Batumi rocks! (8)

Dag 7: Station two

(zaterdag 10/9/2022)

Onze laatste dag in Batumi. Bestemming was telpost twee. Een stukje rijden en – volgens onze waarschuwingen van de gids – een stevige klim van zeker een half uur. Gezien mijn ‘geweldige’ conditie keek ik er een beetje tegen op. In mijn hoofd had ik mij dan ook voorbereid op een vermoeiende tocht met de nodige spierpijn in de kuiten achteraf. Maar dat was zonder onze prima chauffeur gerekend. Davit had blijkbaar een ander scenario in gedachten en reed vlotjes tot vlakbij de telpost. De vervaarlijke tocht bleek een flauw afgietsel van een paar honderd meter tot op de telpost. Onderweg lag er ook nog eens een cafeetje met een terras (je moet dit bekijken naar Georgische normen), waar wij dan ook post vatten om de voorbijzeilende roofvogels te bekijken. Ik had met deze verrassende wending totaal geen probleem. Mijn kuiten nog veel minder.

Station 2: meer basic
Luxe met een terraske iets lager dan de telpost
Opnieuw lazy birding

De grote aantallen waren voorbij, maar toch was de spektakelwaarde nog zeer hoog. Bellen genoeg, iets verder nu en met wat minder stromen, en vooral de zwarte wouwen deden nu hun best. Een mooie adulte aasgier kwam nog bij op onze soortenlijst, alsook een zekere steppekiekendief. Wat een prachtig beest trouwens!

Zwarte wouw, ze waren nog niet op
Idem voor de wespendieven

Toen de trek zo goed als stil viel werd besloten om nog een laatste rit te maken naar nationaal park Mtirale. Een ruw bosgebied in de bergen. Het werd een lange en kronkelige rit langs een wilde rivier. Het bezoekbare gedeelte van dit natuurgebied bleek eerder een pretpark dan een nationaal park. Ritjes met quads en paarden, stalen kabels tussen de bomen (waar Nigel niet aan kon weerstaan), terrasjes, hotels en barretjes in overvloed. Gelukkig dat een groot deel van deze natuur ontoegankelijk is wegens haar stijle en ruwe hellingen.

Een stop een een paar bruggetjes leverde nog een paar bijkomende soorten op voor onze triplijst: waterspreeuw en grote gele kwikstaart.

Originele oversteek

Zicht op het nationale park

De ideale biotoop voor waterspreeuw

Ons laatste avondmaal (dachten we toen nog…)

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 8 – Extraatje’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (7)

Dag 6: Afval met vogels

(vrijdag 9/9/2022)

Nog nagenietend van een topdag was onze volgende bestemming Poti. Een andere monding, deze keer wel een echte delta, wat meer noordelijk langs de kust. Ons busje zette ons af op een proper strand. Maar de rest van deze zanderige landtong was minder proper. Een berg afval was duidelijk afkomstig van dat opgeruimde stukje strand, bedoeld voor de ‘echte’ toeristen.

Vertrekken op wat een proper strand lijkt
Om even later door het afval te struinen

Maar ook hier weer veel vogels. Tussen de plastieken verpakkingen en flessen vonden we veel trekvogels. Piepers en leeuweriken trokken zich bitter weinig aan van die rotzooi. We stootten zelfs een griel op. De aanwijzingen om deze, nadat ze terug was gaan zitten, in je telescoopbeeld te krijgen waren opnieuw hallucinant. ‘Ze zit vlak voor een rode plastieken fles’, ‘ik zie twee rode flessen, welke is het?’, ‘die naast die hoop met een helgele plastieken zak er in’, ‘ok, zie ze zitten’. Check, griel.

Krombekstrandloper
Drieteentjes en krombekken
Tja…
De wonderlijke visvangst van ons avondmaal
Raar beestje, zandoorworm

Een overvliegend smelleken dikte onze soortenlijst nog aan. Zo ook een mooie duinpieper. Op het uiteinde van deze landtong zaten heel wat steltjes, sternen en meeuwen. Waaronder dunbekmeeuw en de alomtegenwoordige geelpootmeeuw.

Ons middagmaal werd verorberd aan een meer dat deel uitmaakte van een nationaal park waarvan ik de naam ten eerste niet kon lezen op de wegwijzer, laat staan onthouden. Maar een korte wandeling leverde wel een prachtige waarneming op van een groepje hoppen, armeense meeuw en een roodmus. Die laatste heb ik jammer genoeg niet zelf gezien.

