al de afbeeldingen in deze vogelgids zijn prachtige kunstwerkjes op zich. Alleen hiervoor zou je hem al kopen. Ik kan uren genieten van al die plaatjes.
Er zijn ook vogelboeken (ik weiger ze gidsen te noemen) die met foto’s proberen een determinatie-hulpmiddel te zijn. De vrij nieuwe uitgave ‘Handboek Europese Vogels’ van Nils Van Duivendijk en Marc Guyt is een meer dan verdienstelijke poging. Maar het gaat om twee ‘kloefers’ van werken die je niet meeneemt in het veld (althans, niet zonder een karretje).
De vogelgids van ANWB is wel bruikbaar in het veld. Het formaat is op de limiet. Maar hij past in een schoudertas of zelfs (een heel grote) jaszak. De extra plastieken hoes waar hij inzit geeft aan dat het een boek is om buiten te gebruiken. Dus gewoon meenemen die handel.

Uiltje knappen

Ik ben niet de expert die deze vogelgids lettertje per lettertje heeft nageplozen. Hierover kan je wel ergens anders veel betere artikels lezen. Maar ik heb, na een eerste snelle blik in mijn nieuwste aanwinst, toch een paar dingen gezien. Zo blijkt dat de sectie met de uilen met een pagina is uitgebreid.
De oehoe krijgt de aandacht die hij verdient met 2 afbeeldingen extra en een prachtige update van de vorige afbeeldingen. De rest van de pagina wordt opgevuld met de woestijnoehoe. Die maakt promotie van een voetnoot en een kleine afbeelding en een hoekje, naar een volwaardige beschrijving met maar liefst 5 mooie tekeningen.
De ransuil en de velduil verdienden blijkbaar ook (terecht) een nieuwe reeks prachtige afbeeldingen. Ze gaan van een kwart bladzijde naar een derde.
Hierdoor verhuist de kerkuil naar een volgende pagina, met ook andere tekeningen (lees kunstwerkjes). Hier vinden we ook de bosuil, waar de ondersoort Mauritanica uit NW Afrika, wat meer aandacht krijgt.
Opgelet, ik heb het hier enkel over de afbeeldingen. De tekst zal vermoedelijk ook de nodige aanvullingen gekregen hebben.

Meer plaats voor de bosuil en de kerkuil

Tapuitjes mixen

Deze groep hebben ze ook een beetje herschikt. Zo promoveert de Seebohms tapuit van ondersoort naar een aparte soort. Hierdoor krijgt hij, in tegenstelling tot de vermelding bij de tapuit in mijn oude gids, een volledig vakje voor zichzelf. Terecht, wat een prachtig beest. Nog nooit gezien trouwens.
De rouwtapuit wordt opgedeeld in een oostelijke en een westelijke soort (komt blijkbaar wel meer voor).
Bij de Koerdische (xanthoprymna voor de kenners) hebben ze blijkbaar het hele verhaal moeten herschikken. In mijn oude exemplaar is de roodstaarttapuit de hoofdsoort en spreken ze van de Koerdische als ondersoort. Maar ook toen was er duidelijk al twijfel, aangezien het woordje ‘onder’ tussen haakjes staat. In mijn nieuwe vogelgids is de Koerdische en de roodstaarttapuit elk een aparte soort. Maar wat mij opvalt is dat de tekening van de opgerichte vogel die vroeger bij de roodstaart stond, nu bij de Koerdische staat te pronken. Toch even verder uitpluizen hoe dat nu juist zit.

Klauwiertjes extra

Een pagina waar ik bij het doorbladeren bleef hangen was die van de klauwieren. In tegenstelling tot mijn oude vogelgids worden een aantal aparte soorten zoals Daurische, Turkistaanse en Bruine (die laatste is in mijn oud exemplaar nergens te bespeuren) uitgebreid omschreven. Veel duidelijker dan voorheen, waar alles wat door elkaar stond. Zo blijkt de afbeelding van de Daurische in de oude gids, een Turkistaanse te zijn. Het moet nu eenmaal kloppen en we leren elke dag bij. Ook de scheppers van deze vogelgids blijkbaar.