Middagmaal met een ‘view’
Citroenkwikstaart

Armeense en dunbekmeeuw in een plaatje
Ook de varkens zijn hier vrije vogels
Goed gewerkt, terug naar ons guesthouse

De rest van de dag was het gewoon wat chillen op ons terras. De overdosis aan vogels van de laatste dagen moesten we duidelijk even verwerken.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 7 – Station Two’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (6)

Dag 5: Ontploft

(donderdag 8/9/2022)

Onze klim naar de telpost begon goed. In ons eerste bosje hoorde Bas een groene fitis. Het bleken er meerdere. Ik kon zo deze soort ook netjes afvinken. Aangekomen op de telpost bleek het weer ons gunstig gezind. Droog met een mooi bewolkte hemel. De ideale omstandigheden om vogels te ontdekken. Dadelijk konden we een stroom van bruine kiekendieven bekijken die over de zee migreerden. Het was duidelijk dat heel wat vogels aan het wachten waren op de gunstige omstandigheden om hun trek verder te zetten. En dan ontplofte het gewoon!

Ochtendlicht over de bergen, de voorbode van een waanzinnige dag

Een constante stroom van wespendieven. Overal aan de horizon doken grote zuilen met roofvogels op. Voor onze ogen vormden zich ook draaikolken met rovers. Een mengeling van wespendieven en zwarte wouwen. Soms ver weg, maar ook vaak mooi dichtbij. De klikkers van de tellers draaiden overuren en liepen warm. Dit tellen leek ons een onmogelijke opdracht, maar de rust die te tellers uitstraalden en hun zelfzekere communicatie bewezen het tegendeel. het protocol werkte. Groepen witte ooievaars en af en toe in een bel  mee thermiekende zwarte ooievaars waren leuke afwisselingen in de enorme stroom wespendieven. De door Bas mogelijke voorspelde ‘enkele’ arenden bleken er heel wat meer. Tegen de middag werd de groep enthousiast van de eerste dwergarend die mooi over ons hoofd vloog. Een bleke fase, dus vlot te herkennen. Maar ze bleven komen. Uiteindelijk werden het er meer dan 440. Soms in groepjes van vijf om meer samen. Maar ook andere soorten hadden besloten om hun reis verder te zetten. Meerdere slangenarenden waarvan een paar mooi dichtbij, twee zeearenden, schreeuwarend, balkan- en gewone sperwers, boomvalken, slechtvalk en een mooi aantal kiekendieven.

Overal roofvogels, een ganse dag lang!
Zeearend
Groep doortrekkende ooievaars
Een van de vele dwergarenden
We wisten niet waar we eerst moesten kijken
Omvergeblazen!

In totaal passeerden er op beide telposten samen meer dan 147.000 wespendieven. Het dagtotaal werd afgesloten op ruim 166.000 vogels!

Dat een groepje kraanvogels, waardoor iedereen op de telpost toch even opveerde, als onzekere jufferkranen werd genoteerd was een detail. Wat een spektakel! Onze gids had de juiste keuze gemaakt. Wij waren getuige van een van de beste teldagen in Batumi (2de hoogste aantal wespendieven op een dag sinds start tellingen). Onvergetelijk!

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 6 – Afval met vogels’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (5)

Dag 4: Overdosis

(woensdag 7/9/2022)

’s Morgens stonden we voor een dilemma. Naar de telpost, want de stroom roofvogels zat nog vers in ons geheugen? Of toch weer naar de delta? De voorspelde buien gaven de doorslag. We reden terug richting delta. Daar bleek al gauw dat die buien eigenlijk onderschat waren. Striemende regen en een stevige wind zorgden er voor dat we het eerste uur vogels konden kijken vanuit ons busje. De delta liep deze keer vol met jagers. Veel jagers, veel regen, maar nadien bleek ook, heel veel vogels.

Uitgeregende jagers
Een bootje was beter geweest

Opnieuw had de nachtelijke regen gezorgd voor een zogenaamde ‘fall’. Het fenomeen waar alle voorbijtrekkende vogels door omstandigheden, meestal het weer, hun trektocht stoppen en beslissen om te gaan zitten. Vaak langs een kustlijn, want bij slecht weer over een grote plas water vliegen is geen goed idee.

Na de regen kwam de ‘fall’

De regen stopte en de jagers dropen stilaan uitgeregend af. Wij begonnen aan een wonderlijke wandeling. Het krioelde in de bosjes langs de kustlijn van de vogels. In elke struik niet een, maar groepjes grauwe klauwieren. De lucht hing vol met kortteenleeuweriken, maar ook vluchten ortolanen. Nooit gezien! Tapuiten op elke steen, paapjes op elk takje. Het was gewoon niet te overzien. Bas haalde er een blonde tapuit uit. Zelf vond ik mijn wenssoort voor die dag: een juveniele roze spreeuw. Eindelijk zag ik een isabeltapuit. Hiervoor had ik al honderden tapuiten bekeken, maar Bas verloste mij uit mijn lijden.

Aan de mondig vloog een groepje witvleugelsternen met daartussen een paar oogverblindende adulte beestjes. Hoe mooi kan een zwart-wit contrast zijn! Ralreigers op de oever, drieteenstrandlopers en steenlopertjes in de branding met daartussen kleine strandlopers bij de vleet. Meerdere kleine klapeksters waarvan eentje op minder dan 10 meter mooi poserend tot jolijt van onze fotografen van dienst. Om dan de dag af te ronden met een mooi vrouwtje citroenkwikstaart. Wat een weelde!

Kleine strandloper
Blonde tapuit, adult vrouwtje

Kleine klapekster
Tapuit, een van de vele
Grasmus
Izabeltapuit, eindelijk!

’s Avonds zaten we echter met een dubbel gevoel. Op de telpost waren er, ondanks het slechte weer, een massa roofvogels doorgetrokken. De teller stond op net geen 100.000 vogels volgens de website. Bas, onze gids, zat een beetje in zak en as. Enerzijds hadden we een topdag in de delta, maar mogelijk hadden we de beste dag van de week, misschien zelfs van het telseizoen op de telpost gemist. De bestemming voor de volgende dag lag dan ook snel vast: ‘Station one, here we come’.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 5 – Ontploft’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (4)

Dag 3: Druk in het stadpark

(dinsdag 6/9/2022)

De dag begon zoals hij geëindigd was, met regen. De groep (deels, want de eerste slachtoffers van het lekkere eten dat blijkbaar een stimulans was voor de sluitspieren waren al een feit) ging opnieuw op pad. Bestemming was het stadspark van Batumi. De naam was een zware overschatting van een schamele groene zone met een korte grasmat met hier en daar wat bomen en struiken. Gevolgd door een kale strook met dennen in het verlengde van de kust. Niet echt de keuze die je zou verwachten als leek in het vogels kijken. Maar onze gids en ook wij wisten beter. Dit was de enige plek voor een doortrekkende vogel om te gaan schuilen. Iets wat de voorbije nacht zeker de enige optie was, want het had de ganse nacht oude wijven geregend. Stortbuien en stevige wind. Hier moesten veel vogels zitten. Wat ook zo was.

Nachtzwaluw, dwergooruil, draailhalzen, noordse nachtegaal en massa’s zangvogels. De gekraagde roodstaarten en de grauwe klauwieren zaten als het ware schouder tegen schouder in de weinige struiken en boompjes die er nog stonden. Verrassing van de dag (en misschien wel van de reis) was een opgestoten kwartelkoning op het gazon. De regenbuien deerden ons niet. Elke struik en elke boom zat vol met vogels. Wat een feest! En dan moest het topmoment van de dag nog komen.

Nachtzwaluwen in dagmodus, soezen op een tak.
Dwergooruil, nieuwe lifer voor mij.
Ook hier overal grauwe klauwieren
Draaihals, nat op een omheining
Schuilen samen met ‘onze’ zwerfhond