Daurische klauwier? We zoeken het (nu makkelijker) op (Bron: Wikipedia)

Meeuwen

Hier ook heel wat wijzigingen en veel meer afbeeldingen. Zilvermeeuw krijgt een stevige upgrade en de Amerikaanse neef duikt op. Een volledige pagina met kleden en kenmerken. Het bewijs dat meeuwen moeilijke gasten blijven.
Ook geelpootmeeuw krijgt enkele prentjes extra. Maar het is hier duidelijk te zien dat we elk jaar weer meer te weten komen over meeuwen en dat het een boeiende (maar aartsmoeilijke groep) blijkt. Armeense meeuw promoveert terecht van een klein kopje naar een volwaardige beschrijving met maar liefst 7 afbeeldingen. Pontische doet het nog beter met 2/3de bladzijde en 16 afbeeldingen, komende van slechts een voetnoot in de oude vogelgids.
Kleine mantelmeeuw krijgt dan weer het gezelschap van Baltische en Heuglins. Of dit mij gaat helpen bij de volgende groep meeuwen die ik tegen kom is natuurlijk de vraag. Maar dat ligt volledig aan mij, totaal niet (in tegendeel) aan het werk van deze auteurs.

Dwaalgasten

Tenslotte zag ik dat de Amerikanen, die per ongeluk in een orkaantje zijn verzeild om bij ons te belanden, niet meer tussen de woestijnvinken en de gorzen gestoken. Dat was trouwens totaal niet logisch. Ze verhuizen een stukje naar achter, waar ze thuishoren. De afbeeldingen zijn veel mooier en duidelijker en hebben dezelfde kwaliteit als die in de rest van de gids. We krijgen er dan ook nog eens twee cadeau.

Meer ruimte voor de dwaalgasten

Ook voor de dwaalgasten is er meer ruimte voorzien. Ze krijgen twee pagina’s meer. Maar toch heb ik hier het gevoel dat dit geen prioriteit was. De tekst is weliswaar uitgebreider. Maar waar we in de oude gids 59 soorten terugvinden, waarvan 56 ook de eer hebben om afgebeeld te worden. Zie ik dat in mijn nieuwe exemplaar dat het gaat om 56 soorten en 50 afbeeldingen.
Na een wat nader ‘onderzoek’ blijkt er wat geschoven te zijn tussen de mogelijk ontsnapte soorten en kregen sommige zelfs een plaatsje in de vogelgids zelf of verhuisden ze van de vogelgids naar de sectie dwaalgasten. Zoals de halsbandparkiet.

Conclusie:

Voor alle duidelijkheid. Deze blogpost is geen onderbouwde en minutieus uitgewerkte boekbespreking. Maar slechts een registratie van een snelle blik door een geweldige vogelgids. Want hierover bestaat geen twijfel, deze nieuwe uitgave is een stevige aanrader. Wie nog op zoek is naar een goede vogelgids. zoek niet verder! Dit is de beste keuze.
Heb je die keuze al gemaakt, maar loop je, net zoals ik tot gisteren, met een oude versie rond. Zeker aanschaffen. Dit boek hoort thuis bij elke vogelkijker die zijn soorten wil (leren) herkennen in het veld.
Niet in de boekenkast, maar als noodzakelijke bagage bij elk van je uitstappen.

Batumi rocks! (9)

Dag 8: Extraatje

(zondag 11/9/2022)

Normaal zat onze reis er nu op. Zondagavond zou ik terug in mijn eigen bedje liggen. Maar dat was zonder onze luchtvaartmaatschappij gerekend. Onze vlucht werd gecanceld omdat de piloot het toestel op een andere luchthaven aan de grond had gezet. De reden is ons nog steeds niet bekend.
Om een lang verhaal (want dat was het) kort te maken. Wij kregen een extra dag in Batumi en een stevige terugreis (dinsdagmiddag stond ik terug voor mijn eigen huisje). Nigel vulde deze perfect op met een portie Georgische geschiedenis en cultuur.

Met onze cultuurgids Nigel wat kerken meepikken
Museumpje met kunst met een grote K, maar soms ook een kleine
Toch nog wat (stoffige) vogels op ons menu
140 op onze lijst

We sloten onze extra dag echter niet af, zonder nog een paar soorten mee te pikken. Op een vijver met dobberende waterfietsen in de vorm van zwanen, midden in de stad, kon Gert (wie anders) nog twee soorten spotten: casarca en wilde eend.
Op die manier sloten we onze geweldige reis af met het ronde aantal gespotte soorten van 140.

Nummer 139 en 140 van onze lijst broederlijk samen
Zonder een tapuit kregen we onze dag niet om

Conclusie van mijn verslag: Batumi is een ‘must see’ voor elke vogelkijker, zeker als je een fan bent van roofvogels of trektellingen. Weet wel dat je nooit nog een goede dag op jouw telpost zal hebben. Dit evenaren is in ons vogelarme landje totaal onmogelijk. Batumi rocks!