Na weer een stevige bui en een tijdje schuilen onder weer een ander afdakje besloten we om terug te keren naar ons verblijf. Tijdens de rit omhoog merkten we, vanuit ons busje, dat er toch wel veel beweging was in de vallei. Tussen de bomen en huizen door zagen we regelmatig roofvogels vliegen. Van een maaltijd kwam weinig in huis. Want vanaf ons balkon waren we getuige van een waar spektakel. Vlak voor ons trokken honderden, neen duizenden, roofvogels voorbij. De laaghangende wolken in de bergen dreef hen de vallei in. Op ooghoogte konden we wespendieven bewonderen in vol ornaat. Alle kenmerken om de leeftijden en het geslacht te bepalen (die Bas ons al tijdens een presentatie had getoond) konden we hier live bekijken. Je had het gevoel dat je de vogels als het ware kon aanraken. Voor onze ogen zagen we de stroom veranderen in een zuil van roofvogels die op een voor ons onbekend punt dan weer veranderde in een nieuwe stroom. De zwarte wouwen waren ook van de partij. Afgewisseld met een net onder ons balkon voorbij cirkelende steppebuizerd. Elke kiekendief die verscheen werd door Bas (een hariers-fan) enthousiast onthaald en op soort gedetermineerd.
De kenmerken lagen dan ook voor het grijpen. De vijf visarenden die voorbij trokken namen we er graag bij. Een onwezenlijk schouwspel dat nog heel lang op mijn netvlies gaat blijven staan.

In wolken gehulde bergen, een gelukje voor ons
Nieuw voor mij: balkon-birding
Wespendief in de wolken
Een van de vele zwarte wouwen
Rovers, rovers en nog eens rovers!

Die dag, met toch nog regelmatig regen en veel wolken, telde men op ‘Station one’ meer dan 36.000 wespendieven. Waarvan denkelijk een groot deel langs ons balkon passeerde.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 4 – Overdosis’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (3)

Dag 2: Turkse tuinbewoners

(maandag 5/9/2022)

We begonnen er vroeg aan met een uitgebreid ontbijt. Na onze ervaring met het avondeten van de dag ervoor was de trend gezet wat eten betreft. We kregen een waar feestbuffet op tafel. Mijn voornemen om wat kilootjes kwijt te raken werd dan ook een weekje opgeschoven, minstens.

Een rijkelijk gevulde tafel,… elke dag.

Het weer bleef stabiel, regen dus. Maar de keuze tussen een powerpoint bekijken binnen of toch naar de telpost wandelen was snel gemaakt. De nog natte regenkledij werd terug aangetrokken en we begonnen aan onze eerste klim naar ‘Station one’. Net voor we aan die tocht begonnen vond Gert nog twee ortolanen in een fruitboompje. Onze eersten, maar zeker niet de laatste van deze reis.

Ortolanen in de fruitboom

Deze telpost lag op dezelfde berg als ons guesthouse. Dus gewoon wat hoger klimmen. Maar het bleek een stevige tocht met als toetje een reeks steile trapjes. De telpost zelf was, dankzij de Georgische overheid, mooi ingericht met een gebouw waar de tellers comfortabel konden staan, zelfs schuilen bij slecht weer. Met boven op de telpost een mooi groot platform voor de bezoekers, wij dus. Het uitzicht was natuurlijk spectaculair. Hoewel de regenwolken op dat moment regelmatig spelbrekers waren.

Op weg naar de telpost
De telpost, zelfs bij regen tellen ze door.
Stoere kerels die tellers

Toch kregen wij al een voorsmaakje van de fenomenale trek die hier passeert. Een aantal mooie bellen (zij noemen het ‘kettels’) met wespendieven en regelmatig een stroompje doortrekkende zwarte wouwen. Wij genoten van dit spektakel, maar hadden op dat moment totaal nog geen besef dat dit slecht een fractie was van wat ons nog te wachten stond. In het bosje achter de telpost vond de groep onze eerste groene fitis. Jammer genoeg zonder dat ik erbij was. Daarna gingen de hemelsluizen opnieuw open. De vallei stroomde vol met dikke wolken en de telling zat er op. Na een tijdje wachten besloten we dan toch maar door de regen naar beneden te wandelen. De kennismaking met ‘Station one’ en de Raptor Count zat er op.

Alles wordt netjes bijgehouden
Groene fitis in het vizier
Tevergeefs wachten tot de bui voorbij is

Na een korte lunch reden we richting de botanische tuin. De regen was wat geminderd en had plaats gemaakt voor een verfrissende ‘drizzel’. Want de temperatuur bleef wel lekker aangenaam. Onze doelsoort was turkse boomklever. In deze groene long van Batumi zou een kleine populatie rondkleven. Het bewijs werd een half uurtje later geleverd, toen we naar dit prachtige vogeltje zaten te kijken. Hangend aan de onderzijde van een tak. De rest van de wandeling door deze mooie tuin met een prachtige verzameling van inheemse, maar ook exemplaren uit verdere oorden, bomen werd opgefleurd door alomtegenwoordige grauwe vliegenvangers, heel wat gekraagde roodstaarten. Die hop en boomvalk namen we er graag bij.

Vogels zoeken in de botanische tuin

Een van de vele grauwe vliegenvangers

Een gewonde en uitgeregende kiekendief

Het moeten niet altijd vogels zijn, tijgerspin

Zicht op ons guesthouse vanaf de telpost

Batumi city vanaf de achterzijde van de telpost

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 3 – Druk in het stadspark’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (2)

Dag 1: Schuilen in de Delta

(zondag 4/9/2022)

De eerste morgen viel de regen al met bakken uit de hemel. Maar binnen blijven was geen optie. Wij waren daar om vogels te zien, dus werd de regenkledij uit de koffers gehaald en reden we samen met onze gids Bas naar de Delta.
De dag begon met een halfuurtje schuilen onder een afdakje van wat blijkbaar een winkeltje was aan een vrachtwagenparking.
De kris-kras door elkaar geparkeerde tientonners waren het bewijs hiervan. Toen de regen wat minderde gingen we op pad. Slecht ingeschat, want nog geen halfuur later kregen we weer een stortbui cadeau en was iedereen doornat. Ons lot van de komende dagen.

Elke kiekendief kreeg de nodige aandacht

Maar door die regenbuien gingen ook alle vogels die voorbijtrokken naar de grond. De soortenlijst ging in een sneltreintempo omhoog. Sperwergrasmus mooi open, zelfde zicht op een noordse nachtegaal. Maar ook voorbijvliegende kiekendieven, overal grauwe klauwieren, bijeneters, scharrelaars. Een mooie vlucht kortteenleeuweriken, die ook nog even netjes vlak voor ons gingen zitten om ze nog eens goed te kunnen bekijken. Kortom, vogels in overvloed.

Dit in een van de weinige groene zones vlak bij de stad. Als je denkt dat wij genoten van een prachtig natuurgebied, dan moet ik dit even beter plaatsen. Inderdaad, veel struiken en boompjes en massa braamkoepels waar elke doortrekker graag even in komt verpozen. Maar daartussen ligt een massa zwerfvuil. Afgewisseld met regelmatig een meneer met een geweer. De jacht is er blijkbaar verboden, maar geen (jacht)hond die er zich wat van aantrekt. Het loopt er vol met plezierjagers. Een fenomeen dat je er maar moet bijnemen, maar dat gelukkig langzaam maar zeker afneemt. Het zit jammer genoeg nog ingebakken in hun cultuur. Maar als je dat vuil en die jagers wegdenkt, dan loop je door een prachtig natuurgebied. Verstand op nul en vogels spotten!

Aangekomen aan de delta die een monding bleek

Gelukkig was onze trouwe chauffeur zo slim geweest om met het busje al tot aan de kust van de Zwarte Zee te rijden. Zo konden we ons lunchpakket opeten zonder dat ons doosje vol regende. Want de volgende stortbui was een feit.
Na ons middagmaal wandelden we langs de kust tot aan de monding (onze gids noemde het een delta, iets wat onze grappigste reisgenoot en kerstmanlook-a-like Nigel ten stelligste tegensprak). Onderweg – in de bosjes met vooral duindoorn langs het keienstrand – opnieuw heel veel vogels. Kleine klapekster was een van de leuke vondsten. Maar een groepje dartelende dolfijnen kregen ook onze aandacht. Welke soort het juist was blijft een vraag. Er waren zeker tuimelaars bij. Aan de monding werden we getrakteerd op een geweldige waarneming van een juveniel woudaapje. Ook een grote karekiet liet zich schitterend bewonderen. Maar de mooiste waarneming op die plek was zonder twijfel een tweetal breedbekstrandlopers die heel dichtbij op het slib kwamen foerageren. Ze vinden was makkelijk. ‘Ze zitten vlak voor die blok piepschuim’ was de boodschap van onze gids Bas.