Onze geweldige groep

Erratum

Om mijn verslag af te sluiten wil ik toch een paar te vermelden feitjes toevoegen:

Cha-cha

Bijna elke avond na het eten stond onze gastheer met een fles in zijn handen aan onze tafel. Hij ging dan kwistig rond met de door hem zelf gestookte ‘cha-cha’. Een niet te definiëren brouwsel met een enorm alcoholgehalte. Zelf ben ik geen fan van sterke drank. Dus ik liet dit meestal aan mij voorbij gaan. Toen ik toch eens moest meedrinken (de laatste avond), werd ik toch geen fan. Niet te zuipen.
De laatste avond – in ons guesthouse dan toch – belandde de ganse groep in de stookkelder. Daar werden de glaasjes meermaals gevuld en geledigd. Waardoor de sfeer naar ongekende hoogtes steeg.

The Nigel-ride

Tijdens onze wandeling in het nationale park liet Nigel zich verleiden tot een tochtje langs de ‘zip-line’. Voor een stevige prijs zweefde hij – voor zo ver dat Nigel dat kon – sierlijk naar het dal. Wij keken hem al lachend na en dachten dat hij zich had laten bedotten door de plaatselijke ondernemers die dit fenomeen hadden gebouwd. Maar al gauw moesten we onze mening herzien. Het laatste stuk tot aan de parking bleek een glibberige en vervaarlijke afdaling waar gelukkig iedereen zonder kleerscheuren door geraakte. Nigel wachtte ons beneden met een brede glimlach op. De slimmerd.

De mysterieuze knuffel

In de woonkamer, want daar zaten we voor elke maaltijd, zat een grote knuffel in de hoek van een salon. De ganse week lang werd er door Nigel en mij gedebatteerd of het nu om een beer of een konijn ging. De laatste avond stelden wij daarom aan Davit de verlossende vraag: ‘is die knuffel een beer of een konijn?’. Zijn antwoord was schitterend. Het bleek een cadeau dat hij een paar maanden geleden kocht voor zijn huidige vrouw om punten te scoren. Maar dat was niet echt gelukt, want, om het met de woorden van Davit te zeggen: ‘I wanted to buy here a bear, but it turned out te be a rabbit’

Voetlopers

Dat het verkeer in Georgië hectisch is, is een stevig understatement. Het is chaotisch en gevaarlijk. Naast een heleboel gekke chauffeurs, kom je om de haverklap loslopende koeien tegen. Vaak midden op de weg. Maar dat is niet alles: wat gedacht van een stratenveger – rustig met zijn bezem vegend – tegen de betonnen afsluiting in het midden van de autostrade. Witte lijnen worden gezien als decoratie en ik denk dat er niemand aan de inwoners heeft verteld dat die ronde borden met een cijfer er op de maximumsnelheid aangeeft.
Gelukkig hadden we een goede chauffeur die dit circus kende, want zelf hier rijden zie ik alvast niet zitten.
Ze maakten zelfs eigen verkeersborden, zoals dit op de foto. Het waarschuwt voor overlopende voetgangers. Of is het om die overstekers te waarschuwen dat ze dit hier best niet op hun gemakje doen?

Rode lijst-soort

Hij bestaat! De Georgische vogelkijker. Wij vonden een zeldzaam exemplaar op de telpost, Alex. Deze vriendelijke Georgiër stond er bijna elke dag (toch de dagen dat wij er waren) en was enorm enthousiast bij elke soort die overvloog. Hem in actie zien was een genot en een genoegen. Hopelijk ruilen meer van zijn landgenoten de komende jaren hun jachtgeweer voor een verrrekijker.

Piece of cake

Het was voor zowel Gert als mijzelf onze eerste georganiseerde reis met ‘onbekenden’. Je moet natuurlijk de sfeer in de groep deels zelf maken, maar deze groep was echt een genot om mee op pad te zijn.
We kozen voor het eerst om te boeken via Starling Reizen. Hoewel het om een stevige kostprijs ging, zeker met de vliegtuigtickets erbij, bleken we toch heel veel waar voor ons geld te krijgen.
Alles was tot in de puntjes geregeld. De kwaliteit van het verblijf was prima en het eten subliem. Onze gids was een voltreffer.
Onze gastvrouw verraste ons tijdens ons laatste avondmaal met een mooie taart waar ze haar binding met Starling duidelijk mee liet blijken. Het feit dat ik ruim 1/3de van deze taart naar binnen speelde is een te verwaarlozen detail.
Om onze organisators een pluim te geven – voor een vogelreis een passende woordkeuze – sluit ik graag af met een verwijzing naar hun website en de boodschap dat je met deze organisatie – voor zo ver ik het kan beoordelen – een prima keuze maakt. De volgende trip van Gert en mijzelf is trouwens al gekozen.
https://www.starlingreizen.be/home/


NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research