Het fotogenieke woudaapje

Steltkluutjes

Breedbekjes en piepschuim

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 2 – Turkse tuinbewoners’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (1)

Uitstel is geen afstel

We gaan even terug naar het najaar van 2019. Op dat moment boekten Gert en ik een reis naar Batumi Georgië. Maar een ambetant beestje stak er een stokje tussen. Dus staan onze koffers pas klaar in september 2022. Bijna drie jaar na data.
De verwachtingen zijn hoog gespannen. Want een blik op de resultaten van trektellen.nl en de vele foto’s en filmpjes die we ondertussen al op internet bekeken hebben met een lucht gevuld met roofvogels schetsen een beeld dat wij wel eens live willen zien.
Maar er is ook een domper. De weersvoorspellingen zijn alles behalve goed. Vanaf zaterdag, onze vertrekdag, tot woensdag voorspellen ze regen, veel regen. Dus met gemengde gevoelens leg ik mijn koffers in de auto van Gert. Klaar voor een magische reis. Want die regen, bleek achteraf een echte zegen.

Lazy birding in Batumi

Bottleneck

Batumi is een plek waar elke roofvogelfanaat naartoe wil. Deze Georgische stad ligt pal op een kruispunt van trekroutes van het oostelijke deel van Europa en Rusland. Elke roofvogels die op reis wil naar zijn overwinteringsgebied moet als het ware daar passeren. Het waren een aantal Belgen die dit fenomeen tijdens een gewone reis ontdekten en er systematisch alle overtrekkende roofvogels begonnen te tellen. Dit was de start van een ambitieus en ondertussen gekend project BRC (Batumi Raptor Count).
Op twee vaste telposten en met een strikt protocol komen tientallen vrijwilligers elk jaar meetellen. De resultaten leveren enorm interessante en belangrijke info op voor de wetenschap. En wij konden een weekje of toch minstens een paar dagen deel uitmaken van dit verhaal.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 1 – Schuilen in de delta’


In’t zwart

Zelf een soort ontdekken is zeker geen kattenpis. Veel in het veld zitten (zo zeggen de vogelkijkers dat) en elke vogel die je tegenkomt heel goed bekijken. Daarnaast veel geluk hebben dat net die zeldzame doortrekker jouw pad kruist. Maar je kan dat geluk ook proberen een handje toe te steken. zo lijken vogels -wat sommige dingen betreft – veel op mensen. Het zijn gewoontebeestjes. Dwaalgasten duiken vaak in dezelfde periode op. Op dit moment is het dan ook uitkijken naar zwarte ooievaar, draaihals, duinpieper of morinelplevier. Waarvan ik voorlopig geen enkele zag dit jaar.
Nog een eigenschap van vogels die op de dool of op trek zijn. Ze volgen bepaalde routes. Zo is de zee een aanrader omdat heel wat vogels tijdens hun tocht plots tegen een grote watermassa ‘botsen’. Dus gaan ze daar even zitten om na te denken hoe het nu verder moet. Maar ook ‘lijnen’ in het landschap zijn belangrijk. Zoals grotere rivieren. Dus is de Maas een plek waar je mij vaak kan tegenkomen. Want daar zit altijd wel iets.

Bichterweerd

Daarom gingen we met ons groepje naar Bichterweerd. Een van de vele prachtige natuurgebieden langs de Maas. Het werd een verre wandeling omdat we het struingebied tussen de plassen en de rivier wilden uitkammen. Dit leverde trouwens heel wat leuke soorten op zoals bosruiter, scholekster, braamsluiper (deze zorgde voor wat discussie omdat hij zich maar even liet zien), tapuit. Maar de mooiste waarneming was zonder twijfel een adulte zomertortel die zich probeerde te verstoppen in een boom, maar toch mooi was te zien. Wat een prachtbeest is dat toch.

Bichterweerd (Foto: Rivierpark Maasvallei)

292

Dankzij een berichtje op de WhatsApp-groep van Vlaams-Brabant kon ik mijn lijst dit weekend nog wat aandikken. Hoewel ik had gezegd dat soorten gaan ‘tikken’ die ik zelf niet heb gevonden iets minder mijn ding is, kon ik deze leuke soort toch niet laten liggen. Op nog geen half uur rijden van mijn deur zat een zwarte ibis. Dit in natuurgebied ’t Vinne in Zoutleeuw. Zonder twijfel op dit moment een van de beste locaties om vogels te zien bij mij in de buurt.
Dit grote binnenmeer staat voor een groot deel droog met heel wat modderzones. Net nu de steltlopers gaan passeren is dat een ideale situatie. Als vogelkijker dan toch.
Want als natuurliefhebber is dit veel minder leuk nieuws. De extreme droogte in beeld vlak voor je neus. Maar ik ben toch even gaan genieten van deze ‘nieuwe Belg’ voor mij.

Zwarte ibis in vlucht (Bron: Wikimedia)

Hoogtepunt

Maar het moment van het weekend was zonder twijfel de 3de ronde op mijn ringplek. Tijdens deze controle kon ik een 1ste jaars ortolaan uit het net halen. Ik had weliswaar het geluid gespeeld om deze soort te lokken. Blijkbaar met succes. Voor mij een nieuwe ‘handsoort’ en wat voor een.
Sportief als ik ben tel ik deze niet mee bij onze ‘4×300 Challenge’. Ringvangsten zijn geen waarnemingen volgens de regeltjes. Terecht, want anders zouden we alle niet-ringers benadelen. En dat mag niet.
Maar het was toch even kicken toen ik die kenmerkende, schitterende oogring zag. Zeg nu zelf…

Mijn eerste ortolaan in de hand

Kleine bijdrage

300, dat is het aantal soorten dat wij met onze bende hebben afgesproken om op onze Belgische lijst te hebben staan. Ik zat op 290 deze morgen, maar nu al weer eentje dichterbij!

Ongestoorde waterral

Deze voormiddag besloten Gert en ik om naar Hollogne-sur-Geer te rijden. Vooral voor Gert een stevige inspanning aangezien hij luttele uren ervoor nog op zijn buurtfeest zat. Opgedroogde beken en plassen, augustus met steltlopers on the move en een gebied waar wel nog water stond. Het zou wel eens een leuk bezoek kunnen worden.
Bij aankomst ging onze daglijst stevig van start. Overloper, witgat, bosruiter en watersnippen à volonté. Doe daar nog eens een snuifje geoorde fuut met een reeksje eendensoorten bij en je hebt een mooi gerechtje. We wandelden van plas naar plas om telkens de modderige oevers af te speuren. Bij de verste waterpartij leverde dat een schitterende waarneming op van een juveniele waterral die ongestoord naar ons toe trippelde. Zo goed zie je deze soort niet vaak.

Klein maar zeldzaam

We wandelden met een stevige soortenlijst terug. Maar niet zonder nog even de best bevolkte plas af te speuren. Tijdens het scannen van een rietkraag viel mijn oog plots op een bleke ral die door het riet sloop. Klein waterhoen! Een zeldzame doortrekker die blijkbaar dit gebied had uitgekozen om even bij te tanken. Een volgens mij juveniel exemplaar. Gert kon hem snel ook in het vizier krijgen. voor ons beiden een nieuwe soort op onze Belgische lijst. Voor Gert zelfs een lifer. Wat een afsluiter van een prachtige voormiddag vogels kijken in een topgebied.
Mijn voornemen om zelf op zoek te gaan naar leuke soorten had ik nog maar pas uitgesproken of het was al bingo. Zo snel had ik niet gedacht om dit voornemen ook waarheid te doen worden. Op naar nummer 292.

Klein waterhoen

Deze oostelijke neef van onze waterral wordt af en toe gezien in onze contreien. Ze ontdekken doet men meestal op basis van de luide roep ’s avonds in de schemering. Dat is dan vaak in het voorjaar of zelfs in de zomer. Doortrekkers in het najaar zijn vaak veel stiller en dan is ze zien meestal een toevalstreffer. Ze houden zich graag schuil in rietkragen en komen dan af en toe eens piepen om voedsel te zoeken.

Foto uit Hongarije waar ik deze soort ook mooi kon bekijken

Hollogne-sur-Geer

Dit voormalige vijvercomplex van de plaatselijke suikerfabriek werd – terecht – omgevormd naar een prachtig natuurreservaatje. Naast een aantal paden met verschillende goede uitkijkpunten is er ook een mooie vogelkijkhut gebouwd. Door overlast is het gebied tijdens het broedseizoen sinds 2021 afgesloten. Jammer, maar begrijpelijk.
Aan de ingang is er een parkeerplaats voor een tiental wagens.

Meer info: https://www.natagora.be/reserves/haut-geer

Beheerder: https://www.natagora.be/

Tip voor after-birding in de buurt:
Garage Café Bailly – https://www.facebook.com/bruno.bailly.754
Meerdere zaken in Waremme (Borgworm) waaronder Café de la Place – https://www.waremme.be/annuaire/cafe-de-la-place

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about wildlife and well-being, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research